← België

Arrest 157858 - - 24/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.858 Rolnummer: A. 123163/IX-3409 Zaak: Arrest 157858 - - 24/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-06 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 17:54 Fiche Arrest nr 157.858 van 24 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.858 van 24 april 2006 in de zaak A. 123.163/IX-

  1. In zake : Jan VAN HEMELDONCK, die woonplaats kiest bij advocaat B. MARTENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 106 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus
  2. D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan VAN HEMELDONCK op 28 juni 2002 ingediend heeft om in hoofdorde de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 24 april 2002 waarbij het aantal notarissen in het gerechtelijk arrondissement Turnhout op 43 gebracht wordt en de nieuwe standplaats gevestigd wordt te Herentals (deelgemeente Noorderwijk) en in ondergeschikte orde die van minstens de vermelding "deelgemeente Noorderwijk"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-3409-1/19 Gelet op de beschikking van 7 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 maart 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. ANNAERT, die loco advocaat B. MARTENS verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. PEETERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak samengevat kunnen worden als volgt : 1.
  4. Verzoeker is notaris met standplaats te Olen. De gemeente Olen behoort tot het kanton Herentals in het gerechtelijk arrondissement Turnhout. 1.
  5. Bij koninklijk besluit van 6 januari 1997 wordt het aantal notariële standplaatsen in het gerechtelijk arrondissement Turnhout vastgesteld op
  6. IX-3409-2/19 1.
  7. Op basis van het aantal inwoners op 31 december 1999, medegedeeld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek, wordt bij koninklijk besluit van 22 december 2000 de bevolking van de kantons van de vredegerechten en de indeling ervan in twee klassen vastgesteld. Blijkens dat koninklijk besluit telt het arrondissement Turnhout 406.199 inwoners, hetgeen het maximum wettelijk toegelaten aantal notarissen op 45 brengt. 1.
  8. Op verzoek van de minister van Justitie brengen de voorzitter van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout en de voorzitter van deze rechtbank advies uit omtrent de leefbaarheid en de geografische spreiding van de op te richten kantoren met een voorstel waar de nieuwe standplaatsen vastgesteld kunnen worden. 1.4.
  9. Op 22 maart 2001 stelt de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen voor om, onder meer, in de stad Herentals (gebied van de volledige fusiegemeente) een nieuwe standplaats op te richten. Gesteld wordt dat die oprichting bijdraagt “tot een betere geografische spreiding van de dienstverlening en (...) de leefbaarheid en onafhankelijkheid van de notarissen in de bestaande standplaatsen en in de nieuw op te richten standplaats niet in het gedrang (brengt)”. 1.4.
  10. Met brief van 2 april 2001 deelt de procureur des Konings te Turnhout aan de minister van Justitie mede dat hij zich volledig bij dat advies aansluit. 1.4.
  11. Op 30 april 2001 brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout advies uit. Wat de spreiding van de kantoren betreft, sluit hij zich aan bij het advies van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, al wijst hij op “het relatieve belang van de regionale spreiding, rekening houdende met de mobiliteit van de hedendaagse mens”. Ook hij adviseert een nieuwe standplaats in Herentals op te richten. IX-3409-3/19 1.4.
  12. Op 11 december 2001 deelt de voorzitter van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, naar aanleiding van een onderhoud met een medewerker van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie (dienst Personeelszaken), een bijkomend advies mede. De voorzitter bevestigt dat er voor de nieuwe standplaats te Herentals geen enkel voorbehoud is. 1.
  13. Bij koninklijk besluit van 16 november 2001 tot bepaling van de bevolking van de gerechtelijke kantons wordt het aantal inwoners van het arrondissement Turnhout op 31 december 2000 vastgesteld op 407.
  14. Het wettelijk toegelaten aantal notarissen blijft dus op
  15. 1.
  16. Bij koninklijke besluiten van 24 april 2002 wordt het aantal notarissen in het gerechtelijk arrondissement Turnhout respectievelijk op 42, 43, 44 en 45 gebracht. Er worden nieuwe standplaatsen gevestigd te Geel (42ste) , Herentals (deelgemeente Noorderwijk) (43ste), Beerse (44ste) en Lille (deelgemeente Gierle) (45ste). 1.
