← België

Arrest 157795 - - 20/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.795 Rolnummer: A. 80083/VII-17073 Zaak: Arrest 157795 - - 20/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-28 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 17:43 Fiche Arrest nr 157.795 van 20 april 2006 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.795 van 20 april 2006 in de zaak A. 80.083/VII-17.

  1. In zake : de n.v. DE KOCK, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. DE KOCK op 31 augustus 1998 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 29 juni 1998 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van 8 januari 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende de weigering van de vergunning voor het veranderen van haar zandwinning, gelegen aan de Ganzeman- straat z/n te Huldenberg; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur St. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 5 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-17.073-1/4 Gelet op de beschikking van 21 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 december 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P.-J. VERVOORT die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat M. VANDEPUT die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord Adjunct-auditeur St. DE TAEYE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de Auditeur-generaal van 16 februari 2005, in zijn eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het onderhavige beroep is gericht tegen het besluit van 29 juni 1998 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling waarbij het beroep dat de verzoekende partij had aangetekend tegen het besluit van 8 januari 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende de weigering van de vergunning voor het uitbreiden van een zandwinning, gelegen aan de Ganzemanstraat z/n te Huldenberg, op percelen, kadastraal gekend afdeling 3, sectie B2, perceelnummer 347/L, 347/M, 281/C en 368, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; dat de motieven die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit de volgende zijn : “Gelet op de ligging van de inrichting in ontginningsgebied met nabestemming agrarisch gebied, volgens het gewestplan Leuven, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 januari 1994; Overwegende dat op 27 mei 1997 een wijziging van het gewestplan voorlopig werd vastgesteld door de Vlaamse regering; dat de wijziging voorziet dat de bestemming als ontginningsgebied grotendeels omgeschakeld wordt naar gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen (voor een waterspaarbek- ken), met in het noorden een zeer klein gedeelte landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat deze gewestplanwijziging definitief werd goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998; Overwegende dat vanuit het oogpunt van de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten gesteld kan worden dat de exploitatie van de inrichting die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, niet verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedebouwkundige voorschriften; (...) VII-17.073-2/4 Overwegende dat een evaluatie inzake de geraamde milieu-effecten van huidige aanvraag geen afbreuk doet aan de ongunstige overwegingen inzake de stedenbouwkundige aspecten; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat het beroep ongegrond te verklaren en de bestreden beslissing te bevestigen”; Overwegende dat bij ‘s Raads arrest nr. 147.725 van 20 juli 2005 het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Leuven op het grondgebied van de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Haacht, Herent, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenberg, Leuven, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar en Tervuren, wordt vernietigd, onder meer voor wat betreft de in de onderhavige zaak betrokken percelen; Overwegende dat bijgevolg ambtshalve moet worden vastgesteld dat de bestreden beslissing steunt op een reglementaire bepaling die ingevolge het voormelde vernietigingsarrest geacht moet worden in rechte nooit te hebben bestaan; dat die beslissing derhalve onwettig is; dat de verwerende partij deze vaststelling overigens niet betwist, nu ze ter terechtzitting verklaarde zich ter zake te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State, BESLUIT: Artikel
  3. Vernietigd wordt het besluit van 29 juni 1998 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling waarbij het beroep dat de n.v. DE KOCK had aangetekend tegen de beslissing van 8 januari 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende de weigering van de vergunning voor het veranderen van haar zandwinning, gelegen aan de Ganzemanstraat z/n te Huldenberg, ongegrond wordt bevonden en het beroepen besluit wordt bevestigd; Artikel
  4. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. VII-17.073-3/4 Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig april tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-17.073-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.795 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.