id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.495 Rolnummer: A. 172543/VII-35918 Zaak: Arrest 158495 - - 08/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 18:50 Fiche Arrest nr 158.495 van 8 mei 2006 - Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.495 van 8 mei 2006 in de zaak A. 172.543/VII-35.918 In zake : Viviane LEYMAN, die woonplaats kiest bij advocaat I. ROGIERS, kantoor houdende te KALKEN, Kalkendorp 17A tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92 tussenkomende partij : Mathilde DE WIT, die woonplaats kiest bij advocaat Y. VASTERSAVENDTS, kantoor houdende te ASSE, Steenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Viviane LEYMAN op 2 mei 2006 heeft ingediend om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 23 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep dat Mathilde DE WIT had ingediend tegen het besluit van 5 december 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise houdende weigering van de natuurvergunning voor het dempen van een poel met wijziging van het reliëf van het grasland op percelen gelegen aan de Slozenstraat te Meise (Wolvertem), kadastraal gekend afdeling 1, sectie C, nrs. 41b en 42c, gegrond wordt bevonden, het beroepen besluit wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-35.918-1/8 Gelet op de beschikking van 4 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 mei 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ROGIERS, die verschijnt voor de verzoekster, van advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat Y. VASTERSAVENDTS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur W. WEY- MEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat Mathilde DE WIT, begunstigde van de bestreden natuurvergunning, met een ter zitting neergelegd verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussen komen; dat dit verzoek kan worden ingewilligd;
- Overwegende dat de relevante feiten in de huidige stand van het geding als volgt kunnen worden samengevat : 2.
- Op 18 oktober 2005 dient de tussenkomende partij een natuurver- gunningsaanvraag in bij de gemeente Meise voor het dempen van een “poel”. Het zou haar bedoeling zijn de betrokken gronden te bestemmen als te begrazen weiland. 2.
- Tijdens het openbaar onderzoek wordt een bezwaarschrift ingediend door de v.z.w. Natuurpunt, en door een aantal omwonenden, waaronder de verzoekster. Door de beroepindieners wordt er onder meer op gewezen dat het gaat om een oude historische vijver die een opmerkelijke watervogelhabitat is. Voorts vrezen de bezwaarindieners dat de drooglegging de natuurlijke habitat en het ecosysteem zal aantasten waardoor zonder twijfel de waterhuishouding zal verstoord worden aangezien deze vijver niet langer de functie van waterbufferend reservoir en overstromingsgebied kan spelen. VII-35.918-2/8 2.
- Op 28 november 2005 verleent de Afdeling Natuur - Vlaams- Brabant van AMINAL een ongunstig advies over de aanvraag. Daarin wordt o.m. gesteld dat poelen en moeraszones kleine landschapselementen zijn met een veel grotere natuurwaarde dan een begraasd weiland. Mits enig onderhoud kan deze poel uitgroeien tot een ecologisch waardevol biotoop met diversiteit van planten en dieren. Dit advies wordt bijgetreden door de Milieudienst van de gemeente Meise op 1 december
- In dit advies wordt er eveneens op gewezen dat “de vrees voor het verlies van de waterbufferende functie (terecht is)” doch het effect ervan eerder klein omdat uit contacten met de aanvraagster blijkt dat de aanvraag zich wel degelijk beperkt tot het dempen van de uitgegraven zone met een oppervlakte van 5 tot maximaal 8 are. 2.