  17. Het besluit om een standplaats te vestigen te Herentals (deelgemeente Noorderwijk) wordt bestreden met het onderhavige beroep. De terzake relevante motieven van dat besluit luiden als volgt : “...... Overwegende dat de adviezen van de rechterlijke overheden en van het Genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen werden ingewonnen omtrent de oprichting van bijkomende notariaten; Overwegende dat deze adviezen genuanceerd zijn omtrent de oprichting van vier nieuwe notariaten; Overwegende dat het Genootschap in een eerste advies voorstelt om een nieuwe standplaats op te richten te Herentals, Hoogstraten en Lille, telkens voor de hele fusiegemeente; dat de creatie van deze kantoren in fasen zou moeten geschieden, zodat aan de hand van nieuwe en meer uitgebreide gegevens bijsturing mogelijk wordt op het ogenblik van de oprichting van een nieuwe standplaats; dat er op aangedrongen wordt om toepassing te maken van artikel 31, derde lid, van de ventôsewet die stelt dat ‘het aantal ingevulde plaatsen nooit minder mag bedragen dan het wettelijk aantal plaatsen verminderd met één’, en geen vierde notariaat op te richten; IX-3409-4/19 Overwegende dat het Genootschap in een bijkomend advies voorstelt om de nieuwe standplaatsen te vestigen te Herentals en te Geel en desbetreffend geen enkel voorbehoud maakt noch betreffende de standplaatsen, noch betreffende het tijdstip van openverklaring van deze standplaatsen; dat ze stelt dat het vestigen van een nieuwe standplaats te Lille dient herzien, minstens uitgesteld moet worden; dat ze meent dat voor de voorgestelde nieuwe standplaats Hoogstraten er rekening moet gehouden worden met de buitengewone invloed die de vestiging van veel Nederlanders teweegbrengt; dat ze meent dat eerder een meer centraler nieuwe standplaats moet worden voorzien in de regio Beerse, Rijkevorsel, Vosselaar, waar in de gemeente Beerse een groot overtal is aan bevolking; Overwegende dat de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout zich integraal aansluit bij de zienswijze van het Genootschap; Overwegende dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van oordeel is dat, inzake de leefbaarheid van de notariële kantoren, er geen twijfel kan over bestaan dat in het gerechtelijk arrondissement Turnhout de verhoging van de kantoren met vier eenheden geen enkel probleem kan zijn; Overwegende dat hij derhalve van mening is dat er geen enkele reden voor handen is om geen vier nieuwe standplaatsen op te richten en stelt Herentals, Hoogstraten, Lille (Gierle) en Arendonk voor; dat hij tevens de nadruk legt op het relatieve belang van de regionale spreiding, rekening houdend met de mobiliteit van de hedendaagse mens; Overwegende dat er kan overgegaan worden tot de oprichting van vier notariaten in het gerechtelijk arrondissement Turnhout; dat alzo de zienswijze van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout gevolgd wordt waarin hij stelt dat er geen enkele reden is om in het gerechtelijk arrondissement Turnhout geen vier notariaten op te richten; dat qua het verlijden van het aantal akten en de gestorte registratierechten het gerechtelijk arrondissement Turnhout tot de drie beste van het Rijk behoort; Overwegende dat bij de inplanting van de kantoren moet rekening worden gehouden enerzijds met een geografische spreiding binnen de gerechtelijke kantons, zoals ze sedert 1 september 2001 werden vastgelegd en anderzijds met de leefbaarheid van het op te richten kantoor en de kantoren in de onmiddellijke omgeving; Overwegende dat het ‘gelijkheidsbeginsel’ niet kan inhouden dat de nieuwe standplaats zou worden gevestigd op een gelijke afstand van de bestaande notariskantoren, hetgeen onmogelijk is; Overwegende dat na onderzoek gebleken is dat achtereenvolgens in de gerechtelijke kantons Hoogstraten, Herentals, en Geel het hoogste bevolkingsoverschot hebben, en er dus logischerwijze in deze kantons dient opgericht te worden; Overwegende dat de stad Herentals samengesteld is uit Herentals zelf en de deelgemeenten Noorderwijk en Morkhoven; dat de centrumgemeente Herentals meer dan 18.000 inwoners telt; dat de twee deelgemeenten samen bijna zevenduizend inwoners tellen; Overwegende dat Herentals centrum met twee notarissen voor meer dan 18.000 inwoners, volkomen overeenstemt met het wettelijk criteria; dat het IX-3409-5/19 bevolkingsoverschot van de stad Herentals bijgevolg volledig te zoeken is in de deelgemeenten Noorderwijk en Morkhoven; dat de deelgemeente Noorderwijk het meest aantal inwoners telt en centraler gelegen is dan Morkhoven, dat grenst aan de rand van het gerechtelijk arrondissement; dat het bijgevolg aangewezen is om de nieuwe standplaats te vestigen te Herentals (deelgemeente Noorderwijk); Overwegende dat één van de twee notariaten gevestigd in de stad Herentals zeer bloeiend is, en het andere zeer goed leefbaar is; dat de omliggende kantoren bloeiend tot zeer bloeiend zijn; Overwegende dat Herentals behoort tot de vier echt stedelijke gebieden van het arrondissement en door het ‘Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen’ erkend wordt als economisch knooppunt; dat het gelegen is aan het Albertkanaal, een gebied waaraan op economisch vlak een hoge waarde gegeven wordt en het tevens behoort tot de Kempische As; Gelet op de positieve bevolkingsaangroei van de stad Herentals en zijn belangrijke ligging op de verbindingsas Antwerpen- Hasselt- Tongeren- Luik; Overwegende dat een inplanting te Herentals (deelgemeente Noorderwijk) perfect voldoet aan een betere geografische spreiding zowel binnen het kanton zelf, als over de kantons van het gerechtelijk arrondissement heen; Overwegende dat het bijgevolg om de voormelde redenen, in het belang van het notariaat en in het algemeen belang aangewezen is een bijkomend notariaat op te richten en de standplaats te Herentals (deelgemeente Noorderwijk) vast te stellen;”.
