← België

Arrest 158599 - - 10/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.599 Rolnummer: A. 61810/X-9610 Zaak: Arrest 158599 - - 10/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 19:00 Fiche Arrest nr 158.599 van 10 mei 2006 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.599 van 10 mei 2006 in de zaak A. 61.810/X-

  1. In zake :
  2. Jan HENKENS,
  3. Marie-Thérèse ROELANDT, wonende te 9280 LEBBEKE, Langestraat 131 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. TAELMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan HENKENS en Marie-Thérèse ROELANDT op 11 januari 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 oktober 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende, eensdeels, inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 31 maart 1994 van de bestendige deputatie van de provincie- raad van Oost-Vlaanderen waarbij hun beroep ingesteld tegen het uitblijven van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar over de bouwaanvraag tot het bouwen van een vrijstaande woning aan de Brugstraat te Lebbeke, kadastraal bekend Sectie B, nr. 581 h5, wordt ingewilligd, anderdeels, vernietiging van voormeld besluit van de bestendige deputatie; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur A. VAN MINGEROET; X-9610-1/4 Gelet op de beschikking van 3 juli 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 28 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. DE BRUYN die loco Advocaat J. VAN TITTELBOOM verschijnt voor verzoekende partijen, en van Advocaat I. BOCKSTAELE die loco Advocaat P. TAELMAN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekers op 21 september 1993 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke een bouwaanvraag hebben ingediend voor het oprichten van een vrijstaande woning aan de Brugstraat te Lebbeke, op een perceel kadastraal bekend Sectie B, nr. 581 h5; dat het bouwperceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 november 1978 vastgestelde gewestplan Dendermonde deels in woongebied en deels in groengebied is gelegen; dat het niet is gelegen binnen een gebied waarvoor een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke heeft nagelaten binnen de termijn voorzien bij het alsdan geldende artikel 54, § 1, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw, een beslissing te nemen; dat eerste verzoeker bij een ter post aangetekende brief van 7 december 1993 de gemachtigde X-9610-2/4 ambtenaar heeft verzocht om over de vergunningsaanvraag te beschikken; dat de gemachtigde ambtenaar heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen een beslissing te nemen waardoor de vergunning luidens voormeld artikel 54, § 1, tweede lid, wordt geacht te zijn geweigerd; dat verzoekers op 14 januari 1994 beroep hebben ingesteld tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen; dat de bestendige deputatie bij besluit van 31 maart 1994 het beroep heeft ingewilligd en de bouwvergunning heeft verleend; dat de gemachtigde ambtenaar met een ter post aangetekende brief van 20 juni 1994 beroep heeft ingesteld tegen dit besluit bij de Vlaamse regering; dat de gemachtigde ambtenaar met een ter post aangetekende brief van dezelfde datum aan verzoekers heeft meegedeeld dat hij beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 31 maart 1994; dat deze brief identiek is aan de brief die zijn beroep bij de Vlaamse regering bevat, behoudens wijziging van de naam en het adres van bestemmeling, en weglating van de laatste zin waarin wordt verwezen naar de bijgevoegde bundel met inventaris; dat bij het thans bestreden besluit van 24 oktober 1994 de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden het beroep van de gemachtigde ambtenaar heeft ingewilligd en het besluit van de bestendige deputatie heeft vernietigd; Overwegende dat het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat ambtshalve een middel aanvoert, afgeleid uit de schending van een pleegvorm; dat zij stelt dat "in casu (...) in de eerste plaats en ambtshalve (dient) te worden onderzocht of de gemachtigde ambtenaar het beroep tegen het besluit van de bestendige deputatie heeft ingesteld op de wijze bepaald bij artikel 55, § 2, van de wet van 29 maart 1962 en of de Minister derhalve terecht het ingestelde beroep ontvankelijk verklaarde"; dat dit middel echter de openbare orde niet raakt; dat het niet ontvankelijk is; Overwegende dat er grond is de debatten te heropenen ten einde het onderzoek te kunnen voortzetten, BESLUIT: X-9610-3/4 Artikel
  5. De debatten worden heropend. Artikel
  6. Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien mei 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9610-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.599 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.