← België

Arrest 157922 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.922 Rolnummer: A. 168871/X-12627 Zaak: Arrest 157922 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-04 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 18:01 Fiche Arrest nr 157.922 van 25 april 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 157.922 van 25 april 2006 in de zaak A. 168.871/X-12.

  1. In zake :
  2. Fernand COSYNS,
  3. Bernisse VAN STERTHEM, beiden wonenden te 9620 ZOTTEGEM, Beugelstraat 116 tegen :
  4. de stad ZOTTEGEM, die woonplaats kiest bij Advocaten C. DE WOLF en K. BEKÉ, kantoor houdende te 9680 MAARKEDAL Etikhovestraat 6,
  5. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  6. tussenkomende partij : de vzw PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS SINT-FRANCISCUS, die woonplaats kiest bij Advocaten K. RONSE en V. PETITAT, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149, bus
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Fernand COSYNS en Bernisse VAN STERTHEM op 23 december 2005 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 5 september 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Zottegem waarbij aan de vzw Psychiatrisch Ziekenhuis de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een ziekenhuis op percelen gelegen te Zottegem, Penitentenlaan 7, kadastraal bekend sectie C, nrs. 0720h, 0722t, 0723d, 0732e, 0736b, 0738d02, 0745f, 0745l, 0745n, 0749l, 0749m, 0858f, 0865d, 0876l, 0878p; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; X-12.627-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 maart 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de o p mer k ingen van Advo caat C. VAN DER STICHELEN die verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat K. BEKÉ die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat I. BOCKSTAELE die loco Advocaat P. AERTS voor de tweede verwerende partij verschijnt en van Advocaten K. RONSE en V. PETITAT die voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de vzw Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Franciscus met een verzoekschrift van 19 januari 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de vzw Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Franciscus op 13 januari 2005 bij het College van burgemeester en schepenen van de stad Zottegem een aanvraag heeft ingediend voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor "het verbouwen van een ziekenhuis" op percelen gelegen te Zottegem, Penitentenlaan 7, kadastraal bekend sectie C, nrs. 0720h, 0722t, 0723d, 0732e, 0736b, 0738d02, 0745f, 0745l, 0745n, 0749l, 0749m, 0858f, 0865d, 0876l, 0878p; dat de betrokken percelen volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 mei 1978 vastgestelde gewestplan Aalst-Ninove- Geraardsbergen-Zottegem zijn gelegen in woongebied met landelijk karakter; dat ze niet zijn gelegen binnen een door de Vlaamse regering goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat de bouwaanvraag een vervangingsnieuwbouw van een psychiatrisch ziekenhuis voor 120 patiënten omvat; dat de nieuwbouw is opgevat in een terrasvormige opbouw met twee bouwblokken A en B telkens bestaande uit een X-12.627-2/6 aantal niveaus en dat elk niveau een module met een aantal leefgroepen bevat; dat de woning van verzoekers is gelegen aan de Beugelstraat 116 op een terrein rechts palend aan het bouwperceel, dat verzoekers naar aanleiding van het openbaar onderzoek een bezwaarschrift hebben ingediend; dat het college in zitting van 14 maart 2005 de bezwaren heeft onderzocht en ongegrond heeft bevonden; dat de gemachtigde ambtenaar op 23 augustus 2005 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Zottegem bij het thans bestreden besluit van 5 september 2005 de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door artikel 17, § 2, gestelde voorwaarde betreft, de verzoekende partijen aanvoeren dat het ziekenhuiscomplex wordt ingeplant op 10 m van hun woning en over de volledige lengte van het perceel, dat uit de bouwplannen blijkt dat het volledige complex zal worden opgetrokken in grijze snelbouwsteen zodat zij het gevoel zullen krijgen uit te kijken op een betonnen bunker, dat langs de kant van hun woning, zijnde de Beugelstraat, een toegang voor X-12.627-3/6 leveranciers is voorzien, dat de aard van het project ieder normaal rustig gebruik van de tuin onmogelijk zal maken, dat gelet op de omvang van het gebouw, met plaats voor meer dan 100 patiënten, er constant een groot aantal voertuigbewegingen zal plaatsgrijpen met alle daaraan verbonden lawaai- en geurhinder en dit zowel overdag als ‘s nachts, dat zij een volledig gebrek aan privacy zullen ondergaan en dit zowel