  18. De ontvankelijkheid wat het in ondergeschikte orde bestreden voorwerp betreft. 2.
  19. Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vermelding “deelgemeente Noorderwijk” niet van het bestreden besluit afgesplitst kan worden en dat een nietigverklaring beperkt tot dat gedeelte ervan, zoals verzoeker in bijkomende orde vraagt, neer zou komen op een wijziging van het bestreden besluit, waarvoor de Raad van State niet bevoegd is; dat volgens haar verzoeker bovendien geen belang heeft bij die gedeeltelijke vernietiging, aangezien de notaris die in de standplaats Herentals benoemd zou worden zich zou mogen vestigen in de deelgemeente of de wijk die hem het beste uitkomt en het derhalve niet uitgesloten is dat hij zijn kantoor in de deelgemeente Noorderwijk zou vestigen; 2.
  20. Overwegende dat verzoeker van mening is dat de Raad van State het bestreden besluit gedeeltelijk kan vernietigen zonder aan de appreciatiebevoegdheid van de bevoegde overheid afbreuk te doen of in de plaats te IX-3409-6/19 treden van die overheid; dat bovendien de vernietiging van de woorden “deelgemeente Noorderwijk” tot gevolg zou hebben dat de standplaats uitsluitend in het centrum van Herentals en niet in de deelgemeente Noorderwijk gevestigd zou kunnen worden; 2.3.
  21. Overwegende dat de Raad van State een administratieve rechtshandeling enkel gedeeltelijk kan vernietigen indien het vernietigde gedeelte van die rechtshandeling geen onafscheidbaar geheel vormt met het overige gedeelte dat niet vernietigd wordt, met andere woorden wanneer de bepalingen ervan geen samenhangend onverbrekelijk geheel vormen en de auteur ervan dat als zodanig ook niet gewild heeft; dat anders de rechter zou beslissen in de plaats van de bestuursoverheid, wat hem ontzegd is; 2.3.
  22. Overwegende dat, zoals hierna zal blijken, de Koning bij het bepalen van de standplaatsen van de notarissen over een appreciatiebevoegdheid beschikt en de Raad van State zijn beoordeling dienaangaande niet vermag in de plaats van die van de overheid te stellen; dat de Raad van State derhalve, wanneer hij zou vaststellen dat de beslissing om een notariële standplaats in de deelgemeente Noorderwijk te vestigen onwettig is, niet in de plaats van de overheid mag beslissen dat die standplaats in het centrum van Herentals of gelijk waar op het grondgebied van die gemeente moet komen; dat die standplaats immers eventueel ook elders gevestigd zou kunnen worden; dat het beroep, wat zijn voorwerp in ondergeschikte orde betreft, dan ook niet ontvankelijk is;