- Op 5 december 2005 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise de vergunning. In die weigeringsbeslissing wordt ter evaluatie van de bezwaren gesteld dat “het verlies van deze waardevolle biotoop (...) in de aanvraag inderdaad niet (wordt) vermeden, gecompenseerd, hersteld of gemilderd”. Er wordt aan toegevoegd dat door de demping van de poel de bufferwerking effectief gehypothe- keerd zal worden. Die beslissing is als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat de overheid er dient voor te zorgen dat een schadelijk effect aan het watersysteem, inzonderheid aan de kwantitatieve toestand van het grondwater, wordt vermeden en dit door de vergunning te weigeren of aan voorwaarden te onderwerpen (decreet integraal waterbeleid van 18/07/2003). Overwegende dat deze aanvraag geen aandacht aan de gevolgen voor het waterbergend vermogen, de afvoer van het regenwater en de impact op de grondwatertafel en geen compenserende of milderende maatregelen bevat (niettegenstaande daar van in den beginne werd op gewezen), zodat met betrekking tot dit aspect de vergunning in de huidige vorm dient geweigerd te worden. Overwegende dat, overeenkomstig het integratiebeginsel uit het natuurde- creet van 21/10/1997, de vergunningverlenende overheid vermijdbare schade aan de natuurwaarden dient te vermijden door de vergunning te weigeren of aan voorwaarden te onderwerpen teneinde de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen. Overwegende dat het verlies van natuurwaarden ten gevolge deze werken onvermijdelijk is en het dossier geen enkele compenserende, herstellende of milderende maatregel voorziet, zodat ook vanuit dit oogpunt de aanvraag in zijn huidige vorm dient geweigerd te worden. Overwegende dat ten aanzien van dergelijke bestaande waardevolle kleine landschapselementen een algemene zorgplicht geldt. Overwegende dat de poel mits enig onderhoud (ruiming) zou kunnen uitgroeien tot een ecologisch waardevolle biotoop (desnoods met optimalisering VII-35.918-3/8 van de ruimte) en tegelijkertijd dienst doen als veedrinkpoel voor de grazende dieren. Overwegende dat dergelijke maatregelen in aanmerking komen voor subsidie. Overwegende dat het instandhouden en mogelijk ontwikkelen van natuurlijke buffergebieden evenals het behouden en ontwikkelen van kleine landschapsele- menten beleidsdoelstellingen zijn, opgenomen in het gemeentelijk milieubeleids- plan.” 2.
- De tussenkomende partij tekent op 22 december 2005 bij de verwerende partij beroep aan tegen de voormelde beslissing. 2.
- Op 27 februari 2006 brengt de Afdeling Natuur een ongunstig advies uit over de vergunningsaanvraag. In dat advies wordt gesteld dat de elementen die in het beroepschrift worden aangehaald geen aanleiding geven tot het herzien van het eerder advies van de afdeling Natuur. Dit advies vervolgt : “In de huidige toestand gaat het om een poel van ca. 5 are die grotendeels verland is en waar een moerasvegetatie met riet, lisdodde en enige wilgenopslag voorkomt. De beperkte oppervlakte neemt niet weg (dat) het een interessant biotoop betreft, dat zeker een hogere natuurwaarde heeft dan een begraasd weiland. Bovendien doet het feit dat de poel illegaal gegraven is en niet natuurlijk ontstaan is niets af aan de natuurwaarde ervan. De meeste poelen zijn trouwens uitgegraven putten. In tegenstelling tot wat in het beroepsschrift beweerd wordt, houdt de aanvraag wel degelijk een reliëfwijziging in. Men wil immers de poel dempen en het perceel egaliseren. Verder wensen we nog op te merken dat de aanwezigheid van een poel op het perceel geen belemmering hoeft te betekenen voor het gebruik van het perceel als begraasd weiland. Indien de poel geruimd wordt kan hij dienen als drinkplaats voor het vee. In dat opzicht is een poel zeker wel in overeenstem- ming met de bestemming van de grond. De afdeling natuur handhaaft dus haar negatieve advies voor deze natuurver- gunningsaanvraag en stelt voor dat de poel zou geruimd worden om verlanding tegen te gaan en om een drinkplaats voor het vee te creëren.” 2.
- Ook de provinciale dienst Leefmilieu adviseert in de zelfde zin. 2.
