← België

Arrest 157903 - - 25/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.903 Rolnummer: A. 168980/X-12638 Zaak: Arrest 157903 - - 25/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-05 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 18:00 Fiche Arrest nr 157.903 van 25 april 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.903 van 25 april 2006 in de zaak A. 168.980/X-12.

  1. In zake :
  2. Franciscus VAN REMMEN,
  3. Elsje FRANCKX, die woonplaats kiezen bij Advocaat K. LENS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Grote Nieuwedijkstraat 417 tegen : de gemeente ROTSELAAR, die woonplaats kiest bij Advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Franciscus VAN REMMEN en Elsje FRANCKX op 27 december 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 24 oktober 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Rotselaar, waarbij hun weekendverblijf gelegen aan het Tijl Uilenspiegelpad 17 te Rotselaar (Wezemaal) op een perceel, kadastraal bekend sectie B, nr. 206 e, in het gemeentelijk vergunningenregister wordt opgenomen als bouwovertreding, en wordt beslist "het proces-verbaal te laten gelden als wettelijk bewijs van het tegendeel van het weerlegbaar vermoeden van vergund te zijn"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 maart 2006; X-12.638-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. VAN RILLAER die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat T. BEELEN die loco Advocaat B. BEELEN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen op 16 januari 1992 een chalet met bijhorende grond hebben aangekocht, gelegen aan het Tijl Uilenspiegelpad 17 te Rotselaar (Wezemaal); dat in de notariële verkoopakte uitdrukkelijk werd gestipuleerd "dat voor het verkochte goed geen bouwvergunning werd afgeleverd"; dat de betrokken grond volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Leuven is gelegen in natuurgebied; dat deze grond niet is gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan of van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat de verzoekende partijen een aanvraag hebben ingediend om hun eigendom in het vergunningenregister opgenomen te zien als "vermoed vergund" overeenkomstig de artikelen 96, § 4, en 191, § 1, vijfde en zesde lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening; dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Rotselaar op 24 oktober 2005 heeft beslist een aantal weekendverblijven op haar grondgebied, waaronder ook dit van de verzoekende partijen, "op te nemen in het vergunningenregister als bouwovertreding en het proces-verbaal te laten gelden als wettelijk bewijs van het tegendeel van het weerlegbaar vermoeden van vergund te zijn"; dat dit besluit is gemotiveerd als volgt : "Het College, Overwegende dat de 42 chalets (waarvan lijst in bijlage) zonder wettelijke stedenbouwkundige vergunning opgericht werden in natuurgebied in de periode tussen 1962 en
  5. Overwegende dat volgens artikel 96, §4 tweede lid van het DRO, deze constructies (gezien de periode van oprichting) eventueel in aanmerking kunnen komen voor een opname in het vergunningenregister met het vermoeden van geacht vergund te zijn; Overwegende dat deze vakantieverblijven door Rohm in 2002 als bouwovertreding geverbaliseerd werden; X-12.638-2/5 Gelet op artikel 146 van DRO waarin natuurgebieden als kwetsbare gebieden worden gecatalogeerd; Aangezien de overtredingen in kwetsbaar gebied gelegen zijn, treedt normaliter de vijfjarige verjaring niet in. Deze overtredingen zijn immers een voortdurend misdrijf. Beslist : Art. 1 : De weekendverblijven, waarvan overzicht in bijlage, op te nemen in het vergunningenregister als bouwovertreding en het proces-verbaal te laten gelden als wettelijk bewijs van het tegendeel van het weerlegbaar vermoeden van vergund te zijn."; dat verzoekende partijen van deze beslissing met een brief, gedagtekend 26 oktober 2005, in kennis werden gesteld; Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van niet- ontvankelijkheid ratione materiae opwerpt, welke zij uiteenzet als volgt : "Verwerende partij is de mening toegedaan dat verzoekende partijen geen belang hebben om de bestreden beslissing aan te vechten nu dit geen voor vernietiging vatbare akte of reglement is overeenkomstig art. 14 § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dd. 12 januari 1973; Verwerende partij is de mening toegedaan dat er geenszins sprake is van een akte in de zin van een bestuurshandeling met individuele strekking die rechtsgevolgen ressorteert; Verwerende partij is eveneens de mening toegedaan dat het geen reglement betreft in de zin van art. 14 § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Dat immers overeenkomstig art. 96 van het DRO het vergunningenregister een geïnformatiseerd gegevensbestand is over de perceelsgebonden informatie met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op het grondgebied van een gemeente; Het bevat voor het hele grondgebied van de gemeente minstens de volgende informatie per kadastraal perceel :
  6. het kadastraal nummer, het huisnummer en de straatnaam
  7. (...)