  23. De grond van de zaak. 3.1.1.
  24. Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 31 van de wet van 25 ventôse jaar XI (16 maart 1803) op het notarisambt, van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de zorgvuldigheidsplicht, het redelijkheids- en het motiveringsbeginsel, doordat “het bestreden besluit een nieuwe standplaats opricht te Noorderwijk, zonder rekening te houden met het wettelijk criterium van één notaris per 9.000 inwoners en zonder IX-3409-7/19 rekening te houden met de spreidingsplicht en de leefbaarheid van het naastgelegen notariskantoor”; dat volgens verzoeker de oprichting van een notariële standplaats in de deelgemeente Noorderwijk tot gevolg heeft dat er meer dan één notaris is voor 9.000 inwoners: de deelgemeente Noorderwijk is immers gescheiden van de hoofdgemeente Herentals door een kanaal en een autosnelweg, waardoor de bijkomende standplaats aangewezen zal zijn op het cliënteel te Olen, waar verzoekers kantoor gevestigd is; hierdoor zullen er twee notarissen zijn voor een bevolking van 15.957 inwoners (4.987 inwoners voor de deelgemeente Noorderwijk en 10.970 inwoners voor de gemeente Olen); dat verzoeker stelt dat zulks strijdig is met de ratio legis van het voormelde artikel 31 en dat door de oprichting van een standplaats in de deelgemeente Noorderwijk derhalve niet gezorgd wordt voor een evenwichtige spreiding van de standplaatsen, doch integendeel een onevenwicht gecreëerd wordt, wat niet het geval geweest zou zijn indien de standplaats in de stad Herentals zelf gevestigd zou worden; dat hij vervolgt dat bovendien niet werd nagegaan wat de gevolgen zijn van de oprichting van de standplaats voor de leefbaarheid van de kantoren in de onmiddellijke omgeving, daar waar een studie zou hebben uitgewezen dat de kantoren in Noorderwijk en Olen zich richten tot hetzelfde publiek en dat daarbij komt dat het door de oprichting van een nieuwe standplaats op een klein grondgebied voor verzoeker onmogelijk wordt om een associatie van notarissen op te richten; 3.1.1.2 Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat de Koning bij de geografische locatie van nieuwe standplaatsen rekening moet houden met de aanspraak van de rechtsonderhorigen op een toegankelijke en bereikbare dienstverlening, met de geografische spreiding van de standplaatsen en met de mogelijkheid voor de notarissen om een economisch leefbaar kantoor uit te bouwen om zo een zekere welstand te kunnen bereiken; dat wat de geografische spreiding van de standplaatsen betreft de Koning volgens haar niet automatisch gebonden is door de bevolkingsaantallen per kanton of per gemeente, maar beschikt over een discretionaire beoordelingsmarge: de Koning kan dus in een bepaald kanton of in een bepaalde gemeente een standplaats creëren, zelfs indien het bevolkingsoverschot in dat kanton of in die gemeente kleiner is dan 9.000 inwoners; bovendien blijkt uit de IX-3409-8/19 meest recente bevolkingscijfers, zowel van het kanton Herentals als van de stad Herentals, dat er voldoende inwoners zijn om een nieuwe standplaats te kunnen oprichten; dat de verwerende partij stelt haar beslissing te hebben genomen na onderzoek van de ingewonnen adviezen, waarin de oprichting van een nieuwe standplaats in Herentals gunstig werd geadviseerd; dat volgens haar verzoeker niet aantoont dat de oprichting van een standplaats in Herentals kennelijk onredelijk zou zijn; dat het bestreden besluit bovendien voldoet aan de materiële motiveringsplicht, aangezien rekening werd gehouden met een evenwichtige geografische spreiding en de beslissing steunt op correcte feitelijke gegevens, zoals de bevolkingscijfers van het arrondissement, per kanton en per gemeente; dat wat de economische leefbaarheid van de bestaande kantoren en het op te richten kantoor betreft, de verwerende partij meent dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat de deelgemeente Noorderwijk dermate afgescheiden is dat het nieuw op te richten kantoor geen cliënteel uit de stad Herentals zou kunnen aantrekken: volgens het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen is Olen een economisch knooppunt en is de hele stad Herentals stedelijk gebied en als dusdanig eveneens een economisch knooppunt; dat uit de gegevens betreffende het aantal verleden akten en de geïnde registratierechten blijkt dat verzoeker een zeer goed resultaat behaalde en een bloeiende praktijk heeft en dat hij niet bewijst dat de verwerende partij de economische leefbaarheid van de betrokken bestaande kantoren of van het nieuw op te richten kantoor kennelijk onredelijk beoordeeld heeft; 3.1.1.
  25. Overwegende dat verzoeker repliceert dat de verwerende partij onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat de deelgemeente Noorderwijk veeleer aansluit bij de gemeente Olen, waar verzoekers kantoor gevestigd is, dan bij de stad Herentals en dat de adviesverlenende overheden geadviseerd hadden om de nieuwe standplaats in het centrum van de stad Herentals te vestigen, en de verwerende partij niet motiveert waarom zij van die adviezen afwijkt door de standplaats in de deelgemeente Noorderwijk te vestigen; dat wat de leefbaarheid van de kantoren betreft, verzoeker van oordeel is dat de leefbaarheid van de nieuwe standplaats niet gewaarborgd is, aangezien de deelgemeente Noorderwijk door het Albertkanaal en de Boudewijnautosnelweg van de stad Herentals afgesloten is en deze deelgemeente nauw aansluit bij het gebied waar verzoekers kantoor IX-3409-9/19 gelegen is; dat de opdeling van de notariële dienstverlening in meerdere kleine kantoren volgens hem bovendien geen goede evolutie is voor