id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.609 Rolnummer: A. 157432/XIV-21124 Zaak: Arrest 158609 - - 11/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-02 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 19:03 Fiche Arrest nr 158.609 van 11 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.609 van 11 mei 2006 in de zaak A. 157.432/XIV-21.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. BELDERBOSCH, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Belgiëlei 15 B, bus 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Mongoolse nationaliteit, op 10 november 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 9 juli 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 22 november 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 15 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 april 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS die, loco Advocaat R. BELDERBOSCH verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat G. COOLSAET die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; XIV-21.124-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. 1.
- Overwegende dat in zijn verzoekschrift van 10 november 2004 verzoeker met betrekking tot de tijdigheid van de door hem ingestelde vordering aanvoert dat hij door overmacht slechts kennis van de beslissing van 9 juli 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen kon nemen op 13 oktober 2004, “dag waarop de raadsman van verzoeker kopie heeft kunnen nemen van de beslissing zoals die zich bevond in het dossier aanwezig op het Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen”, dat hij immers van 15 april 2004 tot 5 oktober 2004 in de gevangenis van Leuven verbleef en dit verblijf door de sociale dienst van de gevangenis niet werd meegedeeld aan de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, zodat zowel de oproeping voor de zitting van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen als de kennisgeving van haar beslissing aan zijn gekozen woonplaats ( te 2060 ANTWERPEN) gebeurde, waar hij er in die periode geen kennis kon van nemen, dat hij na zijn vrijlating uit de gevangenis wel de meldingskaartjes van de aangetekende zendingen vond, doch, wanneer hij zich bij de Post aanbood, bleek dat de zendingen in kwestie reeds terug naar de afzender waren gestuurd, zodat er in zijnen hoofde sprake is van een onoverkomelijke dwaling; 1.
- Overwegende dat overmacht slechts kan worden aanvaard onder de dubbele voorwaarde dat, enerzijds, een onoverkomelijke gebeurtenis aanwezig is waarop verzoeker geen vat had en waardoor hij niet tijdig beroep kon instellen en dat, anderzijds, verzoeker al het mogelijke heeft gedaan om het voorval te vermijden, zodat het niet tijdig instellen van het beroep niet mag te wijten zijn aan een fout in zijnen hoofde; dat het derhalve niet volstaat dat de ingeroepen omstandigheid “onoverkomelijk” is, zij moet bovendien “onvoorzienbaar” zijn; dat luidens artikel 57/16, eerste en tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) de vreemdeling die een beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen indient in België woonplaats moet kiezen en elke kennisgeving hem op geldige wijze door de voorzitter of zijn gemachtigde aan de gekozen woonplaats wordt gedaan; dat in zijn -middels zijn advocaat ingediende- beroepschrift van 5 december 2003 als woonplaats werd vermeld “2060 ANTWERPEN 6, Gasstraat 91”; dat de beroepstermijn van dertig dagen bijgevolg, bij gebrek aan wijziging van woonplaatskeuze, is beginnen lopen op 16 juli 2004 toen de aangetekende brief met de bestreden beslissing aan de gekozen woonplaats van verzoeker werd aangeboden; dat bovendien uit het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op dezelfde datum eveneens ten kantore van zijn (toenmalige) raadsman werd aangeboden, zodat verzoeker ten XIV-21.124-2/3 onrechte voorhoudt dat hij “slechts kennis van de beslissing van 9 juli 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen kon nemen op 13 oktober 2004, “dag waarop de raadsman van verzoeker kopie heeft kunnen nemen van de beslissing zoals die zich bevond in het dossier aanwezig op het Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen”.”; dat het voorliggend beroep dat pas op 10 november 2004 ter post werd afgegeven, laattijdig ingesteld en derhalve onontvankelijk is;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf mei tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-21.124-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.