id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.800 Rolnummer: A. 129030/VII-36532 Zaak: Arrest 157800 - - 20/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-04-28 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 17:45 Fiche Arrest nr 157.800 van 20 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.800 van 20 april 2006 in de zaak A. 129.030/XIV-12.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat G. KLAPWIJK, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Overwinningstraat 71 A tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 7 november 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 3 oktober 2002 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 4 december 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 25 november 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 27 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-12.477-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. KLAPWIJK, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché D. HANOULLE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker komt België binnen op 21 juli 2000 en verklaart zich op 24 juli 2000 vluchteling. 1.
- Op 4 december 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 3 oktober 2002 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Deze luidt als volgt: “(...) Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. De Dienst Vreemdelingenzaken krijgt een kopie van deze beslissing. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag onontvankelijk is. U heeft immers, zonder geldige reden, geen gevolg gegeven binnen de maand aan de vraag om inlichtingen vervat in de brief die u aangetekend werd verstuurd op 14.08.2002 op uw gekozen woonplaats. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de vijf dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.). U kan tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring of/en een beroep tot schorsing, eventueel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, instellen voor de afdeling Administratie van de Raad van State. Deze beroepen zijn niet opschortend. (...).”.
- Over de toepassing van artikel 26 van het voormeld koninklijk besluit van 9 juli
- XIV-12.477-2/5 2.
- Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat in zijn verslag van oordeel is dat de zaak kan worden afgedaan met korte debatten, omdat het beroep onontvankelijk ratione temporis is; dat in het auditoraatsverslag derhalve de toepassing wordt voorgesteld van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; 2.
- Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting aanvoert dat het verzoekschrift tot dringend beroep bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen werd opgesteld door een sociaal assistente van CARITAS en dat deze persoon een foutief adres heeft vermeld, dat daarnaast het verzoekschrift nog een verkeerd OV nummer draagt en foutieve data vermeldt, zodat duidelijk is dat de sociaal assistente voorliggend dossier met een ander heeft verward, dat zij in een schrijven van 21 november 2005 heeft toegegeven dat zij een fout heeft gemaakt, dat verzoeker Frans noch Nederlands leest of schrijft, dat hij het document opgesteld door de sociaal assistente weliswaar heeft ondertekend, doch dat hij dit niet kon lezen, dat hij bij hetzelfde schrijven een door hem handgeschreven verzoekschrift in het Nepalees voegde, waarin hij wel degelijk het enige juiste adres opgaf, dat de wet geen bijzondere voorwaarden stelt, zodat het in het Nepalees gestelde verzoekschrift evenzeer een geldig verzoekschrift was en dat de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen met dit verzoekschrift, en het daarin gestelde adres, rekening had moeten houden, zodat de betekening werd gedaan aan het foute adres, en het beroep derhalve alsnog tijdig is; 2.
- Overwegende dat verzoekers eerste middel verband houdt met feitelijke gegevens; dat verzoekers aangetekend schrijven van 14 december 2000 waarbij hij dringend beroep indiende, inderdaad twee documenten bevat, een gesteld in het Nepalees en een gesteld in het Frans; dat het Franse document als adres opgeeft te 4800 VERVIERS, en het Nepalese verzoekschrift, te 1210 Sint-Joost-ten-Node; dat beide documenten integraal deel uitmaken van het beroep en dat bij vergelijking van beide documenten op het eerste zicht niet kan worden uitgemaakt op welk van beide adressen verzoeker zijn gekozen woonplaats vestigt; dat zelfs indien zou komen vast te staan dat de vermeldingen op de verzoekschriften geen uitdrukkelijke wijziging van de gekozen woonplaats bevatten, uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker van in het begin uitdrukkelijk woonplaats heeft gekozen op het adres in Sint-Joost-ten-Node (document bijlage 26 bis); dat de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen derhalve bij het versturen van de vraag om inlichtingen geen rekening heeft gehouden met alle gegevens van het verzoekschrift, en evenmin met de gegevens van het administratief dossier; dat hij aldus zijn zorgvuldigheidsverplichting heeft miskend; dat het eerste middel niet kennelijk ongegrond is; 2.
- Overwegende dat, nu uit voorafgaande uiteenzetting blijkt dat de kamer het niet eens is met de conclusies van het verslag, het beroep tot nietigverklaring, XIV-12.477-3/5 overeenkomstig de artikelen 21 tot 25 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt voortgezet;
- Over de vordering tot schorsing. 3.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat artikel 3, 5/, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen vereist dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten moet bevatten die kan aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat deze bepaling zo dient te worden opgevat dat de verzoekende partij zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan; dat het de Raad van State mogelijk moet zijn met voldoende precisie in te schatten of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartijen mogelijk moet zijn om zich tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen; dat de verzoekende partij gegevens dient aan te voeren die, enerzijds, wijzen op de ernst van het nadeel dat zij ondergaat of kan ondergaan, hetgeen concreet betekent dat zij aanduidingen moet geven omtrent de aard en de omvang van het te verwachten nadeel, en, die, anderzijds, wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel; 3.
- Overwegende dat verzoeker het volgende nadeel uiteenzet in het verzoekschrift: “Gelet op de uitvoering van he bevel om het grondgebied te verlaten dat volgt op de bestreden beslissing met als gevolg dat verzoeker terug naar Nepal zal worden gebracht, dient er voor zijn leven en vrijheid te worden gevreesd; Dat verzoeker niet werd verhoord door verwerende partij; Dat de bestreden beslissing niet op afdoende wijze is gemotiveerd; Dat de huidige situatie voor verzoeker, gezien zijn politieke activiteiten en de vervolgingen die daaruit voor hem zijn voortgekomen, in Nepal bijzonder gespannen is geworden, zeker in het licht van de recente ontwikkelingen in dit land; XIV-12.477-4/5 Dat een terugleiding van verzoeker naar zijn land van herkomst ongetwijfeld voor hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal berokkenen;”; 3.
- Overwegende dat de uiteenzetting van verzoeker van het vereiste nadeel niet beantwoordt aan de voorgaande criteria; dat het betoog te algemeen en te summier is; dat zijn beweringen nergens worden geconcretiseerd, noch toegepast op zijn persoonlijke situatie; dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State cumulatief opgelegde voorwaarden, zodat de vordering tot schoring dient te worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De behandeling van het beroep zal worden verdergezet overeenkomstig de artikelen 21 tot 24 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Artikel
- De kosten worden voorbehouden. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig april tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-12.477-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.800 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.