de dienstverlening aan de bevolking, aangezien er geen economisch draagvlak meer is voor de vorming van associaties, terwijl de toenemende complexiteit van de dossiers die evolutie noodzakelijk maakt om de belangen van de rechtzoekenden beter te kunnen behartigen; 3.1.1.4 Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie stelt dat Herentals een steeds belangrijker wordend economisch knooppunt in volle ontwikkeling is dat meer nood heeft aan een bijkomend notarieel kantoor dan het rurale Noorderwijk; dat het stedelijke Herentals steeds meer klanten aanzuigt, ook van op het platteland, waardoor verzoeker, die voornamelijk een ruraal cliënteel heeft, niet enkel klanten ziet wegvloeien naar Herentals, maar nu ook een deel naar het zich op 1,4 km afstand bevindende kantoor te Noorderwijk; dat hij opmerkt dat de verwerende partij zelf toegeeft in punt 24, alinea 4 van haar memorie van antwoord dat ze geen afweging gemaakt heeft van de individuele wisselwerking tussen de nieuwe standplaats en het kantoor van verzoeker; dat 40% van de transacties van verzoeker afkomstig zijn uit Noorderwijk; dat na cijferanalyse blijkt dat uit hetzelfde aantal van 18 000 inwoners verzoeker slechts de helft van het aantal akten haalt van de bestaande kantoren in Herentals; dat het bevolkingsaantal van Morkhoven niet opgeteld kan worden bij dat van Noorderwijk en Olen, aangezien Morkhoven geografisch gericht is op Westerlo en Hulshout, Morkhoven zich tevens op de rand van het arrondissement bevindt en daardoor deels gericht is op Heist op den Berg en ook de rand van Olen eerder gericht is op Geel en Lichtaart; dat de verwerende partij haar beslissing niet genomen heeft na onderzoek van de ingewonnen adviezen, daar deze adviezen zich gunstig uitspreken over de oprichting van een standplaats in Herentals stad, dus het centrum van Herentals; dat de mogelijkheid tot associatie belangrijk is voor de leefbaarheid van een kantoor en dat bij een associatie met het kantoor te Noorderwijk verzoeker, tengevolge van artikel 52 van hoger vermelde wet, een ongelijke behandeling zou krijgen ten aanzien van de notarissen met standplaats te Herentals bij het uitstappen uit die associatie; IX-3409-10/19 3.1.1.
  26. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie stelt dat de Kamer van het Genootschap van Notarissen in haar advies spreekt van “Stad Herentals, gebied van de volledige fusiegemeente” als mogelijke nieuwe standplaats, een advies waarbij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout zich aansloot, waardoor de bewering van verzoeker, dat in deze adviezen enkel gunstig geadviseerd werd voor de oprichting van een nieuwe standplaats in het centrum van Herentals, manifest onjuist is; dat, in zoverre verzoeker een verschil in behandeling opwerpt ten aanzien van notarissen met standplaats te Herentals, de Raad onbevoegd is om artikel 52 van hoger vermelde wet te toetsen aan de Grondwet; 3.1.2.
  27. Overwegende dat luidens artikel 31 van de voornoemde wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt het getal en de spreiding van de notariskantoren evenals de standplaatsen door de Koning derwijze bepaald worden dat er niet meer dan één notaris is per 9.000 inwoners in de gerechtelijke arrondissementen met meer dan 250.000 inwoners; dat volgens de stelling van verzoeker op basis van dat criterium de nieuwe standplaats niet in de deelgemeente Noorderwijk, maar in het centrum van Herentals opgericht zou moeten worden; dat echter, in zoverre artikel 31 de Koning verplicht tot een spreiding van de notariskantoren en dus ook van de standplaatsen binnen elk gerechtelijk arrondissement op basis van bevolkingscijfers, zulks niet impliceert dat die verdeling strikt per gemeente of per kanton moet worden doorgevoerd, wijl artikel 31 voornoemd geen enkele verwijzing naar die gebiedsindelingen bevat; dat weliswaar de spreiding evenwichtig over het arrondissement moet zijn, doch zulks niet inhoudt dat er in iedere gemeente ten hoogste één notaris is per 9.000 inwoners; dat het de Koning toekomt te bepalen volgens welke criteria die spreiding zal worden verwezenlijkt; dat zijn bevoegdheid daartoe discretionair is doch niet willekeurig; dat die criteria verband moeten houden met terzake relevante gegevens, zoals de openbare dienstverlening door de notaris enerzijds en de leefbaarheid van het kantoor anderzijds; 3.1.2.
  28. Overwegende dat in zoverre verzoeker betoogt dat de deelgemeente Noorderwijk geografisch gescheiden is van het centrum van de stad IX-3409-11/19 Herentals en die deelgemeente eerder bij de gemeente Olen aansluit, waar zijn kantoor gevestigd is, en er door de oprichting van een standplaats in de deelgemeente Noorderwijk twee notarissen zouden zijn voor slechts 15.957 inwoners, hierbij opgemerkt dient te worden dat de deelgemeente Morkhoven in hetzelfde gebied ligt; dat zoals overigens wordt vastgesteld in het bestreden besluit, indien men het aantal inwoners van de deelgemeenten Noorderwijk en Morkhoven samentelt met dat van de gemeente Olen, men dan het bevolkingsaantal van 18.000 inwoners benadert, hetgeen ook in de visie van verzoeker de oprichting van een bijkomende standplaats kan verantwoorden; dat verzoeker dit weliswaar betwist in zijn laatste memorie door een uiteenzetting te geven over de geografische gerichtheid van deze gemeenten; dat hij dat echter in te algemene bewoordingen doet; dat verzoeker derhalve ten onrechte betoogt dat de oprichting van een notariële standplaats in de deelgemeente Noorderwijk afbreuk doet aan een evenwichtige spreiding van de notariskantoren op basis van het bevolkingsaantal; 3.1.2.
