id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.860 Rolnummer: A. 123086/IX-3406 Zaak: Arrest 157860 - - 24/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-09 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 17:55 Fiche Arrest nr 157.860 van 24 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.860 van 24 april 2006 in de zaak A. 123.086/IX-
- In zake : Jan VAN ROOSBROECK, die woonplaats kiest bij advocaat B. HUMBLET, kantoor houdende te BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdend te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan VAN ROOSBROECK op 27 juni 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 24 april 2002 waarbij het aantal notarissen in het gerechtelijk arrondisse- ment Turnhout op 44 gebracht wordt en de nieuwe standplaats gevestigd wordt te Beerse; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 7 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-3406-1/11 Gelet op de beschikking van 26 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 maart 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. HUMBLET, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. PEETERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak samengevat kunnen worden als volgt : 1.
- Verzoeker is notaris met standplaats te Beerse. De gemeente Beerse behoort tot het kanton Hoogstraten in het gerechtelijk arrondissement Turnhout. 1.
- Bij koninklijk besluit van 6 januari 1997 wordt het aantal notariële standplaatsen in het gerechtelijk arrondissement Turnhout vastgesteld op
- 1.
- Op basis van het aantal inwoners op 31 december 1999, medegedeeld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek, wordt bij koninklijk besluit van 22 december 2000 de bevolking van de kantons van de vredegerechten en de indeling ervan in twee klassen vastgesteld. Blijkens dat koninklijk besluit telt het arrondissement Turnhout 406.199 inwoners, hetgeen het maximum wettelijk toegelaten aantal notarissen op 45 brengt. 1.
- Op verzoek van de minister van Justitie brengen de voorzitter van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, de IX-3406-2/11 procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout en de voorzitter van deze rechtbank advies uit omtrent de leefbaarheid en de geografische spreiding van de op te richten kantoren met een voorstel waar de nieuwe standplaat- sen vastgesteld kunnen worden. 1.4.
- Op 22 maart 2001 stelt de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen voor om, onder meer, in Hoogstraten (gebied van de volledige fusiegemeente) een nieuwe standplaats op te richten. Gesteld wordt dat die oprichting bijdraagt “tot een betere geografische spreiding van de dienstverle- ning en (...) de leefbaarheid en onafhankelijkheid van de notarissen in de bestaande standplaatsen en in de nieuw op te richten standplaats niet in het gedrang (brengt)”. 1.4.
- Met een brief van 2 april 2001 deelt de procureur des Konings te Turnhout aan de minister van Justitie mede dat hij zich volledig bij dat advies aansluit. 1.4.
- Op 30 april 2001 brengt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout advies uit. Wat de spreiding van de kantoren betreft, sluit hij zich aan bij het advies van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, al wijst hij op “het relatieve belang van de regionale spreiding, rekening houdende met de mobiliteit van de hedendaagse mens”. Ook hij adviseert een nieuwe standplaats in onder meer Hoogstraten op te richten. 1.4.
- Op 11 december 2001 deelt de voorzitter van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, naar aanleiding van een onderhoud met een medewerker van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie (dienst Personeelszaken), een bijkomend advies mede. Inzake de nieuwe standplaat- sen Hoogstraten en Lille stelt de voorzitter voor, onder meer daar beide standplaat- sen gelegen zijn binnen hetzelfde nieuwe kanton Hoogstraten waarbinnen het bevolkingsoverschot reeds vrij klein is en gezien de inwonersaantallen en de gegevens betreffende het aantal akten en registratierechten, misschien te overwegen eerder een centralere nieuwe standplaats te voorzien in de regio Beerse/Rijkevorsel/Vosselaar. 1.
- Bij koninklijk besluit van 16 november 2001 tot bepaling van de bevolking van de gerechtelijke kantons wordt het aantal inwoners van het arrondisse- ment Turnhout op 31 december 2000 vastgesteld op 407.
- Het wettelijk toegelaten aantal notarissen blijft dus op
- IX-3406-3/11 1.
