id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.796 Rolnummer: A. 117947/VII-26024 Zaak: Arrest 157796 - - 20/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 17:43 Fiche Arrest nr 157.796 van 20 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.796 van 20 april 2006 in de zaak A. 117.947/VII-26.
- In zake : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Werkgelegenheid, die woonplaats kiest bij advocaat D. GERARD, kantoor houdende te BRUSSEL, Bronstraat 68 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstaat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Belgische Staat op 11 maart 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "artikel 43 van het besluit van 5 oktober 2001 van de Vlaamse Regering houdende de normen voor preventie van brand en ontploffing, waaraan de erkende kinderdagverblijven moeten voldoen"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 3 november 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-26.024-1/4 Gelet op de beschikking van 27 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 maart 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. JACUBOWITZ die, loco advocaat D. GERARD verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. DECLERCQ die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit het verzoekschrift blijkt dat het voorwerp van de vordering beperkt is tot de nietigverklaring van de laatste zin van artikel 43, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2001 houdende de normen voor de preventie van brand en ontploffing, waaraan de erkende kinderdagverblijven moeten voldoen; Overwegende dat dit artikel als volgt luidde : ?Art.
- Onverminderd de bevoegdheid van de federale minister die de binnenlandse zaken in zijn bevoegdheid heeft om, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit, afwijkingen toe te staan van de federale basisnormen voor nieuwe gebouwen, kan de raad van bestuur van Kind en Gezin, op eensluidend advies van de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur, afdeling Gesubsidieerde Infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap afwijkingen toestaan, indien het onmogelijk is om te voldoen aan een of meer specificaties bij dit besluit. Alternatieve oplossingen moeten een veiligheidsniveau bieden dat ten minste gelijk is aan het niveau, vereist in de voorschriften waarvoor een afwijking wordt gevraagd. Voor de gebouwen waarin werknemers worden tewerkgesteld, is het voorafgaand gunstig advies vereist van de federale minister die de tewerkstelling en de arbeid in zijn bevoegdheid heeft”; Overwegende dat, door het besluit van de Vlaamse regering van 15 juli 2002 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2001 houdende de normen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de erkende kinderdagverblijven moeten voldoen, de bestreden bepaling in het laatste lid van artikel 43 van het voormelde besluit van 5 oktober 2001 werd geschrapt; VII-26.024-2/4 Overwegende dat, door het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende de oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de kinderdagverblijven, de initiatieven voor buitenschoolse opvang en de mini-crèches, artikel 43 van het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2001 als volgt werd vervangen: "Art.
- §
- Onverminderd de bevoegdheid van de federale minister van binnenlandse zaken om, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit, afwijkingen toe te staan van de federale basisnormen voor nieuwe gebouwen, kan de minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, op eensluidend advies van de technische commissie brandveiligheid afwijkingen toestaan, indien het onmogelijk is om te voldoen aan een of meer specificaties van dit besluit. §
- Om voor een afwijking in aanmerking te komen, moet een alternatieve oplossing voorgesteld worden, die een veiligheidsniveau biedt dat ten minste gelijk is aan het niveau dat vereist is volgens het voorschrift waarvan de afwijking wordt gevraagd"; Overwegende dat de verzoekende partij zich, in haar laatste memorie, aansluit bij het auditoraatsverslag, hetwelk besluit tot de onontvankelijkheid van de vordering wegens gebrek aan actueel belang; dat zij vraagt de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen gelet op de reden die tot de onontvankelijk- heid van haar vordering leidt; Overwegende dat de verwerende partij, in haar laatste memorie, om dezelfde reden besluit dat de vordering doelloos is geworden, en stelt dat de Raad "verder zal oordelen over de kosten"; Overwegende dat de bestreden bepaling niet langer bestaat en de verzoekende partij toegeeft geen actueel belang meer te hebben bij haar vordering; dat de vordering wegens gebrek aan actueel belang onontvankelijk is; Overwegende dat, gelet op de omstandigheden eigen aan de zaak, het gepast voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, VII-26.024-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig april tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-26.024-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.796 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.