  29. Overwegende dat de kamer van het genootschap van notarissen in haar advies spreekt van “Stad Herentals, gebied van de volledige fusiegemeente” als mogelijke nieuwe standplaats, een advies waarbij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout zich aansloot; dat de adviezen dus de optie van Noorderwijk als mogelijke nieuwe standplaats insluiten en er geen sprake kan zijn van advisering die enkel Herentals centrum als mogelijke nieuwe standplaats voordraagt; dat dit laatste enkel wordt vermeld onder de rubriek “evaluatie van de ingezamelde gegevens en opmerkingen”; 3.1.2.
  30. Overwegende wat betreft verzoekers stelling dat geen rekening werd gehouden met de leefbaarheid van de betrokken kantoren, dat het bestreden besluit vaststelt “dat één van de twee notariaten gevestigd in de stad Herentals zeer bloeiend is, en het andere zeer goed leefbaar is; dat de omliggende kantoren bloeiend tot zeer bloeiend zijn”; dat blijkens het administratief dossier de verwerende partij beschikte over de jaarlijkse repertoria met het aantal verleden akten en de bedragen van de geïnde registratierechten per kantoor; dat voor het jaar 2000 het aantal verleden akten voor verzoekers kantoor 907 bedroeg en er voor 107.011.094 BEF IX-3409-12/19 registratierechten werden geïnd; dat een gebrek aan individuele afweging van de wisselwerking tussen de nieuwe standplaats en het kantoor van verzoeker alsook het waarschijnlijk verlies van cliënteel voor verzoeker niet impliceert dat de verwerende partij tekortgeschoten is bij haar plicht tot vrijwaring van de leefbaarheid van de notariskantoren; dat het bestreden besluit daaromtrent overigens vaststelt “dat het bevolkingsoverschot van de stad Herentals bijgevolg volledig te zoeken is in de deelgemeenten Noorderwijk en Morkhoven; dat de deelgemeente Noorderwijk het meest aantal inwoners telt en centraler gelegen is dan Morkhoven, dat grenst aan de rand van het gerechtelijk arrondissement”; dat de verplichting om te waken over de leefbaarheid van de notariskantoren niet inhoudt dat de verwerende partij de mogelijkheid moet waarborgen dat op een bepaalde plaats in de toekomst een leefbare associatie van notarissen gevormd kan worden; dat bij een ongelijke behandeling tengevolge van de toepassing van artikel 52 van hoger vermelde wet enkel het Arbitragehof en niet de Raad van State bevoegd is om dit wetsartikel te toetsen aan het gelijkheidsbeginsel uit artikel 10 en het beginsel van niet-discriminatie uit artikel 11 van de Grondwet; dat het middel niet gegrond is; 3.2.1.
  31. Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur, “doordat het bestreden besluit bij de oprichting van de nieuwe standplaats te Noorderwijk geen rekening heeft gehouden met de concrete gegevens van het dossier”; dat bovendien niet alle nuttige informatie opgevraagd werd, maar dat men louter ervan uitgegaan is dat de omliggende kantoren “bloeiend tot zeer bloeiend zijn”; dat verzoeker hierbij toelicht dat het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel geschonden werden, doordat geen rekening werd gehouden met de ligging van de omliggende notariskantoren, noch met de mogelijke gevolgen voor de bestaande kantoren: de verwerende partij is ervan uitgegaan dat de omliggende kantoren bloeiend tot zeer bloeiend zijn, zonder statistische gegevens na te gaan; evenmin wordt aangegeven om welke “omliggende kantoren” het gaat; bovendien gaan de opmerkingen in het bestreden besluit aangaande de stad Herentals niet op voor de deelgemeente Noorderwijk, die immers een zeer landelijk gebied is en geen IX-3409-13/19 centrumfunctie heeft zoals de stad Herentals; in de deelgemeente Noorderwijk is er ook geen sprake van een positieve bevolkingsaangroei en het bestreden besluit is niet gesteund op statistieken betreffende de deelgemeente Noorderwijk; dat verzoeker vervolgens betoogt dat het redelijkheidsbeginsel geschonden werd, omdat het bestreden besluit niet steunt op een evenwichtige afweging van de betrokken belangen en de verwerende partij op onredelijke wijze van haar beleidsvrijheid gebruik gemaakt heeft om lukraak een nieuwe standplaats te creëren; dat hij ten slotte meent dat het rechtzekerheids- en het vertrouwensbeginsel geschonden werden, doordat de verwerende partij, door in de deelgemeente Noorderwijk zonder voldoende zwaarwichtige rechtvaardigingsgrond een standplaats te vestigen, afgeweken is van een voordien gehanteerde vaste gedragslijn om slechts met grote omzichtigheid nieuwe standplaatsen te creëren; 3.2.1.