- Bij koninklijke besluiten van 24 april 2002 wordt het aantal notarissen in het gerechtelijk arrondissement Turnhout respectievelijk op 42, 43, 44 en 45 gebracht. Er worden nieuwe standplaatsen gevestigd te Geel (42ste), Herentals (deelgemeente Noorderwijk) (43ste), Beerse (44ste) en Lille (deelgemeente Gierle) (45ste). 1.
- Het besluit om een standplaats te vestigen te Beerse wordt bestreden met het onderhavige beroep. Het is als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat de adviezen van de rechterlijke overheden en van het Genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen werden ingewonnen omtrent de oprichting van bijkomende notariaten; Overwegende dat deze adviezen genuanceerd zijn omtrent de oprichting van vier notariaten; Overwegende dat het Genootschap in een eerste advies voorstelt om een nieuwe standplaats op te richten te Herentals, Hoogstraten en Lille (Gierle) telkens voor de hele fusiegemeente; dat de creatie van deze kantoren in fasen zou moeten geschieden, zodat aan de hand van nieuwe en meer uitgebreide gegevens bijsturing mogelijk wordt op het ogenblik van de oprichting van een nieuwe standplaats; dat er op aangedrongen wordt om toepassing te maken van artikel 31, derde lid, van de Ventôsewet, die stelt dat ‘het aantal ingevulde plaatsen nooit minder mag bedragen dan het wettelijk aantal plaatsen verminderd met één’, en geen vierde notariaat op te richten; Overwegende dat het Genootschap in een bijkomend advies voorstelt om de nieuwe standplaatsen te vestigen te Herentals en te Geel en desbetreffend geen enkel voorbehoud maakt noch betreffende de standplaatsen, noch betreffende het tijdstip van openverklaring van deze standplaatsen; dat ze stelt dat het vestigen van een nieuwe standplaats te Lille dient herzien, minstens uitgesteld moet worden; dat ze meent dat voor de voorgestelde nieuwe standplaats Hoogstraten er rekening moet gehouden worden met de buitengewone invloed die de vestiging van veel Nederlanders teweegbrengt; dat ze meent dat eerder een meer centraler nieuwe standplaats moet worden voorzien in de regio Beerse, Rijkevorsel, Vosselaar, waar in de gemeente Beerse een groot overtal is aan bevolking; Overwegende dat de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout zich integraal aansluit bij de zienswijze van het Genootschap; Overwegende dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van oordeel is dat, inzake de leefbaarheid van de notariële kantoren, er geen twijfel kan over bestaan dat in het gerechtelijk arrondissement Turnhout de verhoging van de kantoren met vier eenheden geen enkel probleem kan zijn; Overwegende dat hij derhalve van mening is dat er geen enkele reden voor handen is om geen vier nieuwe standplaatsen op te richten en Herentals, Hoogstraten, Gierle en Arendonk voor stelt; dat hij tevens de nadruk legt op het relatieve belang van de regionale spreiding, rekening houdend met de mobiliteit van de hedendaagse mens; Overwegende dat er kan overgegaan worden tot de oprichting van vier notariaten in het gerechtelijk arrondissement Turnhout; dat alzo de zienswijze van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout gevolgd wordt IX-3406-4/11 waarin hij stelt dat er geen enkele reden is om in het gerechtelijk arrondissement Turnhout geen vier notariaten op te richten; dat qua het verlijden van het aantal akten en de gestorte registratierechten het gerechtelijk arrondissement Turnhout tot de drie beste van het Rijk behoort; Overwegende dat bij de inplanting van de kantoren moet rekening worden gehouden enerzijds met een geografische spreiding binnen de gerechtelijke kantons, zoals ze sedert 1 september 2001 werden vastgelegd en anderzijds met de leefbaarheid van het op te richten kantoor en de kantoren in de onmiddellijke omgeving. Overwegende dat het ‘gelijkheidsbeginsel’ niet kan inhouden dat de nieuwe standplaats zou worden gevestigd op een gelijke afstand van de bestaande notariskantoren, hetgeen onmogelijk is; Overwegende dat na onderzoek gebleken is dat er achtereenvolgens de gerechtelijke kantons Hoogstraten, Herentals en Geel het hoogste bevolkings- overschot hebben, en er dus logischerwijze in deze kantons dient opgericht te worden; Overwegende dat in het gerechtelijk arrondissement Turnhout en in deze gerechtelijke kantons achtereenvolgens de steden Herentals en Geel en de gemeenten Beerse en Lille het grootst aantal inwoners hebben per notaris; Overwegende dat de bevolkingsoverschot in het kanton Hoogstraten meer dan veertienduizend inwoners betreft; dat deze vooral gesitueerd zijn in de