  8. de stedenbouwkundige attesten die afgegeven worden
  9. elke aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning en de identiteit van de aanvrager
  10. elke aanvraag voor een verkavelingsvergunning en de identiteit van de aanvrager
  11. elke beslissing met betrekking tot die vergunningen, ook de stilzwijgende beslissingen, in eerste aanleg, beroep, schorsing of vernietiging, en de identiteit van diegene die in beroep gaat
  12. het verval van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning 7bis. In voorkomend geval, het stedenbouwkundig attest van conformiteit zoals bedoeld in art. 105 § 3
  13. de vermelding van elk proces-verbaal dat opgemaakt wordt met betrekking tot inbreuken op dit decreet, het verder gevolg dat aan deze processen-verbaal gegeven wordt, iedere gerechtelijke uitspraak en uitvoering van de herstelmaatregelen
  14. de vermelding van elk rechtsmiddel dat aangewend wordt, iedere schorsing, de uitspraken en het gevolg dat daaraan gegeven wordt; X-12.638-3/5
  15. het verschuldigd zijn van een planmatenheffing en bewijs van betaling van de planmatenheffing Dat aldus het vergunningenregister overeenkomstig art. 96 een geïnformatiseerd gegevensbestand is over de perceelsgebonden informatie; Dat hieruit dus geen individuele gevolgtrekking uit voortvloei(t) voor de betrokkenen; Dat het hier dus in wezen geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling betreft overeenkomstig art. 14 § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en derhalve het verzoekschrift tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing als onontvankelijk dient te worden afgewezen"; Overwegende dat luidens artikel 96, § 1, eerste en tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) het vergunningenregister een "geïnformatiseerd gegevensbestand (is) over de perceelsgebonden informatie met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op het grondgebied van een gemeente" dat "voor het hele grondgebied van de gemeente minstens de (in deze bepaling opgesomde) informatie per kadastraal perceel (bevat)"; dat onder Hoofdstuk I "Informatieverplichtingen" van Titel IV van hetzelfde decreet in artikel 134, § 3, is bepaald dat het vergunningenregister toegankelijk is voor het publiek en dat er uittreksels uit verkregen kunnen worden; dat uit deze bepalingen op het eerste gezicht blijkt dat het vergunningenregister een louter informatief karakter heeft, en de inhoud ervan "geen invloed (heeft) op de stedenbouwkundige status" van het betrokken onroerend goed (Memorie van Toelichting, Parl. St. Vl.P. 1998-1999, stuk 1332, nr. 1, 79, en Verslag, Parl. St. Vl. P. 1998-1999, stuk 1332, nr. 8, 17); dat de vermeldingen in het vergunningenregister aldus geen constitutief, maar een louter declaratoir karakter lijken te hebben; dat luidens artikel 98 DRO het college van burgemeester en schepenen overigens "verantwoordelijk (is) voor de overeenstemming van het vergunningenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen."; dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat een vermelding in het vergunningenregister -ook al zou deze niet terecht zijn- de werkelijke rechtstoestand van de betrokken eigendom niet vermag te wijzigen; dat aldus a fortiori beslissingen die worden genomen met het oog op het opmaken van het vergunningenregister -zonder te moeten ingaan op andere redenen van niet ontvankelijkheid van ertegen gerichten vorderingen- niet voor vernietiging vatbare akten zijn; dat de vordering op het eerste gezicht om deze reden alleen reeds niet ontvankelijk is; X-12.638-4/5 BESLUIT: Artikel
  16. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  17. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.638-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.903 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.