id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.782 Rolnummer: A. 85687/VII-18989 Zaak: Arrest 157782 - - 20/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 17:38 Fiche Arrest nr 157.782 van 20 april 2006 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.782 van 20 april 2006 in de zaak A. 85.687/VII-18.
- In zake : de b.v.b.a. TIMMERMANS, gevestigd te TURNHOUT, Langvenstraat 45 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. BALLON, kantoor houdende te ANTWERPEN, Britselei
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. TIMMERMANS op 23 juli 1999 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 20 mei 1999, waarbij het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van de Vlaamse Landmaatschap- pij, afdeling Mestbank, betekend met een brief van 22 oktober 1998, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 5 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 27 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 maart 2006; VII-18.989-1/9 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. WOUTERS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat M. VERMEIRE die, loco Advocaat M. BALLON verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij baat een landbouwbedrijf uit dat zich voornamelijk toelegt op de kweek van mestkalveren en kippen. 1.
- Voor het aanslagjaar 1998, productiejaar 1997, doet de verzoekende partij bij de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank, een aangifte met het oog op een notificatie als gezinsveeteeltbedrijf. In bijlage 5 bij die aangifte zit een "resultaat-garantie" contract. 1.
- Met een aangetekend schrijven van 22 oktober 1998 deelt de Vlaamse Landmaatschappij aan de verzoekende partij mee dat de notificatie als gezinsveeteeltbedrijf voor het aanslagjaar 1998 (productiejaar 1997) geweigerd wordt, omdat niet voldaan is aan "de voorwaarde van economische zelfstandigheid". 1.
- Met een aangetekend schrijven van 16 november 1998 stelt de verzoekende partij tegen deze beslissing als volgt beroep in bij de Vlaamse minister bevoegd voor het Leefmilieu : "(...) Betreft : bezwaar tegen notiticatie als niet-gezinsveeteeltbedrijf Geachte mijnheer de Minister, Met dit schrijven verwijzen we naar het bericht dat we mochten ontvangen afwijzing van notificatie als gezinsveeteeltbedrijf. Volgens het schrijven is de voorwaarde van economische zelfstandigheid niet nageleefd. VII-18.989-2/9 Naar aanleiding van het telefonisch onderhoud met deze diensten, heeft deze afwijzing ingevolge het niet naleven van de economische zelfstandigheid betrekking op de activiteit van de kalvermesterij. Naar ons oordeel voldoen we volledig aan alle voorwaarden voor de notificatie als gezinsveeteeltbedrijf, met inbegrip van de economische zelfstandigheid. Het gegeven dat de opzet van de kalveren per ronde gebeurt aan de hand van een resultaat -garantie - overeenkomst, doet daar geen afbreuk aan. Uit onderstaande gegevens mag blijken dat het economisch risico van de exploitatie geheel gedragen wordt door BVBA Timmermans : - De stallen worden gehuurd door Timmermans BVBA. - De uitrusting is eigendom van Timmermans BVBA, welke tevens instaat voor het onderhoud ervan. - De financiering van de kalveren gebeurt geheel door Timmermans BVBA. - De verzorging van de dieren gebeurt door Timmermans BVBA, die tevens de kosten draagt voor erelonen van veeartsen en medicamenten. De garantie geldt enkel voor het afgeleverd kalf dat voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden. Met andere woorden de kosten (en het ricico) van ziekte of sterfte van de dieren wordt gedragen door de kalvermester. - De keuze van de leverancier van de kalveren, de leverancier van het meel, alsmede de afnemer van de vetgemeste kalveren is geheel vrij. Het gegeven uit de resultaat-garantie-overeenkomst dat men de dieren bij voorrang moet 'aanbieden' aan de leverancier van het meel, die