id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.865 Vervangt nummer: ECLI:BE:RSCE:2006:ARR.20060424.15 ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.20060424.15 Rolnummer: A. 113110/IX-3127 Zaak: Arrest 157865 - - 24/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2018-10-10 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-30 17:57 Fiche Arrest nr 157.865 van 24 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.865 van 24 april 2006 in de zaak A. 113.110/IX-
- In zake : Maria DE WIT, die woonplaats kiest bij advocaat E. VAN DER VLOET, kantoor houdende te HOOGSTRATEN, Heilig Bloedlaan 255 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Maria DE WIT op 21 november 2001 heeft ingediend om een administratief cassatieberoep in te stellen tegen de beslissing genomen op 23 oktober 2001 door de Commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, derde kamer, waarbij haar verzoek om toekenning van een hoofdhulp van 200.000 BEF en een noodhulp van 100.000 BEF onontvankelijk wordt verklaard; Gelet op de beschikking van 1 februari 2002 waarbij aan verzoekster het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-3127-1/7 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de beschikking van 21 januari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 maart 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J.L. de CHAFFOY de COURCELLES, die loco advocaat E. VAN DER VLOET verschijnt voor verzoekster, en van advocaat J. MOSSELMANS, die loco advocaat P. PEETERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Op 2 augustus 2000 wordt verzoeksters woning te Baarle-Hertog opzettelijk in brand gestoken door Petrus VAN DER LINDEN, haar toenmalige partner. IX-3127-2/7 Deze laatste wordt op 2 januari 2001 door de correctionele rechtbank van Turnhout veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar met uitstel, wegens brandstichting, verboden wapenbezit en het doden van een huisdier. Tevens wordt hij veroordeeld om aan verzoekster in totaal 510.000 BEF schadevergoeding te betalen, bestaande uit 350.000 BEF verlies inboedel + 10.000 BEF verlies hond + 150.000 BEF morele schadevergoeding. Tegen dit vonnis wordt geen hoger beroep aangetekend. 1.
- Op 19 maart 2001 vraagt verzoekster de Commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden (hierna kortweg: de Commissie genoemd) haar een hoofdhulp van 200.000 BEF (50.000 BEF verlies inboedel + 150.000 BEF morele schade) en een noodhulp van 100.000 BEF toe te kennen voor de schade die zij heeft geleden ingevolge de opzettelijke brandstichting in haar woning. 1.
- Op 23 oktober 2001 neemt de derde Kamer van de Commissie de thans aangevochten beslissing waarbij het verzoek niet ontvankelijk wordt verklaard. Die beslissing berust op het motief dat, nu luidens de aanhef van artikel 31, § 1, van de wet van 1 augustus 1985 hulp kan worden toegekend aan "wie een ernstig lichamelijk letsel of nadeel voor de gezondheid heeft ondervonden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad", overeenkomstig de vaste rechtspraak van de Commissie hiermee de aanwending van geweld tegen de persoon van het slachtoffer wordt bedoeld en dat misdrijven tegen goederen dus uitgesloten zijn. In het voorliggend verzoek echter werd de dader veroordeeld wegens brandstichting, verboden wapenbezit en het doden van een huisdier, niet wegens geweld tegen de persoon van verzoekster. 2.1.
- Overwegende dat verzoekster in een enig middel de schending aanvoert van de artikelen 31, § 1, en 32, § 1, 3°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, doordat haar aanvraag onontvankelijk wordt verklaard omdat er geen veroordeling was van Petrus VAN DER LINDEN wegens IX-3127-3/7 geweld tegen haar persoon, terwijl volgens artikel 31, § 1, voormeld, ook wie een - ernstig- nadeel voor zijn gezondheid heeft ondervonden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad een hulp kan aanvragen, en een nadeel voor de geestelijke gezondheid dus niet door de wetgeving wordt uitgesloten en artikel 32, § 1, 3/, niet vereist dat er naast een psychisch lijden ook een fysiek lijden zou zijn; 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat om te kunnen spreken van een opzettelijke gewelddaad een aantal elementen noodzakelij- kerwijze moet verenigd zijn : een materieel bestanddeel zijnde geweld tegen een persoon een moreel bestanddeel dat bestaat in het opzet van de dader om de gewelddaad te plegen; dat geweld in artikel 483 van het Strafwetboek wordt omschreven als "daden van fysieke dwang gepleegd op personen": dat artikel 31, § 1, 3°, van de wet uitdrukkelijk verwijst naar het "strafbare feit van de opzettelijke gewelddaad" en dat "geweld" derhalve geïnterpreteerd dient te worden in de zin van artikel 483 van het Strafwetboek; dat volgens de verwerende partij "opzettelijke gewelddaad" bovendien een feitelijk begrip is dat de rechtspraak van de Commissie vrijelijk kan invullen en dat de vaste rechtspraak van de Commissie aldus luidt dat hulp enkel toegekend kan worden voor verzoeken die betrekking hebben op de aanwending van rechtstreeks geweld tegen de persoon van het slachtoffer; 2.1.
