← België

Arrest 157862 - - 24/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.862 Rolnummer: A. 78359/IX-1140 Zaak: Arrest 157862 - - 24/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 17:56 Fiche Arrest nr 157.862 van 24 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.862 van 24 april 2006 in de zaak A. 78.359/IX-

  1. In zake : Gunter DE ZUTTER, wonende te ZWALM, Krekelstraat 50 tegen :
  2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DE SMET, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 12, bus 8,
  3. de Regie der Luchtwegen, thans de NV BIAC, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gunter DE ZUTTER op 22 april 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
  5. het ‘anticipatief’ besluit van 29 januari 1998 waarbij gesteld wordt dat daar verzoeker niet toelaatbaar werd verklaard door de Administratieve Gezondheidsdienst, hij bij toepassing van artikel 114 par. 2 van het K.B. van 29 november 1991 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Regie der Luchtwegen, dient te worden afgedankt en dat een afschrift van het ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van deze maatregel hem zal worden overgemaakt van zodra het getekend is door de Hogere Overheid;
  6. het ministerieel besluit nr. 14.208 van 16 maart 1998, getekend door de Minister van Vervoer, waarbij met ingang van 1 februari 1998 een einde wordt gesteld aan de functie van verzoeker van stagedoend luchtvaartbrand- weerman bij de Regie der Luchtwegen”; IX-1140-1/6 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 7 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 27 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 maart 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. GILLEMAN, die loco advocaat A. EECKHOUT verschijnt voor verzoeker, van advocaat R. DE SMET, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat E. DE BACKER, die loco advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  7. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  8. Op 3 maart 1997 richt de tweede verwerende partij aan verzoeker een brief waarin deze onder meer meedeelt dat verzoeker is aangeduid om een betrekking van stagedoend luchtvaartbrandweerman te bekleden bij de Regie der Luchtwegen. De brief stelt onder meer wat volgt: IX-1140-2/6 “Er dient nog door de Administratieve Gezondheidsdienst uitgemaakt of U aan de normen betreffende de lichamelijke geschiktheden vereist van de kandidaten voor de betrekkingen bij de Regie der Luchtwegen, beantwoordt. U mag evenwel reeds in dienst treden nog voor (...) dit onderzoek heeft plaatsgehad, met dien verstande evenwel dat, als nadien, onverhoopt, zou blijken dat U niet aan de gestelde vereisten voldoet, U ambtshalve ontslagen wordt (met inachtneming van de reglementair vastgestelde opzeggingstermijn).” 1.
  9. Op 14 maart 1997 ondergaat verzoeker een medisch onderzoek van een werknemer die belast is met een veiligheidsfunctie en wordt hij door de arbeidsgeneesheer geschikt verklaard voor de betrekking van stagedoend luchtvaart- brandweerman. 1.
  10. Bij besluit nr. 13.963 van 14 april 1997 van de minister van Vervoer wordt verzoeker met ingang van 12 maart 1997 toegelaten tot de stage in de hoedanigheid van luchtvaartbrandweerman bij de Regie der Luchtwegen. 1.
  11. Op 13 mei 1997 wordt verzoeker het bewijs van geneeskundige schifting voor bestuurders van motorvoertuigen afgegeven. 1.
  12. Op 17 september 1997 vindt een door de eerste verwerende partij uitgevoerd geneeskundig onderzoek, tot beoordeling van verzoekers geschiktheid voor de betrekking, plaats. 1.
  13. Op 17 oktober 1997 deelt de directeur-generaal van het Eerste Bureau van de Administratieve Gezondheidsdienst van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, aan verzoeker mee dat hij niet toelaatbaar werd bevonden voor de door hem aangevraagde betrekking en dat, indien hij reeds in dienst is, deze beslissing inhoudt dat hij door zijn overheid van ambtswege ontslagen wordt. Op 27 oktober 1997 dient verzoeker beroep in tegen deze beslissing bij de Administratieve Gezondheidsdienst van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. 1.
  14. Op 4 december 1997 deelt de eerste verwerende partij aan verzoeker mee dat, aangezien de door hem aangeduide arts en de arts van de administratieve gezondheidsdienst niet tot een vergelijk zijn kunnen komen, het dossier voor eindbeslissing wordt overgemaakt aan het college der geneesheren. Verzoeker wordt bij brief van 19 december 1997 van de eerste verwerende partij verzocht zich op 15 januari 1998 aan te melden voor een medisch IX-1140-3/6 onderzoek in de beroepsprocedure aannemingsonderzoek door het college van geneesheren. 1.
