id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.783 Rolnummer: A. 88074/VII-19910 Zaak: Arrest 157783 - - 20/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 17:39 Fiche Arrest nr 157.783 van 20 april 2006 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.783 van 20 april 2006 in de zaak A. 88.074/VII-19.
- In zake :
- Lambertus LEENMAN,
- Jacobus OMTZIGT (overleden), rechtsgeding hervat door :
- Maria VAN der MEER,
- Yvette OMTZIGT,
- Michiel OMTZIGT,
- de b.v. EUROTRANS, vennootschap naar Nederlands recht, die woonplaats kiezen bij Advocaat R. RYMENANS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Britselei 47-
- tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lambertus LEENMAN, Jacobus OMTZIGT en de b.v. EUROTRANS op 24 november 1999 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de besluiten van 24 september 1999 en 7 oktober 1999 van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest waarbij wordt besloten tot de ambtshalve verwijdering -op kosten van de verzoekende partijen- van afvalstoffen met betrekking tot het terrein gelegen te Rijkevorsel, kadastraal gekend 2e afdeling, sectie F, nr. 132 M 3; Gelet op het arrest nr. 85.447 van 21 februari 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partijen; VII-19.910-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 26 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 maart 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. BRUSSELEERS die, loco Advocaat R. RYMENANS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat P. LOUAGE die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De rechtspleging Overwegende dat uit een uittreksel uit het register der overlijdens- akte van de gemeente Nieuwegein (Nl) blijkt dat tweede verzoeker, Jacobus OMTZIGT is overleden op 19 november 2004; dat zijn rechthebbenden het geding hebben hervat; VII-19.910-2/5
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.
- De derde verzoekende partij, de b.v. Europese Transit- en Handelskantoor Eurotrans, is eigenares van een terrein gelegen te Rijkevorsel, Nijverheidsweg. Dit terrein werd verhuurd aan de p.v.b.a. BOUWSTOFFEN DE KEMPEN, die evenwel op 18 december 1996 failliet ging. Eerste en tweede verzoeker, Lambertus LEENMAN en Jacobus OMTZIGT, waren de zaakvoerders van deze p.v.b.a. BOUWSTOFFEN DE KEMPEN. 2.
- Op het bewuste terrein werden verbrandingsassen en verbrandings- slakken gestort zonder dat daartoe enige vergunning voorhanden was. 2.
- Eerste en tweede verzoeker worden bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Turnhout van 17 april 1985 veroordeeld om zonder vergunning een stortplaats voor assen van huisvuilverbrandingsovens te hebben uitgebaat. Evenwel worden zij bij arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 21 december 1988 vrijgesproken wegens verjaring. 2.
- Met een brief van 24 september 1999 deelt OVAM de eerste verzoeker Lambertus LEENMAN mee dat op het terrein, kadastraal gekend als Rijkevorsel, 2/ afd. sectie F, nr. 132 M 3, zonder vergunning afvalstoffen werden gestort. In het schrijven wordt er op gewezen dat artikel 12 van het afvalstoffendecreet verbiedt om afvalstoffen achter te laten of te verwijderen in strijd met de voorschriften van het decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan. Het storten van afvalstoffen is een vergunningsplichtige activiteit en de aangemaande beschikt niet over de vereiste vergunning, aldus het schrijven. Aan een vraag om de afvalstoffen te verwijderen werd geen gevolg gegeven. Tevens wordt aangestipt dat de afvalstoffen een risico voor hinder of schade aan de mens of het leefmilieu inhouden. Het schrijven besluit : "Op basis van de voorgaande overwegingen besluit de OVAM om, lastens u, tot een ambtshalve verwijdering van de afvalstoffen die zich bevinden op de bovenvermelde percelen over te gaan. De ambtshalve verwijdering zal gebeuren op uw kosten". VII-19.910-3/5 De brief van 24 september 1999 omvat de eerste bestreden beslissing. Met een brief van 24 september 1999 krijgt de derde verzoekende partij, de b.v. EUROTRANS, van OVAM eveneens de mededeling dat zal overgegaan worden tot een ambtshalve verwijdering van de afvalstoffen. De brief is grotendeels gelijklopend als de brief die hierboven werd aangehaald, doch er wordt ook op gewezen dat er, in strijd met artikel 13 van het afvalstoffendecreet, een verzuim is om de afvalstoffen te beheren. Dit is de tweede bestreden beslissing. Op 7 oktober 1999 krijgt tweede verzoeker, Jacobus OMTZIGT, een brief die identiek is aan het schrijven dat werd gericht aan eerste verzoeker op 24 september
- Dit is de derde bestreden beslissing;
- De ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat in zijn verslag de auditeur tot de conclusie komt dat de verzoekende partijen met hun annulatieberoep in wezen het voortzetten van een illegale exploitatie beogen, met name het behouden van de stortplaats van de verbrandingsslakken, alhoewel zulks onwettig is; Overwegende dat de verzoekende partijen dat standpunt betwisten; dat zij desbetreffend verwijzen naar het arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 21 december 1988 waarbij de strafvorderingen ten laste van eerste en tweede verzoeker voor het exploiteren zonder vergunning van bedoelde stortplaats voor afvalstoffen werd vervallen verklaard wegens verjaring; Overwegende dat de verzoekende partijen in het tweede middel in essentie aanvoeren dat de bestreden beslissingen aan de verzoekende partijen een identieke vordering opleggen tot verwijdering van de afvalstoffen op hun kosten als de strafvordering die in beroep door verjaring werd vervallen verklaard; dat in het derde middel wordt aangevoerd dat de derde verzoekende partij niet als overtreder in de zin van artikel 37 van het afvalstoffendecreet kan worden beschouwd, daar zij louter als eigenaar van het terrein dat werd verhuurd aan de p.v.b.a. BOUWSTOFFEN DE KEMPEN volledig vreemd is aan de vastgestelde overtredingen inzake het storten van de verbrandingsslakken; VII-19.910-4/5 Overwegende dat de vraag of de verzoekende partijen al dan niet over een wettig belang bij hun annulatieberoep beschikken samenhangt met de grond van de zaak; dat dienvolgens een onderzoek naar de grond van de zaak moet worden gevoerd, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de Auditeur-generaal aangeduide lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig april tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-19.910-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.783 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.85.447 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.665 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.