- Overwegende dat verzoekster repliceert dat het niet opgaat te verwijzen naar de vaste rechtspraak van de Commissie en te stellen dat het begrip "opzettelijke gewelddaad" een feitelijk begrip is dat de Commissie vrijelijk kan invullen, dat een dergelijke stelling immers zou inhouden dat de Commissie zelf beslist welke de inhoud van de wettelijke begrippen is en derhalve zelf als wetgever zou optreden en dat artikel 483 van het Strafwetboek voorkomt in afdeling III van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, welke afdeling als opschrift heeft "Betekenis van sommige in dit Wetboek voorkomende uitdrukkingen", waarmee uiteraard het Strafwetboek en geen andere wetboeken worden bedoeld; dat nergens in de voorbereidende werken van de wet van 1 augustus 1985 terug te vinden is dat het zou moeten gaan om fysiek geweld tegen een persoon; dat "opzettelijke gewelddaad" in zijn normale taalkundige betekenis moet worden beschouwd; dat de IX-3127-4/7 bedoelde macht en kracht evengoed psychisch als fysiek kan zijn; dat indien uitsluitend een fysieke gewelddaad tegen een persoon zou worden bedoeld, de wet de bewoordingen "fysieke gewelddaad" zou hebben gebruikt, zodat de Commissie de wet op ongeoorloofde wijze heeft aangevuld door te stellen dat onder "opzettelij- ke gewelddaad" dient te worden verstaan "opzettelijke fysieke gewelddaad"; 2.1.
- Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie hoofdzake- lijk herhaalt wat zij in haar verzoekschrift en memorie van wederantwoord heeft uiteengezet; dat zij nog aanvoert dat artikel 32, § 1, 3/, van de meergemelde wet expliciet verwijst naar psychisch lijden en dat de rechtbank van Turnhout het aanwezig zijn daarvan expliciet heeft aangenomen en daarvoor een vergoeding heeft toegekend en dat de Commissie niet gebonden is door haar eigen precedenten; dat zij zich eveneens verzet tegen de stelling van het auditoraatsverslag als zou zij niet begrepen hebben welk het determinerend motief is van de bestreden beslissing : ook de verwerende partij heeft op geen enkel moment gesteld dat verzoekster dwaalde omtrent het determinerend motief van de aangevochten beslissing; integendeel verdedigt zij het standpunt dat onder "opzettelijke gewelddaad" van artikel 31, dient te worden verstaand "daden van fysieke dwang gepleegd op personen"; verzoekster heeft hierop gerepliceerd dat, om te kunnen spreken van een "opzettelijke geweld- daad" welke de mogelijkheid tot hulp doet ontstaan, het voldoende is dat er van een "daad van psychische dwang" sprake is, waardoor ernstig lichamelijk letsel dan wel nadeel voor de gezondheid wordt veroorzaakt en dat uit het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Turnhout blijkt dat van dit alles sprake is, zo niet zou immers geen morele schadevergoeding zijn toegekend; 2.2.
- Overwegende dat de ter zake relevante bepalingen van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen zoals die in dezen van toepassing zijn als volgt luiden : “Art.
- §
- Wie ernstig lichamelijk letsel of nadeel voor zijn gezondheid heeft ondervonden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad in België gepleegd, kan een hulp aanvragen en wel onder de volgende voorwaar- den: IX-3127-5/7 (...) Art.
- §
- Het nadeel waarvoor een hulp kan worden gevraagd door het slachtoffer bestaat uitsluitend in: (...) 3° een fysiek en/of psychisch lijden; (...); 2.2.
- Overwegende dat de hiervoor overgeschreven inleidende zin van artikel 31, § 1, niet uitdrukkelijk bepaalt dat de opzettelijke gewelddaad waaruit het letsel of nadeel voor de gezondheid van de betrokkene voortspruit rechtstreeks tegen een persoon gericht moet zijn; dat zij enkel vereist dat het een “rechtstreeks” gevolg van een opzettelijke gewelddaad is; dat echter, wijl het opzet van de wet is te voorzien in een billijke vergoeding voor slachtoffers van strafrechterlijk beteugelde misdrijven, bij insolventie van de veroordeelde dader, anders dan verzoekster stelt, het logisch lijkt voor de juiste betekenis daarvan te rade te gaan bij de definities van de Strafwet; dat de verwerende partij dan ook terecht verwijst naar artikel 483 van het Strafwetboek, dat geweld omschrijft als "daden van fysieke dwang gepleegd op personen"; dat, daargelaten de vraag of ook daden van psychisch geweld onder de definitie moeten vallen, de strafwet misdrijven gepleegd tegen goederen alleszins blijkt uit te sluiten; dat de Commissie dan ook geen met de tekst van de wet van 1 augustus 1985 noch met haar parlementaire voorbereiding onverenigbare interpretatie geeft aan het begrip “opzettelijke gewelddaad” door zich op de definitie van het Strafwetboek te baseren, ook al verwijst zij daarbij naar haar vroegere uitspraken; 2.2.
- Overwegende dat de Commissie uitdrukkelijk aanneemt dat verzoekster ingevolge de feiten “enorme psychische schade” leed en zij in psychologi- sche behandeling diende te gaan; dat zij de aanvraag van verzoekster echter onontvankelijk verklaarde, niet omdat psychische gewelddaden en/of nadeel voor de geestelijke gezondheid als bedoeld in artikel 32, § 1, 3/, van de wet, niet in aanmerking zouden kunnen komen, wel omdat tegen haar persoon geen geweld, met andere woorden noch fysiek noch psychisch geweld, werd aangewend; dat het middel niet gegrond is, IX-3127-6/7 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3127-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.865 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.