hiervoor bereid is een vooropgestelde resultaat-garantie te verstrekken, fungeert als een 'voorkooprecht' ten gunste van de meelleverancier. Het houdt geenszins een verplichting in. - Het afsluiten van een resultaat-garantie overeenkomst, heeft slechts betrekking op één ronde. Het gegeven dat tot op heden enkel gelijkaardige contracten werden afgesloten voor elk van de opgezette ronden, doet geen afbreuk aan de economische zelfstandigheid. De beslissing tot het afsluiten van zo’n overeenkomst wordt afgewogen ten opzichte van andere mogelijkheden en voorstellen, rekening houdende door de marktsituatie en de marktvooruitzichten op dat ogenblik (prijs van het kalf, prijs van het voeder, marktprijs van het vlees, mogelijke afzet, enz..), het nastreven van een optimale bezetting van de stallen, het nastreven van de nodige hygiene op het bedrijf enz. Deze beslissingen worden geheel autonoom genomen door Timmermans BVBA, die hiervan alle gevolgen draagt. Wij hopen u door deze aangehaalde elementen voldoende te hebben overtuigd van de economische zelfstandigheid van het bedrijf. Mocht dit noodzakelijk zijn, zijn we bereid de nodige stavingsstukken (aan- en verkoopfakturen en contracten) voor te leggen. Wij zijn dan ook van oordeel dat u de beslissing zal moeten herzien. In afwachting van uw beslissing, verblijven wij, (...)"; 1.
- In het kader van de beroepsprocedure brengt de Mestbank op 21 december 1998 een verslag uit waarin onder meer wordt gesteld wat volgt : "Het beroep wordt verworpen : - daar Timmermans BVBA een resultaat-garantie contract afsloot met Elka NV, gevoegd bij de aangifte aanslagjaar 1998 ter staving van de notificatie gezinsveeteeltbedrijf. Het resultaat-garantie contract voldoet niet aan de voorwaarde van een prijsgarantiecontract zoals toegelaten voor gezinsveeteeltbedrijven. VII-18.989-3/9 Uit artikels 9 en 11 blijkt dat de BVBA Timmermans geen eigenaar is van al het roerend kapitaal op het bedrijf, meer bepaald het voeder. Elka is volgens deze artikels de eigenaar nl. artikel 9 : 'Voor alle door Elka NV te leveren goederen wordt tussen partijen uitdrukkelijk een eigendomsvoorbehoud overeengekomen m.b.t. de geleverde maar nog niet betaalde goederen die zich in cliënt/mesters bezit bevinden ...' artikel 11 : 'als betalingstermijn voor de facturen voor de betreffende meelleveranciers wordt einde ronde overeengekomen ...' Bovendien kan volgens artikel 14 de mester niet vrij beschikken over zijn overheidssteun. Immers 'indien aan cliënt/mester in het kader van nationale- en/of EEG-wetgeving/-maatregelen subsidies, toelagen, steun, vergoeding of anderszins onder welke benaming dan ook wordt toegekend in het kader van zijn/haar kalvermestaktiviteit, wordt tussen partijen overeengekomen dat deze toegekende bedragen behoren tot de verkoopopbrengst en als zodanig in de eindafrekening bij de verkoopopbrengst gerekend dienen te worden. Mester verplicht zich in het voorkomende geval hiertoe aan kontraktgever alle relevante gegevens ter beschikking te stellen en de toegekende bedragen uitsluitend en alleen op voornoemde kalverfinancieringsrekening als opbrengst te storten'. De voorwaarde voor gezinsveeteeltbedrijf met name de economische zelfstandigheid, is niet voldaan". 1.
- Op 20 mei 1999 neemt de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu het bestreden besluit, waarbij het beroep ongegrond wordt verklaard. De beslissing is als volgt gemotiveerd : "(...) Overwegende dat de voormelde weigering tot notificatie als gezinsveeteeltbedrijf door de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank als volgt is gemotiveerd : '- de betrokkene voldoet niet aan de voorwaarden van gezinsveeteeltbe- drijf, meer bepaald de economische zelfstandigheid'; Overwegende dat de betrokkene geen eigenaar is van al het roerend kapitaal aanwezig op het bedrijf, meer bepaald het voeder; (...)";
- De gegrondheid van het beroep 2.