  32. Overwegende dat de verwerende partij stelt dat, wat de aangevoerde schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel betreft, het bestreden besluit steunt op de ingewonnen adviezen, het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en de officiële statistieken, meer bepaald in verband met het bevolkingsoverschot, de bevolkingsdichtheid, de bevolkingsaangroei, het aantal akten en de geïnde registratierechten; dat zij meent dat zij haar beleidsvrijheid overeenkomstig de eisen van de redelijkheid heeft uitgeoefend, aangezien zij rekening gehouden heeft met de geografische spreiding en de leefbaarheid van de notariskantoren en er niet blijkt dat haar besluit in wanverhouding staat tot de feiten waarop het gesteund is; dat zij ten slotte betoogt dat verzoeker in redelijkheid niet kon verwachten dat er geen bijkomende notariaten opgericht zouden worden en hij niet aantoont dat er desbetreffend enige belofte of toezegging werd gedaan; 3.2.1.
  33. Overwegende dat verzoeker repliceert, in verband met het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, dat de verwerende partij weliswaar bepaalde inlichtingen ingewonnen heeft, maar dat zij geen ernstige afweging gemaakt heeft in verband met de invloed van de oprichting van een bijkomende standplaats op de bestaande kantoren: het bestreden besluit bevat desbetreffend slechts een vage en algemene motivering en motiveert op geen enkele IX-3409-14/19 wijze de leefbaarheid en rendabiliteit van de bijkomende standplaats; bovendien heeft de verwerende partij niet onderzocht waarom zij is afgeweken van de adviezen van de kamer van het genootschap van notarissen en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout die de oprichting van een notariële standplaats in het centrum van Herentals hadden voorgesteld; dat verzoeker ook staande houdt dat de verwerende partij op kennelijk onredelijke wijze van haar beleidsvrijheid gebruik heeft gemaakt, aangezien zij niet op ernstige wijze onderzocht heeft of het opportuun was een bijkomende standplaats in de deelgemeente Noorderwijk op te richten; dat wat de aangevoerde schending van het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel betreft, hij verwijst naar de oprichting van een nieuwe standplaats in Heist-op-den- Berg, waar volgens hem de verwerende partij aldaar een andere gedragslijn gevolgd heeft omdat zij daar niet tot de oprichting van een standplaats in een specifieke deelgemeente overgegaan is, omwille van het risico voor de leefbaarheid van het nieuw op te richten kantoor alsook van de bestaande omliggende kantoren; 3.2.1.
  34. Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie de stelling van het auditoraatsverslag betwist dat de overheid haar beslissing om een standplaats in de deelgemeente Noorderwijk te vestigen omstandig en met redelijke argumenten heeft gemotiveerd; dat hij vooreerst opmerkt dat de verwerende partij geen echte concrete gegevens aanvoert ter aanduiding van de deelgemeente Noorderwijk, dat in de adviezen geen sprake is van de deelgemeente Noorderwijk, alleen van de “stad” Herentals, zodat bij de uiteindelijke beslissing aldus geen rekening gehouden werd met de ingewonnen adviezen; dat voor zover het auditoraatsverslag eraan herinnert dat de Raad van State enkel een kennelijk onredelijke beslissing mag vernietigen, verzoeker stelt dat wijl nergens in de adviezen sprake is van de deelgemeente Noorderwijk, wijl de overheid enkel adviseert om in het arrondissement Turnhout nieuwe notariaten op te richten, en wijl alle adviezen Herentals stad aanduiden als plaats waar de nieuwe standplaats moet komen, de specifieke aanwijzing van "deelgemeente Noorderwijk" in de bestreden beslissing een onjuist gebruik uitmaakt van de beleidsvrijheid; dat wat de verwijzing naar het bevolkingsoverschot te Noorderwijk en Morkhoven betreft, verzoeker verwijst naar zijn verzoekschrift tot annulatie en memorie van wederantwoord en hij opmerkt dat de bedrijven en andere IX-3409-15/19 rechtspersonen - die niet zijn opgenomen in de statistieken - zich voornamelijk bevinden in de stedelijke gebieden, in casu Herentals en dat zijn verwijzing naar het voorbeeld van Heist-op-den-Berg, tot doel had aan te tonen dat in andere gevallen van vastlegging van notariële standplaatsen, de leefbaarheid van omliggende kantoren een doorslaggevend argument is; dat hij ook verwijst naar Nijlen, waar de leefbaarheid in twijfel getrokken werd, niettegenstaande er daar ruim 20.000 inwoners zijn voor slechts één notaris, en naar Geel; 3.2.2.
