id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.519 Rolnummer: A. 169779/XII-4633 Zaak: Arrest 158519 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 18:54 Fiche Arrest nr 158.519 van 9 mei 2006 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.519 van 9 mei 2006 in de zaak A. 169.779/XII-
- In zake : Marthe PIERCO, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), met zetel te 1070 Brussel, Poincarélaan 72-74 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 10 Midden-Brabant, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marthe Pierco op 26 januari 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “- de beslissing SGR10/051130/074 van de Raad van Bestuur van Scholengroep 10 Midden-Brabant van het Gemeenschapsonderwijs, waarbij verzoekster niet batig werd gerangschikt voor de werfreserve voor de betrekking van directeur CLB Vilvoorde [...]; - de impliciete weigering om verzoekster -als enige- batig te rangschikken voor bedoelde werfreserve”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4633-1/4 Gelet op de beschikking van 31 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 april 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoekster, en van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoekster zich kandidaat stelt voor de betrekking van directeur van het CLB Vilvoorde; dat de raad van bestuur op 30 november 2005 vaststelt dat verzoekster niet voldoet en haar niet opneemt in de werfreserve; dat de raad van bestuur wel S. Vandermeeren opneemt in de werfreserve “vermits geen enkele kandidaat voldoet aan artikel 50 § 2 van het DRP”;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende dat verzoekster, wat de tweede voorwaarde betreft, doet gelden wat volgt : “Verzoekende partij lijdt een persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Gelet op de reeds gevorderde leeftijd van verzoekster (/21/05/1950) wordt het meer en meer onwaarschijnlijk dat zij een directeursfunctie alsnog zal kunnen uitoefenen en de daaraan verbonden salarisschaal zal kunnen genieten. Binnen de provincie van verzoekster (Vlaams-Brabant) bevinden zich slechts 3 CLB’s van het gemeenschapsonderwijs (Halle,Vilvoorde en Leuven); in Brussel bevindt zich 1 CLB. Binnen een realistische straal is aldus allerminst sprake van een overaanbod aan directiefuncties. Volgens de inlichtingen van verzoekster is binnen deze CLB’s enkel de huidige directrice van het CLB Vilvoorde ‘ontslagnemend’. Terzake dient te worden gewezen op de bewoordingen van het arrest van de Raad van State nr. 53.255 dd. 17 mei 1995 : XII-4633-2/4 ‘De bestreden beslissing houdt verzoeker af van een bevordering tot adjunct- secretaris; in redelijkheid kan aangenomen worden dat het definitief worden van de bestreden beslissing verzoekers promotiekansen tot nul herleidt; in acht genomen de leeftijd en de omstandigheid dat het bestuur bij de totstandkoming van de bestreden beslissing reeds het element “leeftijd” bij de besluitvorming heeft betrokken, kan verzoekers stelling dat zijn kansen om ooit nog de betrekking van adjunct-secretaris uit te oefenen alsmaar kleiner of zelfs onbestaande worden bijgetreden worden; in dat opzicht kan in hoofde van verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden onderkend’ Aan het voorgaande kan worden toegevoegd dat Uw Raad in het arrest nr. 119.019 van 6 mei 2003 een moeilijk te herstellen ernstig nadeel heeft erkend op grond van het feit ‘dat te dezen evenwel uit het verzoekschrift en uit verzoekers betoog ter terechtzitting is gebleken welk wezenlijk moreel belang, niet eender welke kans op benoeming als directeur, maar op die welbepaalde benoeming in de betrekking te Hasselt voor verzoeker heeft. Deze rechtspraak is eenvoudig toepasbaar op voorliggende casus, nu voorliggende directiefunctie de enige is die verzoekster, in acht nemende haar leeftijd, nog mag hopen te vervullen. In casu is er aldus sprake van een wezenlijk moreel belang in hoofde van verzoekster”;
- Overwegende dat verzoekster zich verregaand vergist in de aard van de schorsingsprocedure, als zij meent ermee te mogen volstaan naar twee eerder uitgesproken arresten te verwijzen en deze arresten zonder meer “eenvoudig toepasbaar” te noemen “op voorliggende casus”; dat integendeel de hier besproken voorwaarde vereist dat een verzoekende partij zeer concreet, met specifiek op de omstandigheden van haar zaak gerichte argumenten en met controleerbare feitelijke gegevens ter ondersteuning, voor de Raad van State aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden maatregel haar een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel kan doen lijden; dat de simpele referentie aan twee precedenten precies de negatie is van het feit dat het nadeel in concreto moet worden getoetst én slechts aan de hand van wat de verzoekende partij in het verzoekschrift daaromtrent heeft aangevoerd; Overwegende voorts dat tegenover de bewering van verzoekster dat de voorliggende directiefunctie de enige is die zij, gelet op haar leeftijd en het eerder beperkt aantal dergelijke directiefuncties “binnen een realistische straal”, nog mag hopen te vervullen, vooreerst de vaststelling staat dat zij ook kandidaat is voor een directiefunctie te Lier; dat er voorts en vooral tegenover staat dat S. Vandermeeren op 6 januari 2006 beslist heeft om zich terug te trekken en dat daarna een nieuwe oproep tot de kandidaten voor het ambt van directeur CLB Vilvoorde is gebeurd, zodat zelfs de weg naar de begeerde functie te Vilvoorde opnieuw open ligt voor verzoekster; dat alleen reeds die laatste vaststelling het ganse betoog van verzoekster feitelijk tegenspreekt; dat hieromtrent ondervraagd, XII-4633-3/4 verzoekster ter terechtzitting repliceert dat zij niet wist dat de andere kandidaat zich zou terugtrekken toen zij het verzoekschrift indiende; dat dit zéér opmerkelijk is; dat immers het verzoekschrift is ingediend op 26 januari 2006 en verzoekster zich na de nieuwe oproep effectief opnieuw hééft kandidaat gesteld, en wel op 24 januari 2006; Overwegende dat het mislopen van een loutere kans op een latere benoeming in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt; dat wat hiervoor is overwogen geen afwijking van dit beginsel toelaat; Overwegende dat niet voldaan is aan ten minste een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen mei 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4633-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.519 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.943 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.005 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.