- Overwegende dat het enig middel luidt als volgt : "
- In een eerste middel laat verzoekende partij gelden dat het bestreden besluit tot stand is gekomen met schending van artikel 2bis van het Decreet van de Vlaamse Raad dd. 23.01.1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen (hierna Mestdecreet genoemd), de artikels 2 en 3 van de wet van 29.06.91 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, artikel 13 van het decreet van 23.10.91 betreffende de openbaarheid van bestuur, het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat wil dat elke bestuurshandeling steunt op juiste en volledige feiten en in rechte afdoende motieven, het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoekende partij is van oordeel dat het enige in het besluit ingeroepen motief niet van aard is om het bestreden besluit in feite noch in rechte te dragen. VII-18.989-4/9 Verwerende partij maakte een verkeerde toepassing of interpretatie van de rechtsregel. Verwerende partij is van oordeel dat verzoekster geen eigenaar zou zijn van het roerend kapitaal aanwezig op het bedrijf, meer bepaald het voeder. De eigendom van het roerend kapitaal is als voorwaarde voorzien in artikel 2bis van het Mestdecreet. Verwerende partij baseert haar beslissing volledig en uitsluitend op het motief dat verzoekster geen eigenaar zou zijn van het voeder. Dit motief is kennelijk in strijd met de feiten. Verzoekster legt de aankoopfacturen voor van het voeder dat in 1997 geleverd werd op het bedrijf van verzoekster. Uit deze aankoopfacturen blijkt dat verzoekster wel degelijk eigenaar is van de betreffende voeders. Verzoekster legt enkel de facturen voor betreffende de kweek van mestkalveren omdat in het kader van een telefonisch contact met de Mestbank (voorafgaand aan het indienen van het beroep bij de Minister) was gebleken dat de betwisting enkel betrekking had op de kweek van mestkalveren (zie het schrijven van verzoekster dd. 16.11.1998, houdende het beroep bij de Minister, alinea 2 (stuk 2)). De beoordeling door verwerende partij is niet wettig. De door verwerende partij aangevoerde feiten stemmen niet overeen met de werkelijkheid, minstens werd deze feitelijke situatie juridisch niet juist gekwalificeerd. Aangezien het gaat om het enige motief is deze vergissing omtrent de feiten meteen ook als doorslaggevend te beschouwen zodat de vernietiging van de bestreden beslissing zich opdringt.
- De verwerende partij is terzake ook onzorgvuldig opgetreden. Verzoekster had in haar verzoekschrift aan de Minister uitdrukkelijk aangeboden de nodige stavingsstukken (aan- en verkoopfakturen en contracten) voor te leggen (zie stuk 3, voorlaatste alinea). Uit de zorgvuldigheidsplicht bij de feitenvinding vloeit voort dat in beginsel geen feiten als bewezen of niet bewezen kunnen worden beschouwd zonder bij de betrokkene direct en persoonlijk inlichtingen te vragen of hem in gelegenheid te stellen de stukken over te leggen die naar zijn oordeel zijn voorstelling van de feiten of van zijn toestand geloofwaardig maken (in die zin R.v.St., Thijs, nr. 24.651; aangehaald uit LAMBRECHTS, W., Geschillen van bestuur, Antwerpen, Kluwer, 1988, pag. 78). De verwerende partij is terzake onzorgvuldig opgetreden. Zij heeft terzake geen verdere inlichtingen of stukken gevraagd. Dit geldt des te meer nu verzoekster in haar beroepschrift dit uitdrukkelijk had aangeboden. Verwerende partij heeft haar beslissing dan ook genomen op basis van een foutieve beoordeling van de feiten en een onvolledig dossier wat de bestreden beslissing op zich reeds gebrekkig maakt"; 2.
