id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.122 Rolnummer: A. 147762/X-11772 Zaak: Arrest 158122 - - 28/04/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-09 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 18:25 Fiche Arrest nr 158.122 van 28 april 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.122 van 28 april 2006 in de zaak A. 147.762/X-11.772. In zake : 1. Robert FRANS, 2. Emiel KIEBOOMS, die woonplaats kiezen bij Advocaat G. JACOBS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, de Henninstraat 67-69 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg 271. tussenkomende partij : het COMMISSARIAAT-GENERAAL VOOR DE BEV O R D E R I N G V AN D E LI CHAMELIJKE ONTWIKKELING, DE SPORT EN DE OPENLUCHTRECREATIE (BLOSO), dat woonplaats kiest bij Advocaat K. RONSE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Robert FRANS en Emiel KIEBOOMS op 16 februari 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 april 2003 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan het BLOSO tot "gedeeltelijke omgevingsaanleg van het Bloso-domein (grond-, water-, wegenwerken & aanplantingen)" te Zemst, Tervuursesteenweg, kadastraal bekend tweede afdeling, sectie B; Gelet op het arrest nr. 134.294 van 13 augustus 2004 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen; X-11.772-1/9 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting op 17 augustus 2004 ingediend door de tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 19 november 2004, die het verzoekschrift tot voortzetting van het geding voor het verdere verloop van de procedure aanziet als een verzoek tot tussenkomst en die de tussenkomst van het BLOSO toelaat; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partijen; Gezien de "memorie van antwoord" van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de beschikking van 31 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 23 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. JACOBS die verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat I. BOCKSTAELE die loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat V. PETITAT die loco Advocaat K. RONSE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.772-2/9 Overwegende dat de door de tussenkomende partij neergelegde "laatste memorie" buiten de door het procedurereglement bepaalde termijn werd ingediend; dat zij uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat de tussenkomende partij op 14 januari 2003 een stedenbouwkundige vergunning heeft gevraagd voor de "gedeeltelijke omgevingsaanleg van het BLOSO-domein (grond-, water-, wegenwerken & aanplantingen)" op een terrein, gelegen aan de Tervuursesteenweg te Zemst; dat gedurende het openbaar onderzoek één bezwaarschrift wordt ingediend; dat, na gunstig advies van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Boortmeerbeek van 27 februari 2003, en van de afdeling Natuur van 24 februari 2003, de afdeling Bos en Groen op 10 maart 2003 een voorwaardelijk gunstig advies heeft uitgebracht, gevolgd door een gunstig advies op 2 december 2003; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zemst op 7 april 2003 in antwoord op een adviesaanvraag besluit dat gelet op de tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in het dossier het niet mogelijk is advies uit te brengen en dat het dossier volgens de gemaakte bemerkingen dient te worden aangepast; dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar bij het bestreden besluit van 30 april 2003 de gevraagde vergunning heeft verleend; dat hij op 23 augustus 2004 de gevraagde vergunning opnieuw heeft verleend "in vervanging van de stedenbouwkundige vergunning van 30/04/2003"; Overwegende dat de tussenkomende partij in een eerste exceptie het gebrek aan belang van de verzoekende partijen opwerpt doordat de door dezen voorgehouden onwettigheid in het bestreden besluit betrekking heeft op percelen op 625 en op 700 m afstand en zulks dus geen betrekking heeft op de onmiddellijke nabijheid en dat zij er geen rechtstreeks uitzicht op hebben; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun toelichtende memorie repliceren dat stedenbouwkundige vergunningen één en ondeelbaar zijn en dat van de drie