  35. Overwegende dat in zoverre verzoeker de schending aanvoert van het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel omdat zonder onderzoek aangenomen zou zijn dat de omliggende kantoren “bloeiende kantoren” zijn, herhaald dient te worden dat de verwerende partij haar oordeel gebaseerd heeft op statistieken van het jaar 2000 betreffende het aantal verleden akten en de geïnde registratierechten per kantoor, waaruit bleek dat verzoeker in vergelijking met de twee notarissen uit Herentals stad respectievelijk bijna even goed als dubbel zo goed scoorde; dat de kamer van het genootschap van notarissen in haar advies spreekt van “Stad Herentals, gebied van de volledige fusiegemeente” als mogelijke nieuwe standplaats, een advies waarbij de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout zich aansloot, waardoor de adviezen de optie van Noorderwijk als mogelijke nieuwe standplaats insluiten en er geen sprake kan zijn van advisering die enkel Herentals centrum als mogelijke nieuwe standplaats voordraagt; dat waar verzoeker betoogt dat de motivering van het bestreden besluit “dat Herentals behoort tot de vier echt stedelijke gebieden van het arrondissement en door het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen erkend wordt als economisch knooppunt” en dat de stad Herentals een “positieve bevolkingsaangroei” kent niet geldt voor de deelgemeente Noorderwijk, hij voorbij gaat aan de vaststelling dat het bestreden besluit duidelijk motiveert waarom de standplaats meer specifiek in de deelgemeente Noorderwijk gevestigd wordt, met name dat Herentals centrum reeds twee notarissen voor 18.000 inwoners telt en het bevolkingsoverschot van de stad Herentals bijgevolg volledig te zoeken is in de deelgemeenten Noorderwijk en Morkhoven; dat de economische bedrijvigheid en de aantrekkingskracht van een centrum inderdaad niet het enige IX-3409-16/19 criterium kunnen vormen, maar de verwerende partij ook rekening diende te houden met de noodzaak om de notariskantoren te spreiden op basis van de bevolking; 3.2.2.
  36. Overwegende wat de aangevoerde schending van het redelijkheidsbeginsel betreft, dat wanneer de overheid over een beleidsvrijheid beschikt, de Raad van State zich niet in de plaats van de overheid mag stellen, maar hij alleen een marginale controle mag uitoefenen en dus enkel een kennelijk onredelijke beslissing kan vernietigen; dat de wet niet bepaalt volgens welke criteria de spreiding van de notariskantoren over het arrondissement dient te gebeuren, zodat moet worden aangenomen dat de Koning bij het bepalen van de notariële standplaatsen over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt; dat te dezen blijkt dat de overheid haar beslissing om een standplaats in de deelgemeente Noorderwijk te vestigen omstandig en met redelijke argumenten gemotiveerd heeft; dat het standpunt van verzoeker bijvallen als zou er in de deelgemeente Noorderwijk geen plaats zijn voor een notariaat, er op neer zou komen dat verzoeker de enige notaris blijft in een gebied dat naast de gemeente Olen ook de deelgemeenten Noorderwijk en Morkhoven omvat en bijna 18.000 inwoners telt; dat er geen reden is om de beslissing om in dit gebied een bijkomende standplaats te vestigen, meer bepaald in Noorderwijk, als kennelijk onredelijk te beschouwen; 3.2.2.
  37. Overwegende dat wat de aangevoerde schending van het rechtzekerheids- en het vertrouwensbeginsel betreft, verzoeker in gebreke blijft aan te tonen dat uit enige vaste gedragslijn of toezegging van de overheid zou volgen dat in de deelgemeente Noorderwijk geen notariële standplaats gevestigd zou mogen worden; dat zoals hierboven al is vastgesteld, de voorafgaande adviezen een vestiging buiten Herentals centrum niet uitsloten, terwijl het bestreden besluit zelf duidelijk aangeeft waarom voor Noorderwijk werd geopteerd; dat de omstandigheid dat de verwerende partij in Heist-op-den-Berg niet zou hebben geopteerd voor de oprichting van een standplaats in één van de deelgemeenten, omdat dit een risico zou inhouden voor de leefbaarheid van het nieuw op te richten kantoor en de bestaande omliggende notariskantoren, niet betekent dat er een vaste gedragslijn zou bestaan om geen standplaatsen te vestigen in deelgemeenten; dat het aangehaalde voorbeeld IX-3409-17/19 integendeel illustreert dat de overheid aandacht besteedt aan de leefbaarheid van de bestaande notariskantoren en van de nieuw op te richten kantoren en zij bij de beslissing om een standplaats in de deelgemeente Noorderwijk te vestigen niet van die gedragslijn afgeweken is; dat het middel niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
  38. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  39. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. IX-3409-18/19 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3409-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.858 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.