← België

Arrest 158427 - - 08/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.427 Rolnummer: A. 103236/IX-2809 Zaak: Arrest 158427 - - 08/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-12 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 18:45 Fiche Arrest nr 158.427 van 8 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.427 van 8 mei 2006 in de zaak A. 103.236/IX-

  1. In zake : Eric VAN MECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat F. RAYMAEKERS, kantoor houdende te LEUVEN, Ambachtenlaan 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale politie Algemeen Commando DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. tussenkomende partij : Jan GERARD, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te BRUSSEL, F. Rooseveltlaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eric VAN MECHELEN op 11 april 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - de beslissing van 7 november 2000, te zijnen opzichte geëxpliciteerd met een individueel besluit van 20 december 2000, van de directie van het personeelsbeheer van het Algemeen Commando van de Rijkswacht waarbij, met het oog op het begeven van een aantal betrekkingen van lid R4 en lid R5 bij de BOB en DGPMG, een aantal personeelsleden worden geselecteerd, - de beslissing van 14 februari 2001 waarbij de beslissing van 7 november 2000, na heroverweging, wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 99.757 van 12 oktober 2001 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Jan GERARD in het administratief kort geding wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden IX-2809-1/3 beslissingen wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 31 oktober 2001 ingediend door Eric VAN MECHELEN; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 13 december 2001 van Jan GERARD; Gelet op de beschikking van 7 februari 2002 die de tussenkomst van Jan GERARD toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur St. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 14 oktober 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 20 oktober 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; IX-2809-2/3 Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in het administratief kort geding en in het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht mei 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-2809-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.427 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.99.757 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.