middelen, het eerste en het tweede in ieder geval ook betrekking hebben op de percelen gelegen in de onmiddellijke nabijheid van hun woonplaats; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie niets toevoegen aan hetgeen hierboven reeds is uiteengezet; X-11.772-3/9 Overwegende dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de verzoekende partijen eigenaar en bewoner zijn van een woning die paalt aan het terrein waarop het bestreden besluit betrekking heeft; dat het niet relevant is dat de aangevoerde onwettigheden zich op de door de tussenkomende partij aangehaalde afstanden situeren, gezien het ondeelbare karakter van de stedenbouwkundige vergunning; dat de verzoekende partijen daardoor alleen al blijk geven van het vereiste belang; dat de exceptie wordt verworpen; Overwegende dat de tussenkomende partij in een tweede exceptie opwerpt dat het bestreden besluit impliciet is opgeheven door een nieuw vergunningsbesluit van 23 augustus 2004 van de gemachtigde ambtenaar, waardoor huidig beroep zonder voorwerp is geworden en de verzoekende partijen geen belang meer hebben bij het beroep; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun toelichtende memorie repliceren dat "de opheffing van de bestreden beslissing in de loop van het geding het belang niet teloor doet gaan indien de opheffingsbepaling zelf nog niet definitief is omdat ze (...) ook het voorwerp van een annulatieberoep uitmaakt" en dat, in geval het besluit van 23 augustus 2004 vernietigd wordt, de thans bestreden beslissing kan herleven; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie niets toevoegen aan hetgeen hierboven reeds is uiteengezet; Overwegende dat, zoals hierboven reeds aangegeven, de gemachtigde ambtenaar op 23 augustus 2004 aan BLOSO "de stedenbouwkundige vergunning in vervanging van de stedenbouwkundige vergunning van 30/04/03" heeft verleend voor dezelfde handelingen en werken op hetzelfde terrein; dat de verzoekende partijen eveneens een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring van dit besluit hebben ingediend; dat deze vorderingen gekend zijn onder het rolnummer A. 155.308/X-12.031; dat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de vordering tot schorsing zijn verworpen bij 's Raads arresten nrs. 134.851 en 140.688 van respectievelijk 10 september 2004 en 15 februari 2005, dat het beroep tot nietigverklaring nog steeds hangende is; dat het besluit van 23 augustus 2004 niet definitief is; dat de verzoekende partijen hun belang behouden bij onderhavig beroep; dat de exceptie niet kan worden aangenomen; X-11.772-4/9 Overwegende dat de verzoekende partijen in een eerste middel "het ontbreken van de feitelijk en rechtens vereiste juridische grondslag (opwerpen), evenals de schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van (
- de)bestuurshandelingen, evenals de schending van het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, algemene beginselen van behoorlijk bestuur"; dat zij in een tweede onderdeel van dat middel in essentie aanvoeren dat uit een vergelijking tussen de voorafgaande adviezen en het bestreden besluit blijkt dat dit laatste uitgaat van een verkeerde en onvolledige kennis van de feitelijke elementen van de aanvraag, minstens dat deze feitelijke elementen niet in het bestreden besluit worden aangegeven en beoordeeld, dat uit de bestreden beslissing niet de omvang en uitgestrektheid van de vergunde werken blijken, dat die werken veel ruimer blijken te zijn dan aangegeven in het bestreden besluit, dat met het bestreden besluit op zeer algemene wijze "grond-, water-, wegenwerken en aanplantingen" worden vergund, dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zemst in zijn advies heeft gewezen op tegenstrijdigheden omtrent het verwijderen van verharding, het vergroten van de bestaande parking, het aanleggen van een nieuwe toegang en op onduidelijkheden over het materiaal voor verhardingen, over het al dan niet afbreken van de brug achter het personeelsgebouw, over de vraag wat er met de sloten gebeurt, hoe de aanvulling van de beek gebeurt, op welke wijze een grote ronde waterpartij wordt voorzien, in hoeverre de gracht wordt doorgetrokken tot de spoorlijn en hoe groot het grondverzet is, over