← België

Arrest 158320 - - 04/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.320 Rolnummer: A. 132399/X-11276 Zaak: Arrest 158320 - - 04/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-22 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 18:35 Fiche Arrest nr 158.320 van 4 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 158.320 van 4 mei 2006 in de zaak A. 132.399/X-11.

  1. In zake : de nv SEAREST, die woonplaats kiest bij Advocaat W. VAN STEENBRUGGE, kantoor houdende te 9000 GENT, Limburgstraat 122 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv SEAREST op 27 januari 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 november 2002 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van 23 augustus 2002 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Brugge waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor de regularisatie van werken strekkende tot het inrichten van een taverne gelegen te Zeebrugge, Vismijnstraat 50, op een perceel kadastraal bekend sectie P, nr. 47k 15; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 21 december 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 10 januari 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; X-11.276-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-11.276-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-11.276-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.320 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.