id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.584 Rolnummer: A. 168387/X-12602 Zaak: Arrest 157584 - - 14/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-24 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 17:27 Fiche Arrest nr 157.584 van 14 april 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.584 van 14 april 2006 in de zaak A. 168.387/X-12.602 In zake :
- Paul DENECKER,
- Odette CRETEN, die woonplaats kiezen bij Advocaat E. MICHIELS, kantoor houdende te 3520 ZONHOVEN, Spierhoofseweg 3 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van LIMBURG. tussenkomende partij : Luc SCHOOFS, die woonplaats kiest bij Advocaat J. JAEKEN, kantoor houdende te 3680 MAASEIK-NEEROETEREN, Maaseikerlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul DENECKER en Odette CRETEN op 6 december 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van de beslissing van 6 oktober 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg houdende afgifte van de voorwaardelij- ke stedenbouwkundige vergunning" aan Luc SCHOOFS voor het regulariseren van een overdekte standplaats voor automaten en aanhorigheden op een perceel gelegen te Zonhoven, Heuvenstraat 17, kadastraal bekend sectie E, nr. 83x; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2006; X-12.602-1/6 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. MICHIELS die verschijnt voor de verzoekende partijen, van T. ROOSEN, bestuurssecretaris, die verschijnt voor de verwerende partij en van Advocaat E. RENTMEESTERS die loco Advocaat J. JAEKEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Luc SCHOOFS met een verzoekschrift van 27 december 2005 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat Luc SCHOOFS op 3 mei 2005 bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven een aanvraag heeft ingediend voor het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het regulariseren van een overdekte standplaats voor automaten en aanhorigheden op een perceel gelegen te Zonhoven, Heuvenstraat 17, kadastraal bekend sectie E, nr. 83x; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk is gelegen in woongebied; dat het niet is gelegen binnen een door de Vlaamse regering goedge- keurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat de automatenstandplaats is opgericht tegen de zijgevel van de handelszaak van de aanvrager; dat een eerdere aanvraag tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het regulariseren van een overdekte automatenstandplaats opgericht tegen de zijgevel van het pand van verzoekers bij beslissing van 27 februari 2003 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg werd geweigerd; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven bij besluit van 21 juni 2005 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft geweigerd; dat Luc SCHOOFS tegen voormeld weigeringsbesluit beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg; dat de bestendige deputatie bij de thans bestreden beslissing van 6 oktober 2005 het beroep van luc SCHOOFS heeft ingewilligd en de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; X-12.602-2/6 Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de eerste door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, verzoekers in een enig middel de schending aanvoeren van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen en van het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel; dat zij in de uiteenzetting van het middel stellen dat de bestendige deputatie ten onrechte van oordeel is dat de standplaats van automaten de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang brengt, dat Luc SCHOOFS reeds in 2002 een vergunning heeft gevraagd voor het regulariseren van de overdekte standplaats op hetzelfde perceel, toen nog geplaatst tegen de gevel van hun woning, dat de vergunning daarvoor zowel door het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven, als door de bestendige deputatie werd geweigerd, dat de bestendige deputatie de toestand thans wel regulariseert ondanks het feit dat de automaten op hetzelfde perceel staan, maar uitsluitend van gevel verplaatst zijn, dat die beslissing niet redelijk is, dat de bestendige deputatie nalaat om haar beslissing te motiveren en aan te geven waarom de standplaats nu wel verenigbaar zou zijn met de goede plaatselijke ordening, dat de standplaats geen geheel vormt met de winkel waartegen het is gebouwd, dat zij een groentewinkel uitbaten en Luc SCHOOFS een banketbakkerij, dat de standplaats met automaten tegen een groentewinkel of tegen een banketbakkerij de verandering van visie van de bestendige deputatie niet motiveert, dat de bestendige deputatie uitsluitend stelt dat de automaten een geheel zouden vormen met de bakkerij, terwijl zij geenszins een geheel met de bakkerij vormt, noch qua materiaal, noch qua uitzicht; Overwegende dat de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepalen dat eenzijdige rechtshandelingen met individuele strekking die uitgaan van een bestuur en die beogen rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd, dat in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moeten