regio Lille, Beerse en Rijkevorsel; dat in dit kanton de mogelijkheid bestaat tot het oprichten van twee bijkomende notariaten; Overwegende dat de gemeente Beerse een bevolkingsoverschot heeft van bijna zevenduizend inwoners en grenst aan de gemeenten Rijkevorsel, Merk- splas, Vosselaar en Lille; Overwegende dat het notariaat gevestigd te Beerse zeer goed leefbaar is; dat het notariaat gevestigd in de gemeente Vosselaar het grootst is van gans het arrondissement Turnhout en dat de overige omliggende notariaten allen zeer bloeiend zijn; Overwegende dat de gemeente Beerse door het ‘Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen’ erkend worden als economisch knooppunt. Gelet op de positieve bevolkingsaangroei van de gemeente Beerse en zijn belangrijke ligging aan de verbindingsweg Antwerpen - Turnhout; Overwegende dat een inplanting te Beerse perfect voldoet aan een betere geografische spreiding zowel binnen het kanton zelf, als over de kantons van het gerechtelijk arrondissement heen; Overwegende dat het bijgevolg om de voormelde redenen, in het belang van het notariaat en in het algemeen belang aangewezen is een bijkomend notariaat op te richten en de standplaats te Beerse vast te stellen;”.
- De zaak ten gronde. 2.1.1.
- Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van het gelijkheidsbeginsel, verwoord in artikel 10 van de Grondwet; dat hij betoogt dat het bestreden besluit een nieuwe notarisstandplaats vestigt te Beerse, wat in strijd is met de adviezen van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, van de procureur des Konings en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout; dat verzoeker zelf een notariskantoor heeft te Beerse en benadeeld wordt tegenover zijn collega’s in het arrondissement en dit IX-3406-5/11 in de mate dat de twee criteria bij de creatie van een nieuwe standplaats, met name het bevolkingscijfer en de spreiding van notariskantoren, rekening houdend met de reeds bestaande kantoren en hun leefbaarheid, inzonderheid hun respectievelijk aantal akten per jaar, niet werden geëerbiedigd; dat artikel 31 van de wet van 25 ventôse jaar XI (16 maart 1803) op het notarisambt enerzijds de numerieke beperking van het aantal notarissen beoogt, maar ook de geografische spreiding in functie van de bevolkingsdichtheid; dat inzake leefbaarheid van de kantoren, in het arrondissement Turnhout het gemiddelde in 2001 ongeveer 700 akten per notaris bedroeg, waar verzoekers kantoor ruim onder dit gemiddelde lag met 555 akten in 2001; dat de gemeente Beerse geen groot handelscentrum is en niet de aantrekkingskracht heeft van centra als Turnhout, Geel, Herentals, Hoogstraten, Mol of Arendonk; dat zelfs indien de gemeente Beerse 15.850 inwoners telde, zij niet in aanmerking kwam voor de creatie van een nieuwe standplaats; 2.1.1.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord stelt dat het middel feitelijke grondslag mist, aangezien de bestreden beslissing wel in overeenstemming is met het advies van de kamer van het genoot- schap van notarissen, zoals het werd aangevuld; dat een schending van het gelijkheidsbeginsel slechts kan worden aangevoerd wanneer het om een discretionaire bevoegdheid gaat; dat verzoeker er echter vanuit gaat dat voornoemd artikel 31 geen ruimte biedt voor meerdere oplossingen en de bevoegdheid van de overheid gebonden is, doordat zij zich uitsluitend mag laten leiden door de bevolkingsdicht- heid, zodat het middel veeleer op voornoemd artikel 31 gebaseerd is; dat voornoemd artikel 31 geen concrete criteria bevat betreffende de spreiding van de standplaatsen binnen een gerechtelijk arrondissement en volgens de rechtspraak van de Raad van State de Koning niet gebonden is door de bevolkingsaantallen per kanton of per gemeente; dat de Koning dus in een bepaald kanton of een bepaalde gemeente een standplaats kan creëren, zelfs indien het bevolkingsoverschot in dat kanton of die gemeente kleiner is dan 9.000 inwoners, zodat het vestigen van een tweede standplaats in Beerse, een gemeente met minder dan 18.000 inwoners, geen schending uitmaakt van voornoemd artikel 31; dat verzoeker niet aangeeft hoe de vestiging van een nieuw kantoor te Beerse hem bedreigt in de economische leefbaarheid van zijn kantoor; dat de ongelijke behandeling van verzoeker tegenover zijn collega’s op een redelijke beoordeling is gesteund zowel betreffende de bevolkingscijfers als inzake leefbaarheid; IX-3406-6/11 2.1.1.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord de argumenten bevestigt die hij in zijn verzoekschrift uiteenzette; 2.1.1.
- Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie aanvoert dat met de creatie van de twee nieuwe standplaatsen te Lille en Beerse het kanton Hoogstraten niet meer beschikt over het wettelijk voorziene aantal inwoners, gezien er nu zeven standplaatsen zijn in het kanton Hoogstraten voor een bevolkingsaantal van 59.309 inwoners, wat betekent, 8.472 inwoners per notaris in plaats van 9.000; 2.1.2.
- Overwegende dat er niet valt in te zien hoe het feit dat het bestreden besluit in strijd zou zijn met de adviezen van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen en van de procureur des Konings en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, een schending van artikel 10 van de Grondwet uitmaakt; dat de vestiging van een nieuwe standplaats te Beerse ook niet in strijd is met het advies van de kamer van het genootschap van de notarissen van de provincie Antwerpen aangezien het aanvullend advies dat op 11 december 2001 door het genootschap werd verstrekt de vestiging van een nieuwe standplaats te Beerse voorstelde; 2.1.2.
- Overwegende dat voor het overige verzoeker veeleer de schending aanvoert van artikel 31 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt; dat luidens het voormeld artikel 31 “het getal en de spreiding van de notariskantoren evenals de standplaatsen (...) door de Koning derwijze bepaald worden dat er niet meer dan één notaris is (...) d) per 9.000 inwoners in de gerechtelijke arrondissemen- ten met meer dan 250.000 inwoners”; dat artikel 31 de Koning verplicht tot spreiding van de notariskantoren en dus ook van de standplaatsen binnen elk gerechtelijk arrondissement op basis van bevolkingscijfers, maar die cijfers niet gehecht worden aan de kantons of aan de gemeenten die van dat arrondissement deel uitmaken; dat artikel 31 immers geen verwijzing bevat naar het kanton of naar de gemeente; dat weliswaar de standplaatsen zodanig moeten worden bepaald dat er een evenwichtige spreiding is over het arrondissement, doch het tot de bevoegdheid van de Koning behoort de criteria te bepalen volgens welke die spreiding zal worden verwezenlijkt en Hij daarbij over een ruimere discretionaire bevoegdheid beschikt; dat die criteria uiteraard gesteund moeten zijn op een aantal terzake relevante gegevens; dat kan worden aangenomen dat die gegevens enerzijds verband moeten houden met de openbare dienstverlening door de notaris en anderzijds met de leefbaarheid van het kantoor; dat bij het bepalen van de standplaatsen met het oog op een evenwichtige IX-3406-7/11 spreiding de gerechtelijke kantons als basis kunnen dienen; dat het de Raad van State echter niet toekomt om zijn beoordeling dienaangaande in de plaats te stellen en hij alleen een marginale controle kan uitoefenen, hetgeen betekent dat hij alleen een kennelijk onredelijke beslissing kan vernietigen, met andere woorden in geval van willekeur of wanneer de overheid op een evidente wijze een onjuist gebruik gemaakt heeft van haar beleidsvrijheid; 2.1.2.