- Overwegende dat in de memorie van antwoord de verwerende partij doet gelden dat de verzoekende partij ten onrechte stelt "dat zij eigenaar is van het roerend kapitaal als bedrijf, meer bepaald het voeder", dat de minister na kennisname van het administratief dossier en het verslag van de Mestbank tot het gemotiveerd besluit kon komen dat de verzoekende partij niet voldoet aan de voorwaarde inzake economische zelfstandigheid, inzonderheid doordat zij geen eigenares is van al het roerend goed aanwezig op het bedrijf, meer bepaald het voeder, dat de verzoekende partij met de n.v. ELKA een resultaat-garantiecontract sloot en dus geen prijsgarantiecontract, dat het voorleggen van andere stavingsstukken geen ander licht zou kunnen werpen op de vaststelling dat de VII-18.989-5/9 verzoekende partij geen eigenares is van het voeder, dat overigens de verzoekende partij de stavingsstukken bij het beroepschrift had moeten voegen, en niet louter het aanbod daartoe had moeten doen, dat het een vaststaand feitelijk gegeven is dat de verzoekende partij geen eigenares is van het voeder; 2.
- Overwegende dat in de memorie van wederantwoord de verzoekende partij repliceert dat in het kader van de formele motiveringsplicht enkel rekening mag worden gehouden met de motieven die voorkomen in de bestreden beslissing, dat die formele motivering in casu enkel stelt dat de verzoekende partij geen eigenares is van al het roerend kapitaal aanwezig op het bedrijf, meer bepaald het voeder, dat zij in haar beroepschrift omstandig uiteenzette dat zij voldeed aan de voorwaarde inzake economische zelfstandigheid, en dat zij in dit verband aanbood nadere stukken voor te leggen, dat het bestreden besluit geenszins aangeeft waarom de verzoekende partij geen eigenares zou zijn van het voeder, hetgeen nochtans volledig ingaat tegen de neergelegde stukken, waaronder de garantie-overeenkomst met de n.v. ELKA, dat deze overeenkomst in de artikelen 8 en 10 uitdrukkelijk bepaalt dat de verzoekende partij alle benodigde voeders zou aankopen bij de n.v. ELKA en dat zij uiteraard aldus eigenares van deze voeders werd; dat zij betoogt dat de verwerende partij in haar memorie geen enkel argument geeft waarom het garantiecontract dat de verzoekende partij bijbracht niet zou voldoen aan de notie prijsgarantie, die uitdrukkelijk is toegelaten; dat zij stelt dat artikel 9 van het garantiecontract voorziet in een eigendomsvoorbehoud ten voordele van de n.v. ELKA zolang de voeders niet zijn betaald, doch dit voorbehoud enkel een zekerheidsfunctie vervult, en dit niet belet dat de verzoekende partij in het bezit is van een eigendomstitel, dat het hier overigens een gebruikelijk beding betreft in het handelsverkeer; dat zij opmerkt dat het argument inzake de nationale of Europese overheidssteun dat in het verslag van de Mestbank wordt aangehaald niet terug te vinden is in de bestreden beslissing, dat dit element ook niet vermeld wordt in artikel 2bis van het meststoffendecreet dat de criteria ter beoordeling van de economische zelfstandigheid vastlegt, en dat het ook geen afbreuk doet aan de economische zelfstandigheid van de verzoekende partij; dat zij besluit dat de verwerende partij onzorgvuldig optrad nu zij geen verdere stukken of inlichtingen vroeg hoewel de verzoekende partij dit had aangeboden, dat dit des te meer klemt nu de verzoekende partij geenszins wist waarom de Mestbank van oordeel was dat de verzoekende partij niet voldeed aan het criterium inzake de economische zelfstandigheid, dat bij gebrek aan motivering van de beslissing van de Mestbank de verzoekende partij niet kon weten welke stukken relevant waren; VII-18.989-6/9 2.4.
