← België

Arrest 158317 - - 04/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.317 Rolnummer: A. 172597/XII-4753 Zaak: Arrest 158317 - - 04/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-10 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 18:34 Fiche Arrest nr 158.317 van 4 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.317 van 4 mei 2006 in de zaak A. 172.597/XII-

  1. In zake : Sean CAUBERGS, die woonplaats kiest bij advocaten K. Crauwels en K. Clonen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A tegen : de STAD ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sean Caubergs op 2 mei 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 27 april 2006 van de directeur van het stedelijk lyceum van de stad Antwerpen waarbij hem de tuchtstraf wordt opgelegd van tijdelijke uitsluiting van alle lessen van tien effectieve schooldagen; Gelet op de beschikking van 4 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 mei 2006, om 14.15 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Clonen, die verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de directeur van het stedelijk lyceum aan de Jan De Voslei te Antwerpen met een 27 april 2006 gedateerd schrijven aan verzoeker, zesdejaars leerling aan het lyceum, meedeelt dat hem een tuchtmaatregel wordt XII-4753-1/4 opgelegd van “tijdelijke uitsluiting uit alle lessen van 10 effectieve schooldagen” en dat de maatregel ingaat op dinsdag 2 mei 2006; Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat verzoeker doet gelden wat volgt : “In casu is het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van verzoeker evident. Bij het bestreden besluit wordt aan verzoeker de op één na hoogste tuchtstraf opgelegd, namelijk de uitsluiting uit alle lessen voor de maximaal voorziene periode van 10 effectieve schooldagen. Het materieel en moreel nadeel van verzoeker kan niet ter discussie staan. Het materieel nadeel bestaat er onder meer in dat hij, in de aanloop van zijn eindexamens verplicht wordt de leerstof zelf te verwerken, zonder begeleiding van de leerkrachten. Hij krijgt enkel de mogelijkheid om via een onduidelijke procedure vragen te stellen aan de leerkrachten. Aan verzoeker wordt hierdoor het grondwettelijk gegarandeerd recht op onderwijs ontnomen. Bovendien worden zijn kansen op slagen in de eindexamens hierdoor onterecht zwaar gehypothekeerd. Het moreel aspect van het nadeel is zo mogelijk nog groter. Als 18-jarige wordt verzoeker geïsoleerd van zijn klasgenoten, terwijl zijn aanwezigheid op de school wel vereist en zelfs verplicht wordt. Het leidt geen twijfel dat deze sanctie een onmiddellijke weerslag heeft op de reputatie van verzoeker en de relatie tot zijn klasgenoten. Een dergelijk zware tuchtmaatregel houdt immers sowieso een graad van afkeuring in, waardoor betrokkene in beginsel een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat, dat evident is (R.v.St. nr. 109.099, 10 juli 2003; R.v.St. nr. 69.747, 25 november 1997). Uit hetgeen hierna volgt blijkt dat verzoeker beschikt over een ernstig nadeel dat moeilijk te herstellen is, indien de bestreden beslissing verder ten uitvoer wordt gelegd”; Overwegende dat het materiële nadeel danig dient gerelativeerd; dat immers de bestreden beslissing in volgende toepassingsmodaliteiten voorziet : “De aanwezigheid van Sean Caubergs bij in de school is verplicht tijdens de tijdelijke uitsluiting uit de lessen. Tijdens de tijdelijke uitsluiting uit de lessen zal Sean Caubergs in een hem toegewezen lokaal zelfstandig de leerstof moeten verwerken aan de hand van opdrachten van de leerkrachten. Alle taken die andere leerlingen maken moet hij eveneens maken. De toetsen voorzien voor zijn medeleerlingen zal hij samen met de medeleerlingen van zijn klas afleggen in het XII-4753-2/4 lokaal waar de andere leerlingen zitten. Als Sean Caubergs vragen heeft bij leerstof, taken en toetsen wordt hem hiertoe de mogelijkheid geboden om deze vragen te stellen. Uiteraard zal hij hierop een passend antwoord krijgen net zoals dit bij andere leerlingen het geval zou zijn.”; dat aan verzoeker dienvolgens het recht op onderwijs niet wordt “ontnomen”, maar slechts door een tijdelijke maatregel wordt beperkt; dat de verwerende partij zich daarbij inspant om verzoeker tijdens de tien dagen van uitsluiting van de lessen geen leerachterstand te doen oplopen maar om hem in de beste studieomstandigheden - namelijk op school, in een hem speciaal daarvoor toegewezen lokaal, aan de hand van opdrachten die de leerkrachten daartoe opstellen- in staat te stellen om de leerstof te verwerken en om de taken te maken zoals de andere leerlingen; dat verzoeker bovendien de mogelijkheid krijgt om vragen te stellen waarop hij een passend antwoord zal krijgen net zoals dit bij andere leerlingen het geval zou zijn; dat de Raad geen reden ziet om aan te nemen dat deze vorm van begeleiding door de leerkrachten ontoereikend zou moeten zijn; dat de straf daarenboven zeer beperkt is in de tijd en er op neer komt dat verzoeker op een geheel schooljaar tien dagen lessen moet missen, op de wijze als zo-even besproken en waarbij er voor de eindexamens zelf nadien nog een aantal weken volgen waarin verzoeker opnieuw de lessen zal kunnen volgen; dat de Raad in de genoemde omstandigheden niet overtuigd wordt dat verzoekers kansen op slagen door de tenuitvoerlegging van de bestreden maatregel “zwaar gehypothekeerd” zijn; dat het nadeel in zoverre niet de vereiste ernst vertoont; Overwegende, wat het morele aspect van het aangevoerde nadeel betreft, dat het beweerde geïsoleerd zijn van zijn klasgenoten niet strookt met de opgelegde aanwezigheid van verzoeker op school en met het samen met de andere leerlingen afleggen van de toetsen; dat immers ook buiten de lessen zelf, en bij uitstek dan, op school tijd en mogelijkheid bestaat om contact te houden met de medeleer- lingen; dat voorts de mogelijk negatieve weerslag op verzoekers reputatie niet concreet wordt gemaakt, en alleszins als moreel nadeel kan worden hersteld, met name door de morele genoegdoening van een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest; Overwegende dat niet voldaan is aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen, XII-4753-3/4 BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier mei 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4753-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.317 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.