de functie van het op het masterplan grijs gekleurde gedeelte en op het feit dat het plan geen aanduidingen van de hoogte bevat, dat in het bestreden besluit met geen woord over dit alles wordt gerept en dat de vergunning op onredelijke, minstens op onzorgvuldige wijze is gegeven; Overwegende dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord of een laatste memorie in te dienen; Overwegende dat de verzoekende partijen noch in hun toelichtende memorie, noch in hun laatste memorie in essentie iets toevoegen aan hetgeen hierboven reeds is uiteengezet; Overwegende dat de tussenkomende partij betreffende het tweede onderdeel van het eerste middel repliceert dat onder "grond-, water-, wegenwerken en aanplantingen" redelijkerwijs het aanleggen van grachten, het openleggen van beken, het kappen van bomen en heraanplantingen kunnen worden gebracht, dat het X-11.772-5/9 college van burgemeester en schepenen geen positief noch een negatief advies heeft uitgebracht doch enkele onduidelijkheden heeft vastgesteld, dat in het bestreden besluit niet van dat advies wordt afgeweken doch dat het advies in de vergunningsvoorwaarden wordt geïncorporeerd om aan de gemaakte opmerkingen tegemoet te komen, dat voor de kapping van de bomen in het bestreden besluit wordt verwezen naar het advies van de afdeling Bos en Groen dat impliciete kapmachtiging inhoudt en dat het besluit derhalve gemotiveerd is en niet afwijkt van het advies van het college van burgemeester en schepenen; Overwegende dat naar luid van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen de opgelegde motivering "afdoende" moet zijn; dat dit concreet betekent dat de opgegeven redenen het bestreden besluit moeten kunnen dragen; dat aan de door voornoemde wetsbepaling voorgeschreven motiveringsplicht is voldaan, wanneer de stedenbouwkundige vergunning duidelijk de met de plaatselijke aanleg of ruimtelijke ordening verband houdende redenen opgeeft waarop de vergunningverlenende overheid haar beslissing steunt, derwijze dat het de aanvrager of belanghebbende derden mogelijk is met kennis van zaken tegen de bestreden beslissing op te komen, en dat de Raad van State de hem opgedragen wettigheidscontrole kan uitoefenen; dat hij met andere woorden kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot het bestreden besluit is kunnen komen; Overwegende dat het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zemst in zijn advies van 7 april 2003 op tal van concrete tegenstrijdigheden, onduidelijkheden en onvolledigheden in de vergunningsaanvraag wijst: "In het dossier zijn verschillende handelingen en/of werken onvolledig of onduidelijk weergegeven, deze werken kunnen niet worden vergund. Op het masterplan wordt aan het strandgebouw een volkssportentuin voorzien met een afsluiting er rond, centraal wordt er een evenementenweide voorzien en een nieuw sportveld, aan de zijde van de Tervuursesteenweg en de Trianonlaan wordt een zachte berm aangeduid, rond het plein achter de Agora wordt een constructie voorzien. Tussen het Sportimonium en het Blosoplein wordt een gedeelte in een grijze kleurcode aangeduid, de functie hiervan is niet duidelijk. Volgens de doorsnede C-C’ worden tussen het fietspad en de ringweg bomen voorzien. Op het masterplan en de doorsnede wordt een keermuur in beton aangegeven tussen de ringgracht en de vijvers ten oosten van het zwembad, ook wordt er een kleine verharde oppervlakte voorzien tussen de beide vijvers. Uit de plannen en de doorsneden blijkt dat er ingrijpende reliëfwijzigingen worden voorzien, in het dossier is er echter geen plan met hoogte aanduidingen aanwezig X-11.772-6/9 van het bestaande en het toekomstige terrein. O.a. de wijze waarom het hoogteverschil aan de uitgang langs de Trianonlaan, vanaf de Dennenlaan wordt opgevangen is niet weergegeven."; en daaruit besluit: "Gelet op de tegenstrijdigheden omtrent de verhardingen, de onduidelijkheid i.v.m. de ronde waterpartij en de gracht t.h.v. de Tervuursesteenweg, het ontbreken van een bijzondere machtiging voor het verleggen van de Zwarte Beek, het plaatsen van een fontein in natuurgebied, de bepalingen van het bosdecreet omtrent het geheel of gedeeltelijk ontbossen van een terrein en het ontbreken