- Op 23 maart 2006 wordt het bestreden besluit, waarbij de vergunning toch wordt verleend, genomen. De motivering om de andersluidende adviezen niet te volgen luidt als volgt : “De deputatie beslist om het beroep in te willigen omwille van het feit dat: -het een agrarisch gebied betreft; -de poel als niet waardevol beschouwd dient te worden”; VII-35.918-4/8
- Overwegende dat de verwerende partij wel stelt dat het belang “wel degelijk onderzocht dient te worden”, doch aldus geen exceptie formuleert; dat de Raad van State ambtshalve geen redenen ziet om de voorliggende vordering bij gebrek aan belang niet ontvankelijk te verklaren;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende, wat de hoogdringendheid betreft, dat de verweren- de partij deze uitdrukkelijk niet betwist; dat de tussenkomende partij deze wel betwist; dat de verzoekster in haar verzoekschrift concrete gegevens vermeldt waaruit blijkt dat zij pas op 27 april 2006 van de bestreden beslissing in kennis werd gesteld; dat de tussenkomende partij daar concreet alleen tegen inbrengt dat de bestreden beslissing op 30 maart 2006 werd overgemaakt aan de gemeente Meise met vraag tot bekendmaking; dat zij stelt dat die beslissing daarop onmiddellijk door de gemeente werd bekendgemaakt; dat zij evenwel geen concrete elementen verschaft waaruit in de huidige stand van het geding kan worden besloten dat die bekendmaking op die wijze gebeurde dat de verzoekster onmiddellijk feitelijke kennis moest hebben van de beslissing; dat dit bewijs ook niet wordt geleverd door het loutere gegeven dat de verzoekster een leidende figuur is in het verzet tegen de kwestieuze vergunning; dat voldoende is aangetoond dat de verzoekster met de vereiste diligentie is opgetreden, en het tegendeel niet concreet wordt aannemelijk gemaakt; dat de vergunde werken dermate snel kunnen worden uitgevoerd dat de kans bestaat dat een gewone vordering tot schorsing het aangevoerde nadeel niet kan voorkomen; dat de desbetreffende schorsingsvoorwaarde is vervuld ; 4.
- Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekster voldoende concrete elementen verschaft waaruit blijkt dat haar natuurbeleving en haar leef- en woonklimaat ernstig verstoord dreigen te worden door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat zij immers voldoende concreet aantoont een meer dan gemiddeld belang te stellen in het biotoop, onmiddellijk palend aan haar eigendom, dat door de bestreden beslissing VII-35.918-5/8 dreigt teloor te gaan, en waarvan de adviezen van de bevoegde diensten het groot belang benadrukken, zonder dat de bestreden beslissing, zoals hierna zal blijken, enig concreet gegeven bevat waaruit blijkt dat het niet om een zeer waardevol biotoop zou gaan; dat, in het licht van de ten deze toepasselijke regelgeving, de wijze waarop dit biotoop is tot stand gekomen ter zake niet relevant is, evenmin als de gewestplan- bestemming; dat de hierop gesteunde argumenten van de verwerende en de tussenkomende partijen derhalve niet deugdelijk zijn; dat bovendien de kwestieuze werken op zeer korte termijn kunnen worden gerealiseerd, zodat de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel eveneens duidelijk is; 4.3.
- Overwegende dat de verzoekster in haar tweede middel onder meer de formele en de materiële motiveringsverplichting geschonden acht; dat zij in essentie stelt dat de gegeven motivering niet volstaat en niet afdoende is, dat compleet wordt voorbij gegaan aan de uitgebrachte adviezen waarin onder meer wordt gesteld dat de poel een interessante biotoop is en eigenlijk zelfs geruimd zou moeten worden of nog dat het een waardevolle moerasbiotoop betreft met een specifieke vegetatie; 4.3.
- Overwegende dat, in tegenstelling tot wat de verwerende en de tussenkomende partijen beweren, een eenvoudige lezing van de hoger weergegeven motivering van de bestreden beslissing meer dan afdoende duidelijk maakt dat de verwerende partij niet concreet argumenteert waarom zij, in tegenstelling tot de zeer omstandig en concreet onderbouwde adviezen van de ter zake onderlegde diensten, waaronder haar eigen provinciale dienst, en in tegenstelling tot het college van burgemeester en schepenen van de gemeente, als enige van de in het beslissingspro- ces tussenkomende instanties, van oordeel is dat de kwestieuze poel niet waardevol is; dat het feit dat de poel ligt in een agrarisch gebied ter zake geenszins relevant lijkt te zijn; dat het middel ernstig is; 4.
- Overwegende dat is voldaan aan alle krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste voorwaarden; dat de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan worden bevolen, VII-35.918-6/8 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Mathilde DE WIT in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van 23 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij het beroep dat Mathilde DE WIT had ingediend tegen het besluit van 5 december 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise houdende weigering van de natuurvergunning voor het dempen van een poel met wijziging van het reliëf van het grasland op percelen gelegen aan de Slozenstraat te Meise (Wolvertem), kadastraal gekend afdeling 1, sectie C, nrs. 41b en 42c, gegrond wordt bevonden en de gevraagde vergunning wordt verleend. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het geschorste besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-35.918-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht mei tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-35.918-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.495 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.394 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div