← België

Arrest 158330 - - 04/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.330 Rolnummer: A. 135187/X-11386 Zaak: Arrest 158330 - - 04/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-22 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 18:39 Fiche Arrest nr 158.330 van 4 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 158.330 van 4 mei 2006 in de zaak A. 135.187/X-11.

  1. In zake : de gemeente KRAAINEM tegen :
  2. de gemeente SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE,
  3. het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. ------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente KRAAINEM op 8 april 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 4 februari 2003 van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe waarbij aan de vzw SEGEC de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een gebouw voor uitrusting van algemeen belang op de hoek van de Mounierlaan 100 en de Kraainemlaan 61 te Sint-Lambrechts-Woluwe; Gelet op het arrest nr. 146.573 van 24 juni 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 15 juli 2005; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari X-11.386-1/3 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-11.386-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-11.386-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.330 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.