van informatie i.v.m. diverse elementen is het niet mogelijk een advies uit te brengen over dit dossier. Het dossier dient volgens de gemaakte bemerkingen te worden aangepast."; Overwegende dat dienaangaande in het bestreden besluit slechts wordt overwogen dat "de opmerkingen van het college-advies worden weerhouden en - rekening houdende met de adviezen van de afdeling Natuur en van de afdeling Bos en Groen - als voorwaarden mee opgenomen in het beschikkend gedeelte"; dat deze voorwaarden luiden als volgt : "op het terrein waarop de werken betrekking hebben, dient vóór de aanvang van de werken en tijdens de gehele duur ervan een mededeling te worden aangeplakt die te kennen geeft dat de vergunning afgegeven is; - het naleven van de voorwaarden en richtlijnen zoals verstrekt door: de Afdeling Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant, het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, de Afdeling Bos en Groen en de directie Infrastructuur-dienst waterlopen van de Provincie Vlaams-Brabant. Hierbij wordt de aandacht gevestigd op het feit dat voor de verplaatsing van de Bergbeek voorafgaandelijk een machtiging bekomen moet zijn van de Bestendige Deputatie. Gezien de Vlaamse Overheid in al zijn geledingen ten volle gebonden is aan het bevorderen van een duurzame leefomgeving en hierin als dusdanig duidelijk een voortrekkersrol te spelen heeft worden de volgende projectaanpassingen opgelegd. Toepassing van de principes van natuurtechnische milieubouw (zie steekkaart terzake in bijlage) : - de oevers van vijvers, beken en grachten moeten aangelegd met : - ofwel stortstenen plus netrollen/vlechtwerk met wilgetenen (zones in onverharde omgeving); - ofwel schanskorven met oeverplanten (wanneer palend aan fietspad of ringweg); - de New-Jerseyprofielen langs de ringweg moeten vervangen worden door schanskorven. Bijzondere aandacht voor het verbeteren van de waterhuishouding in de ruime omgeving : - de nieuwe betonklinkers van de hoofddreef moeten vervangen worden door open verharding; - de parkeervakken in waterdoorlatende materialen, bij voorkeur dolomiet of gras; - inbuizing van grachten en beken over meer dan 4 meter is verboden; X-11.772-7/9 - nieuwe asfalt moet vervangen worden door gestabiliseerd dolomiet of gelijkwaardig. Bijzondere aandacht voor de interne en externe verkeersveiligheid en het bevorderen van langzaam verkeer plus openbaar vervoer : - de breedte van de ringweg moet gereduceerd worden van 5 meter naar 4,5 meter; - de breedte van het fietspad moet vergroot worden van 1m35 naar 1m85; - er worden geen bijkomende parkeervakken toegestaan : de groei moet opgevangen worden door andere vervoerswijzen; - per parkeereiland moet een overdekte en verlichte fietsenstalling opgericht met een capaciteit gelijk aan het aantal auto-parkeervakken; - in samenspraak met de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn en de NMBS moeten er zo kort mogelijke wandelwegen ingepast worden naar de bestaande of her in te planten busstopplaatsen en treinhalte."; dat uit die voorwaarden niet kan worden opgemaakt dat zij betrekking hebben op en een einde stellen aan de door het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Zemst in zijn advies opgemerkte tegenstrijdigheden, onduidelijkheden en onvolledigheden; dat derhalve evenmin kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot het bestreden besluit is kunnen komen; dat het tweede onderdeel van het eerste middel gegrond is in de mate dat het betrekking heeft op de schending van de formele motiveringsplicht; BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van 30 april 2003 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan het BLOSO tot "gedeeltelijke omgevingsaanleg van het Bloso- domein (grond-, water-, wegenwerken & aanplantingen)" te Zemst, Tervuursesteenweg, kadastraal bekend tweede afdeling, sectie B. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-11.772-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig april 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.772-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.122 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.294 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div