worden vermeld die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat deze afdoende moeten zijn; dat artikel 6 van dezelfde wet X-12.602-3/6 bepaalt dat deze "slechts van toepassing is op de bijzondere regelingen waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven, in zoverre deze regelingen minder strenge verplichtingen opleggen"; dat uit een en ander volgt dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen een wet van suppletoire aard is; Overwegende dat artikel 53, § 3, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, aan de bestendige deputatie en aan de Vlaamse regering, wanneer zij in beroep uitspraak doen over bouw- en verkavelingsaanvragen, een motiveringsverplichting oplegt die niet minder streng is dan deze voorgeschreven door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat deze beslissingen derhalve niet onder de toepassing vallen van laatstgenoemde wet; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat de ingeroepen schending van de motiveringsverplichting geacht moet worden te zijn afgeleid uit de schending van artikel 53, § 3, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; Overwegende dat de bestendige deputatie en de Vlaamse regering, wanneer zij op grond van artikel 53, § 3, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, in beroep uitspraak doen over een bouw- of verkavelingsaanvraag, optreden, niet als administratief rechtscollege, maar als orgaan van het actief bestuur; dat hieruit volgt dat zij, om te voldoen aan de hun opgelegde motiveringsverplichting, er niet toe gehouden zijn al de in het beroep aangevoerde argumenten te beantwoor- den; dat het volstaat dat zij in de beslissing duidelijk aangeven door welke, met de goede plaatselijke aanleg verband houdende redenen, zij is verantwoord; Overwegende dat verzoekers de schending van de ingeroepen bepalingen in eerste instantie afleiden uit de omstandigheid dat de bestendige deputatie, door nu wel een vergunning te verlenen voor een gelijkaardige aanvraag waarvoor zij eerder de vergunning heeft geweigerd, onredelijk en onzorgvuldig heeft gehandeld; dat zij echter zelf aangeven en niet betwisten dat er een wezenlijk verschil is tussen de eerste aanvraag die heeft geleid tot de weigeringsbeslissing van de bestendige deputatie van 27 februari 2003 en de thans voorliggende aanvraag, namelijk de inplantingsplaats van de automaten; dat de eerste aanvraag de regularisatie van een automatenstandplaats betrof, weliswaar op hetzelfde perceel, maar ingeplant X-12.602-4/6 tegen de gevel van de handelszaak van verzoekers, terwijl de huidige aanvraag de regularisatie beoogt van de automatenstandplaats tegen de gevel van de eigen handelszaak van de tussenkomende partij; dat het besluit van 27 februari 2003 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg de regularisatievergunning heeft geweigerd om reden "dat de automaten ruimtelijk en architecturaal te integreren zijn in de bestaande hoofdbouw waarbinnen de handel van de aanvrager is gevestigd"; dat rekening houdend met de gewijzigde omstandigheden en de motieven van het besluit van de bestendige deputatie van 27 februari 2003 de ingeroepen bepalingen op het eerste gezicht niet zijn geschonden; Overwegende dat verzoekers verder nog een gebrek in de motivering van het bestreden besluit menen te kunnen afleiden uit de onverenigbaar- heid van de aanvraag met de goede plaatselijke ordening; dat de bestendige deputatie na opgave van de feitelijke kenmerken van de betrokken constructie en van de omgeving, die overigens niet door verzoekers worden betwist, de vergunning heeft verleend om reden "dat de standplaats is opgevat als een vormelijk geheel met de winkel waartegen aan gebouwd is zowel naar materiaal als naar uitzicht; dat hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de belevingswaarde van het centrum; dat de bestendige deputatie derhalve van mening is dat de goede ruimtelijke ordening niet in gedrang wordt gebracht"; dat rekening houdend met de niet betwiste gegevens van de zaak het besluit van de bestendige deputatie niet onredelijk lijkt; dat van de verwerende partij eisen dat zij meer bijzonderheden verschaft omtrent de reden waarom de standplaats een vormelijk geheel vormt zowel naar materiaal als naar uitzicht met de winkel waar tegenaan is gebouwd, erop zou neerkomen dat zij ertoe verplicht wordt de motieven van de motieven van haar besluit te geven; dat de wettelijke verplichting tot uitdrukkelijke motivering zulks niet inhoudt; dat verzoekers op het eerste gezicht niet aantonen dat het bestreden besluit door een onwettigheid zou zijn aangetast; dat het middel niet ernstig is; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Luc SCHOOFS in het administra- tief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- X-12.602-5/6 De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien april 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.602-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.584 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.161.589 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.