- Overwegende dat het enig motief van de bestreden beslissing luidt als volgt : "Overwegende dat de betrokkene geen eigenaar is van al het roerend kapitaal aanwezig op het bedrijf, meer bepaald het voeder"; dat hoe de verwerende partij ertoe is gekomen om te stellen dat de verzoekende partij geen eigenares is van het voeder dat op het bedrijf aanwezig is, niet uit de bestreden beslissing blijkt; 2.4.
- Overwegende dat bij de aangifte voor de Mestbank aanslagjaar 1998 de verzoekende partij een "resultaat-garantie"-overeenkomst had gevoegd die zij had afgesloten met de n.v. ELKA; dat in die overeenkomst de partijen overeenkomen "onder ieders eigen volledige juridische en economische zelfstandigheid", tegen bepaalde voorwaarden te willen samenwerken; dat, voorts, daarin nog wordt gestipuleerd : "Uitgangspunt van de samenwerking is het feit dat cliënt/mester volledig juridisch- en economisch zelfstandig als onafhankelijke cliënt van Elka NV fungeert"; dat deze elementen er op wijzen dat het de bedoeling is om de verzoekende partij economisch zelfstandig te laten fungeren; 2.4.
- Overwegende dat artikel 8 van voornoemde overeenkomst luidt : "Cliënt/mester verplicht zich voor zijn/haar volledige kalverenbestand op zijn/haar bedrijf uitsluitend en alleen het benodigde mestmeel af te nemen hetwelk door Elka N.V. gecommercialiseerd wordt"; dat artikel 9, eerste lid, van dezelfde overeenkomst bepaalt : "Voor alle door Elka NV te leveren goederen wordt tussen partijen uitdrukkelijk een eigendomsvoorbehoud overeengekomen m.b.t. de geleverde maar nog niet betaalde goederen die zich in cliënt/mesters bezit bevinden"; 2.4.
- Overwegende dat uit artikel 8 wel kan worden afgeleid dat de verzoekende partij het meel (het voeder) voor het vetmesten van de kalveren dient aan te kopen bij de n.v. ELKA, maar niet dat de n.v. ELKA eigenaar blijft van het geleverde voeder; dat het eigendomsvoorbehoud, gestipuleerd in artikel 9, moet worden gekwalificeerd als een zekerheid ten voordele van de n.v. ELKA, maar niet als een overeenkomst om de eigendom van de geleverde goederen, waaronder de voeders, voortdurend en principieel bij de n.v. ELKA te houden; dat van zodra de verzoekende partij betaalt, zij definitief de eigendom over de voeders verwerft; dat de verwerende partij dan ook geen goede gronden had om te stellen dat de verzoekende partij geen eigenares is van het voeder; dat daarbij komt dat de VII-18.989-7/9 verzoekende partij facturen voorlegt waaruit blijkt dat zij bij de n.v. ELKA effectief voeders aankocht en moest betalen; dat ook daaruit blijkt dat de verzoekende partij eigenares is van de voeders; 2.4.
- Overwegende dat de verwerende partij de verzoekende partij verwijt dat zij die stavingsstukken niet bij haar beroepschrift had gevoegd; dat, evenwel, in de beslissing van de Mestbank waartegen de verzoekende partij beroep instelde, niet in het minst wordt uitgelegd waarom de verzoekende partij niet voldeed aan de voorwaarde inzake economische zelfstandigheid; dat de verzoekende partij zich dan ook kon beperken tot het doen van een aanbod om meer inlichtingen te verstrekken en stukken, namelijk "aan- en verkoopfacturen en contracten", neer te leggen indien de verwerende partij dit noodzakelijk zou achten; dat de verwerende partij evenwel heeft nagelaten verdere naar haar oordeel relevante inlichtingen en stukken op te vragen; 2.4.
- Overwegende dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 20 mei 1999, waarbij het beroep van de b.v.b.a. TIMMERMANS tegen de beslissing van de Vlaamse Landmaatschappij, afdeling Mestbank, betekend met een brief van 22 oktober 1998, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-18.989-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig april tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-18.989-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.782 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.