← België

Arrest 158090 - - 28/04/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.090 Rolnummer: A. 170145/X-12702 Zaak: Arrest 158090 - - 28/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-05 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 18:14 Fiche Arrest nr 158.090 van 28 april 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.090 van 28 april 2006 in de zaak A. 170.145/X-12.

  1. In zake :
  2. Lieven ALLAERT,
  3. Annie LORD, die woonplaats kiezen bij Advocaat D. CORNELIS, kantoor houdende te 9031 GENT, Baarledorpstraat 93 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  4. tussenkomende partij : de stad IEPER, die woonplaats kiest bij Advocaat H. BARON, kantoor houdende te 8906 IEPER-ELVERDINGE, Sint-Livinusstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lieven ALLAERT en Annie LORD op 13 feruari 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 4 november 2005 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, waarbij aan de stad IEPER de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een polyvalente fuifzaal op een perceel gelegen te Ieper, Leopold III-laan 16, kadastraal bekend sectie C, nrs. 12e, 15c, 15r en 15s; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.702-1/4 Gelet op de beschikking van 27 maart 2006 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 21 april 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. CLAERHOUT die loco Advocaat D. CORNELIS verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat Y. FRANÇOIS die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat H. BARON die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de stad Ieper met een verzoekschrift van 2 maart 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, de verzoekende partijen in de vordering tot schorsing doen gelden dat zij aanpalende eigenaars zijn van het project en erop wijzen dat de inplanting van het gebouw de ruimtelijke draagkracht van de onmiddellijke aanpalende woongebieden ruimschoots overschrijdt en overigens niet in overeenstemming is met de bestemmingsvoorschriften; dat zij voorts doen gelden dat de inplanting van de polyvalente fuifzaal de overlast waar ze reeds vroeger mee waren geconfronteerd, enkel kan vergroten, dat de vermindering van de levenskwaliteit en de overlast die de inplanting van de fuifzaal met zich mee zal brengen niet geldelijk in te schatten is en in hun hoofde een ernstig en moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt; dat zij er voorts op wijzen dat het project toegankelijk is via sluipwegen die onmiddellijk langs X-12.702-2/4 de tuinen van de omwonenden lopen (in het parkgebied) en tevens langs een kinderspeeltuin, dat deze toegankelijkheid van alle zijden een efficiënte controle door de politiediensten zo goed als onmogelijk maakt; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift zich wat de feitelijke situering betreft van hun woningen en percelen ten opzichte van de vergunde constructie, beperken tot de verklaring dat ze beiden wonen in de Vaubanstraat binnen een straal van 2 à 300 m van het vergunde project; dat zij evenwel verzuimen enig concreet gegeven bij te brengen op welke wijze zij vanuit hun woning concreet zullen geconfronteerd worden met de aanwezigheid van de zaal en met de persoonlijke nadelen die er volgens hen zullen uit voortvloeien; dat dit verzuim de Raad in de onmogelijkheid stelt het opgeworpen nadeel op zijn merites te onderzoeken; dat in die omstandigheden dient te worden vastgesteld dat, zelfs aangenomen dat de verzoekende partijen zich nuttig zouden kunnen beroepen op het door hen in algemene bewoordingen ingeroepen nadeel betrokken op de "vermindering van de levenskwaliteit en de overlast", de in de vordering gegeven uiteenzetting ter zake loutere affirmaties zijn die bij gebreke aan concrete gegevens niet op een overtuigende wijze kunnen worden getoetst aan de concrete zaak; dat verder de omstandigheid dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning zou strijden met reglementaire bepalingen en met de vereisten van de ruimtelijke draagkracht van de aanpalende woongebieden, wettigheidsbezwaren zijn derwijze dat de mogelijke onwettigheid van de bestreden stedenbouwkundige vergunning geen ernstig nadeel is, maar er enkel de oorzaak van kan zijn; dat niet aannemelijk is gemaakt dat het toegankelijk zijn langs alle zijden van het gebouw een efficiënte politionele controle zo goed als onmogelijk maakt - mocht het al zijn aangetoond - een persoonlijk nadeel is; dat de uiteenzetting van de verzoekende partijen onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat de verzoekende partijen derhalve niet aannemelijk maken dat de uitvoering van de bestreden beslissing aanleiding zal geven tot een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel, in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.702-3/4 BESLUIT: Artikel
  6. Het verzoek tot tussenkomst van de stad Ieper in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig april 2006, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.702-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.090 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.814 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.