- Overwegende dat te dezen uit de motivering van het bestreden besluit blijkt dat de Koning bij het vaststellen van de notariële standplaats rekening gehouden heeft met de bevolkingscijfers; dat in de motivering van het bestreden besluit desbetreffend vastgesteld wordt dat de gerechtelijke kantons Hoogstraten, Herentals en Geel het hoogste bevolkingsoverschot hebben en er dus logischerwijze in deze kantons een nieuwe standplaats opgericht dient te worden, dat in het gerechtelijk arrondissement Turnhout en in die gerechtelijke kantons achtereenvol- gens de steden Herentals en Geel en de gemeenten Beerse en Lille het grootst aantal inwoners hebben per notaris, dat het bevolkingsoverschot in het kanton Hoogstraten meer dan veertienduizend inwoners betreft, hetwelk vooral gesitueerd is in de regio Lille, Beerse en Rijkevorsel, zodat in dit kanton de mogelijkheid bestaat tot het oprichten van twee bijkomende notariaten, dat de gemeente Beerse een bevolkings- overschot heeft van bijna zevenduizend inwoners en grenst aan de gemeenten Rijkevorsel, Merksplas, Vosselaar en Lille, dat de gemeente Beerse een positieve bevolkingsaangroei kent en dat bovendien rekening gehouden werd met het feit dat de gemeente Beerse door het “Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen” erkend wordt als economisch knooppunt en met “zijn belangrijke ligging aan de verbindingsweg Antwerpen-Turnhout”; dat in het licht van die gegevens de beslissing om een bijkomende notariële standplaats in Beerse te vestigen niet als kennelijk onredelijk voorkomt; 2.1.2.
- Overwegende dat met betrekking tot de economische leefbaarheid van de notariskantoren het bestreden besluit stelt dat het notariaat gevestigd te Beerse -dit is het notariaat van verzoeker- zeer goed leefbaar is, dat het notariaat gevestigd in de gemeente Vosselaar het grootste is van het arrondissement en dat de overige omliggende notariaten allen zeer bloeiend zijn; dat verzoeker weliswaar stelt dat zijn kanton met 555 akten in 2001 ruim beneden het gemiddelde ligt; dat uit de door verzoeker medegedeelde gegevens evenwel blijkt dat het economisch belang van de notariskantoren, zowel gemeten naar het aantal akten als naar de geïnde registratierechten, sterk verschillend is, en dit zelfs voor notariskantoren die in IX-3406-8/11 dezelfde gemeente gevestigd zijn; dat het gemiddelde van dat alles dan ook geen maatstaf kan zijn om de leefbaarheid van een notariskantoor te beoordelen; dat door aan te voeren dat het aantal akten verleden in zijn kantoor beneden het gemiddelde ligt, verzoeker niet aantoont dat de verwerende partij tegen alle redelijkheid is ingegaan door het vestigen van een nieuw kantoor te Beerse verenigbaar te achten met de leefbaarheid van verzoekers kantoor en binnen de haar door voornoemd artikel 31 toegekende beleidsvrijheid gebleven is; dat het middel niet gegrond is; 2.2.1.
- Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van het beginsel van goed bestuur en goede rechtsbedeling en van het zorgvuldigheidsbeginsel, alsook machtsoverschrijding; dat hij betoogt dat het bestreden besluit geen wettelijk toelaatbare reden bevat en de aangegeven redenen falen zowel in rechte als in feite en dus niet afdoende zijn en zowel in feite als in rechte een schending uitmaken van de wet van 29 juli 1991 op de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen; dat de overheid de verstrekte adviezen niet heeft gevolgd en niet alle belanghebbenden, zoals verzoeker, heeft gehoord, wat een schending uitmaakt van het formeel zorgvuldigheidsbeginsel; dat de overheid geen rekening gehouden heeft met de reeds bestaande notariskantoren en de bevolkingscij- fers en hun kantonnale en lokale overschotten; dat de overheid geen grondig onderzoek gedaan heeft of laten doen omtrent de leefbaarheid van de gevestigde kantoren; 2.2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord stelt dat het bestreden besluit niet onder de toepassing valt van de wet van 29 juli 1991, aangezien het geen individuele strekking heeft en geen rechtsgevolgen beoogt te hebben voor één of meerdere bestuurden of voor een ander bestuur; dat het niet de taak is van de Raad van State om het feitenonderzoek over te doen en zich inzake de appreciatie in de plaats te stellen van de verwerende partij; dat de verwerende partij zich wel degelijk zorgvuldig baseerde op de verkregen adviezen, die gegevens bevatten over spreiding en leefbaarheid van de kantoren, op bevolkings- cijfers en repertoria van akten en registratierechten en op het Ruimtelijk Structuur- plan Vlaanderen; dat verzoeker niet aantoont dat deze gegevens onjuist zouden zijn of verweerder ze onjuist ingeschat heeft of haar discretionaire bevoegdheid op kennelijk onredelijke wijze uitgeoefend heeft; dat verzoeker de schending van de hoorplicht aanvoert, maar niet aangeeft welke informatie hij bij een persoonlijk verhoor had kunnen toevoegen; dat het eerste advies van de kamer van notarissen IX-3406-9/11 verstrekt werd nadat de kamer een hoorzitting georganiseerd had en de mogelijkheid verschaft om schriftelijke bemerkingen in te dienen; 2.2.1.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord aan de argumenten van zijn verzoekschrift enkel toevoegt dat “de politieke démarche” van een medewerker van de dienst rechterlijke organisatie bij de voorzitter van de kamer van het genootschap van notarissen om een bijkomend advies te krijgen “om de politiek geplande nieuwe standplaats te Beerse te kunnen rechtvaardigen” het bewijs is van “het onzorgvuldig bestuur dat aan de grondslag ligt van de aangevochten nieuwe standplaats”; 2.2.2.
- Overwegende dat zoals uit 1.7 hiervoor blijkt het bestreden besluit formeel uitvoerig gemotiveerd is; dat de vraag rijst of die motieven feitelijk juist zijn en de beslissing in rechte kunnen verantwoorden; dat uit het onderzoek van het eerste middel is gebleken dat het bestreden besluit genomen werd op basis van de bevolkingscijfers en dat eveneens rekening gehouden werd met de leefbaarheid van de bestaande notariskantoren; dat de bewering, als zou de beslissing genomen zijn zonder rekening te houden met de feitelijke toestand van de reeds bestaande notariskantoren enerzijds en de bevolkingscijfers en hun kantonnale en lokale overschotten in verhouding tot de reeds bestaande kantoren anderzijds, derhalve feitelijke grondslag mist; dat bovendien de beslissing om een bijkomende notariële standplaats te Beerse te vestigen in overeenstemming is met het aanvullend advies van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen; dat verzoeker geen gegevens aanbrengt waaruit zou kunnen blijken dat dit advies enkel werd gevraagd om, zoals hij beweert, “de politiek geplande nieuwe standplaats te Beerse te kunnen rechtvaardigen” en dus eigenlijk met machtsafwending werd genomen; dat verzoeker niet aantoont dat de verwerende partij op grond van die gegevens niet in redelijkheid tot de bestreden beslissing is kunnen komen; 2.2.2.
- Overwegende dat het zorgvuldigheidsbeginsel inhoudt dat de overheid slechts na een behoorlijk onderzoek van de zaak en met kennis van alle relevante gegevens mag beslissen; dat de verwerende partij het advies ingewonnen heeft van de kamer van het genootschap van notarissen van de provincie Antwerpen, van de procureur des Konings te Turnhout en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout; dat zij bovendien beschikte over de bevolkingscijfers en de repertoria van akten en registratierechten van de notarissen van het arrondisse- IX-3406-10/11 ment Turnhout; dat verzoeker niet duidelijk maakt over welke bijkomende informatie de verwerende partij had moeten beschikken; 2.2.2.
- Overwegende dat in zover verzoeker in de toelichting bij het middel aanvoert dat hij niet gehoord werd, opgemerkt dient te worden dat geen enkele wetsbepaling noch algemeen rechtsbeginsel voor de overheid de verplichting meebrengt om verzoeker te horen vooraleer over de vestiging van een nieuwe standplaats te beslissen; dat het middel niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3406-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.860 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.