← België

Arrêt / Arrest 157890 - / - 24/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.890 Rolnummer: A. 83773/V-1577 Zaak: Arrêt / Arrest 157890 - / - 24/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-15 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-30 18:51 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 157.890 van 24 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.890 van 24 april 2006 in de zaak A. 83.773/V-1577 In zake : Georges VANGOIDSENHOVEN, wonende te KEERBERGEN, Stuivenberg 14 tegen : De Post tussenkomende partij : Michel MARY die woonplaats kiest bij advocaten J. VANDEN EYNDE en J.-M. WOLTER, kantoor houdende te BRUSSEL, Kroonlaan

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Georges VANGOIDSENHOVEN op 26 april 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 24 februari 1999 van bestuurder-directeur van De Post VERBEEREN waarbij hij gereaffecteerd wordt op een evenwaardige betrekking (bureauchef - rang 25) met behoud van graad en de daaraan verbonden wedde, van de beslissing van 16 december 1998 van de raad van bestuur tot wijziging van de organieke personeelsformatie van De Post, waarbij de betrekking van conservator werd ondergebracht in de rang 12/10 en waaruit de benoeming van Michel MARY blijkt in die hoedanigheid, van het bevel tot reaffectatie van 3 maart 1999 waarbij hij belast wordt met de functie van bureauchef te Zaventem 2 en van de mutatie van hemzelf en van Michel MARY, bekendgemaakt bij lijst van 25 maart 1999; Gelet op het arrest nr. 83.191 van 28 oktober 1999 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt bevolen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 5 januari 2000 door de verwerende partij; V-1577-1/3 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van Michel MARY; Gelet op de beschikking van 10 mei 2000 die de tussenkomst van Michel MARY toelaat; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 4 januari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 februari 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VERSTRAETEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van legal counsel L. VANHOOREN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij met een schrijven van 8 oktober 2001 aan de Raad van State meldt dat verzoeker op 1 november 2001 wordt gemuteerd naar het Postmuseum in de hoedanigheid van conservator en dat de door verzoeker gevoerde procedure zonder voorwerp is geworden; dat verzoeker naar zijn standpunt hieromtrent gevraagd, op 23 februari 2005 via zijn raadsman laat weten dat hij in contact treedt met de verwerende partij; dat verzoeker op 19 januari 2006 aan de vraag is herinnerd en dat hierop geen antwoord is gekomen; dat hieruit V-1577-2/3 de afwezigheid van verzoekers volgehouden belangstelling blijkt; dat hij bijgevolg geen belang meer heeft; dat evenwel wegens de omstandigheden van de zaak de kosten ten laste van de verwerende partij moeten worden gelegd die zich daaromtrent ter zitting gedraagt naar de wijsheid van de Raad van State, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig april 2000 en zes, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, de HH. G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. V-1577-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.890 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.83.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.