in hun tuin, als in hun woning, dat in blok B een bovenverdieping wordt voorzien waarvan het dak hoger zal liggen dan de nokhoogte van hun woning, dat op dit verdiep twee terrassen en meerdere ziekenkamers worden ingeplant, allemaal voorzien van één of meerdere ramen met uitkijk op de noordoostelijke omringende woningen, dat gevel 03 op de bovenverdieping naast de twee terrassen niet minder dan 11 ramen voorziet, dat hun leefklimaat onaanvaardbaar en zeer ingrijpend gewijzigd zal worden, dat door de verwerende partij weliswaar een groenscherm wordt voorzien dat rechtstreekse inkijk zou moeten verhinderen, maar de lawaai- en geurhinder hierdoor niet zal afnemen, dat niet uit het oog verloren mag worden dat hun woning in een zeer "open" landelijke omgeving ligt, dat de in- en uitrit voor o.a. leveranciers, ziekenwagens, e.a. is voorzien tussen twee onoverzichtelijke bochten, die nu reeds leiden tot uiterst verkeersonveilige toestanden op dit stukje Beugelstraat, dat het inplanten van een containerpark in de onmiddellijke nabijheid van woningen hinder met zich meebrengt, namelijk geurhinder, ongedierte, insecten, ... en dat de patiënten van het ziekenhuis (waaronder drug- en alcoholverslaafden, seksuele delinquenten, zware depressieven, ...) uitzicht krijgen op de speelplaats van de lagere school; Overwegende dat uit het terreinprofiel, aangegeven op het plan "inplanting-bestaande toestand" (plannummer BA-01/13) evenals op het plan "inplanting-nieuwe toestand" (plannummer BA-02/13) blijkt dat het bouwterrein lager is gelegen dan de woning van verzoekende partijen; dat uit laatstgenoemd plan eveneens blijkt dat het betrokken gebouw wordt ingeplant op circa 20 m van de voorliggende Beugelstraat en op circa 10 m van de perceelgrens met verzoekers eigendom; dat, in tegenstelling tot hetgeen verzoekende partijen beweren, volgens de voorschriften van de vergunde plannen de gevels worden uitgevoerd, niet in grijze snelbouwsteen, maar het gelijkvloers in "blauwe hardsteen" en verdieping daarboven in "rode handvorm gevelsteen"; dat het beweerde nadeel te zullen moeten uitkijken "op een betonnen bunker" aldus geen steun vindt in de feitelijke gegevens van de zaak; dat verzoekende partijen zelf aannemen dat door het voorziene hoogstammige groenscherm de inkijk op hun eigendom voldoende zal worden verhinderd, maar dat hierdoor de lawaai- en geurhinder niet zal worden weggenomen die het gevolg zal zijn van het groot aantal te verwachten voertuigbewegingen; dat uit de vergunde plannen X-12.627-4/6 blijkt dat de hoofdtoegang tot het gebouwencomplex is gesitueerd, niet in de Beugelstraat waar verzoekende partijen wonen, maar in de Penitentenlaan; dat in de Beugelstraat slechts een secundaire toegang is voorzien uitsluitend bestemd voor logistieke diensten; dat verzoekende partijen geen concrete gegevens bijbrengen waaruit kan blijken dat dit beperkt gebruik van deze ingang dermate storend zal zijn dat het als een ernstig nadeel kan worden beschouwd; dat verzoekende partijen evenmin concrete gegevens bijbrengen waaruit kan blijken dat dit beperkt gebruik de verkeersveiligheid in de Beugelstraat ter hoogte van hun eigendom ernstig in het gedrang kan brengen; dat, wat het nadeel geput uit de inplanting van het containerpark betreft, uit de vergunde plannen blijkt dat het afval zal worden bewaard in een gekoelde ruimte in het gebouw zelf (plan "niveau 08.00", plannummer BA-03/13); dat volgens de verklaringen van de tussenkomende partij het containerpark enkel bestemd is voor één gesloten perscontainer, één glascontainer en één kleine papiercontainer; dat er geen reden is om, gelet op voormelde vaststellingen, deze verklaringen in twijfel te trekken; dat in de gegeven omstandigheden niet aannemelijk is dat de inplanting van het containerpark geurhinder of een risico op ongedierte tot gevolg zal hebben; dat ten slotte nadelen die niet persoonlijk zijn, in casu het beweerde nadeel dat zou voortvloeien uit het uitzicht dat drugsverslaafden en seksuele delinquenten zouden hebben op de speelplaats van de lagere school, niet dienstig kunnen worden ingeroepen; dat verzoekers uiteenzetting geen concrete en precieze gegevens bevat die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.627-5/6 BESLUIT: Artikel
  8. Het verzoek tot tussenkomst van de vzw Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Franciscus in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2006, door : de H. J. BOVIN, waarnemend kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.627-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.922 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.595 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.