  15. Bij brief van 16 januari 1998 wordt verzoeker door de tweede verwerende partij ter kennis gebracht dat het college van geneesheren heeft beslist dat hij niet toelaatbaar is. Op 3 februari 1998 heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring te vorderen van deze beslissing. Dit beroep wordt bij 's Raads arrest nr. 77.612 van 14 december 1998 verworpen bij gebreke aan het vereiste belang van verzoeker wegens de ontstentenis van een memorie van wederantwoord binnen de gestelde termijn. 1.
  16. Bij brief van 29 januari 1998 van de gedelegeerd bestuurder, namens het directiecomité, van de Regie der Luchtwegen wordt verzoeker medegedeeld wat volgt: “Op 12 maart 1997 werd U bij de Regie der Luchtwegen toegelaten tot de stage in de hoedanigheid van luchtvaartbrandweerman. Daar U niet toelaatbaar werd verklaard door de Administratieve Gezond- heidsdienst dient U bij toepassing van art. 114 par. 2 van het Koninklijk Besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Regie der Luchtwegen, te worden afgedankt. Een afschrift van het ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van deze maatregel zal U worden overgemaakt van zodra het getekend is door de Hogere Overheid. Bij verwijzing naar artikel 21 van gezegd koninklijk besluit wordt U de mogelijkheid geboden een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd te sluiten voor een termijn die overeenstemt met de minimum duur welke, naargelang van het geval, vereist is om werkloosheidsuitkeringen te genieten. (...)” Dit is de eerste bestreden beslissing. 1.
  17. Op 30 januari 1998 ondertekenen de Regie der Luchtwegen en verzoeker een arbeidsovereenkomst voor bediende voor een bepaalde tijd ingaand op 1 februari 1998 en eindigend op 31 januari
  18. 1.
  19. Met een begeleidend schrijven van 23 maart 1998 laat de Regie der Luchtwegen verzoeker een afschrift geworden van het besluit nr. 14.208 van 16 maart 1998 van de minister van Vervoer waarbij op 1 februari 1998 een einde wordt gesteld aan verzoekers functie van stagedoend luchtvaartbrandweerman bij de Regie der Luchtwegen. IX-1140-4/6 Dit is de tweede bestreden beslissing.
  20. Over de ontvankelijkheid van het beroep in zake de eerste bestreden beslissing. Overwegende dat uit het verzoekschrift tot nietigverklaring blijkt dat verzoeker als eerste bestreden beslissing de brief aanduidt van 29 januari 1998 van de gedelegeerd bestuurder, namens het directiecomité, van de Regie der Luchtwegen voor zover deze de toepassing van artikel 114, 2/, van het koninklijk besluit van 29 november 1991 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Regie der Luchtwegen, meer bepaald een ministerieel besluit tot ambtshalve ontslag, in het vooruitzicht stelt; dat dit geen voor vernietiging vatbare akte betreft; dat het beroep, in zoverre het de nietigverklaring beoogt van “het ‘anticipatief’ besluit van 29 januari 1998 waarbij gesteld wordt dat daar verzoeker niet toelaatbaar werd verklaard door de Administratieve Gezondheidsdienst, hij bij toepassing van artikel 114 par. 2 van het K.B. van 29 november 1991 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Regie der Luchtwegen, dient te worden afgedankt en dat een afschrift van het ministerieel besluit houdende de bekrachtiging van deze maatregel hem zal worden overgemaakt van zodra het getekend is door de Hogere Overheid”, niet ontvankelijk is;
  21. Over de ontvankelijkheid van het beroep in zake de tweede bestreden beslissing. 3.
  22. Overwegende dat de tweede bestreden beslissing verzoeker ambtshalve ontslaat omdat hij niet toelaatbaar werd verklaard voor een betrekking van luchtvaartbrandweerman; dat verzoeker op 3 februari 1998 bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring heeft ingediend van de beslissing van het College van Geneesheren van de Administratieve Gezondheidsdienst waarbij hij niet toelaatbaar wordt bevonden en dat 's Raads arrest nr. 77.612 van 14 december 1998 dit beroep tot nietigverklaring definitief heeft verworpen; dat verzoeker in onderhavig verzoekschrift twee middelen ontwikkelt die integraal gericht zijn tegen de beslissing tot niet-toelaatbaarheid; dat een onderzoek van deze middelen een schending van het gezag van gewijsde van voormeld arrest nr. 77.612 van 14 december 1998 zou betekenen; dat de middelen niet ontvankelijk zijn; dat verzoeker daarentegen geen middel ontwikkelt tegen de beslissing die hem ambtshalve ontslaat; 3.
  23. Overwegende dat het beroep in zake de tweede bestreden beslissing, bij gebrek aan een ontvankelijk middel, zelf niet ontvankelijk is, IX-1140-5/6 BESLUIT: Artikel
  24. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  25. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1140-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.862 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.