id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.674 Rolnummer: A. 172491/XII-4896 Zaak: Arrest 158674 - - 12/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 19:14 Fiche Arrest nr 158.674 van 12 mei 2006 - Beslissing : Bevolen bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.674 van 12 mei 2006 in de zaak A. 172.491/IX-
- In zake : de VZW MOTO-CLUB LILLE, die woonplaats kiest bij advocaat K. ROELANDT, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW MOTO-CLUB LILLE op 28 april 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 april 2006; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 2 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 mei 2006, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. DE SUTTER, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5300-1/9 Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Op grond van de artikelen 4, 19 en 20 van het decreet van 27 maart 1991 inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening heeft de Vlaamse Regering op 11 juni 2004 een besluit genomen “houdende de voorwaarden voor deelneming aan motorcrosswedstrijden en motorcrossproeven”. Dit besluit was in substantie van toepassing op motorcrossbeoefenaars die de leeftijd van 15 jaar nog niet hebben bereikt. Artikel 8, § 1, van dat besluit bepaalde dat “de organisatie van motorcrosswedstrijden of motorcrossproeven (...) uitsluitend (kon) gebeuren door een wedstrijdinstantie”, zijnde een instantie die slechts erkend kon worden indien zij bepaalde voorwaarden vervulde en naleefde. De voorwaarden bepaald in het besluit van 11 juni 2004 moesten samengelezen worden met het ministerieel besluit van 16 december 2004 tot bepaling van de procedure en de voorwaarden voor de erkenning als opleidingsinstantie voor jongeren in de motorcross en/of als wedstrijdinstantie voor de organisatie van motorcrosswedstrijden en motorcrossproeven, krachtens hetwelk de organisatoren van wedstrijden en van opleidingen als sportfederatie erkend moesten zijn. 1.
- Het thans bestreden besluit van 10 maart 2006 heft het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 en het ministerieel besluit van 16 december 2004 op. Samengelezen met artikel 1 van het eveneens op 10 maart 2006 getroffen besluit waarin de sportdisciplines worden aangewezen waarop het bestreden besluit van toepassing is, verruimt het de regeling inzake de organisatie van motorcrossproe- ven en -wedstrijden tot alle minderjarigen, bevat het ook een nieuwe regeling voor de organisatie van proeven en wedstrijden -artikel 3- en brengt het wijzigingen aan aan de opleiding die de deelnemers aan wedstrijden moeten volgen -artikel 5-. Het bestreden besluit treedt overeenkomstig artikel 11 in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, dit is 18 april
- Het bevat geen overgangsbepaling om de op het terrein actieve organisatoren van IX-5300-2/9 wedstrijden waaraan 15 tot 17-jarigen deelnemen, toe te laten zich aan de nieuwe regeling aan te passen en inmiddels hun activiteiten voort te zetten. 1.
- Verzoekster is een vereniging die als maatschappelijk doel heeft “het bevorderen en het ontwikkelen van de motorsport, in het bijzonder de motorcross, voor jongeren en volwassenen, met een recreatief en competitief karakter”, door onder meer het “inrichten van sportontmoetingen en oefeningen, hoofdzakelijk van motorcrossraces”. Aangezien zij niet voldoet aan de desbetreffende nieuwe voorwaarden, mag zij met onmiddellijke ingang geen motorcrosswedstrijden meer inrichten waar minderjarigen aan deelnemen en ook geen opleiding meer organiseren. In de mate dat de nieuwe regeling nu ook geldt voor minderjarigen van 15 tot 17 jaar betekent zij voor verzoekster een verzwaring van de bestaande voorwaarden.
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak, gelet op het onmiddellijk dreigend karakter van het nadeel, hoogdringend is; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij de vordering niet ontvankelijk acht omdat verzoekster het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de sporttakken worden vastgesteld waarop de bepalingen van het bestreden besluit van toepassing zijn niet bestreden heeft, terwijl “het wettelijk nadeel” dat verzoeker ondergaat nochtans rechtstreeks verband houdt met dat besluit van 10 maart 2006; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij niet betwist dat het bestreden besluit op verzoekster van toepassing is; dat de omstandigheid dat verzoekster de wettigheid van het besluit waarbij de bestreden regeling van toepassing wordt verklaard op de sporttak van het motorrijden niet betwist, niet belet dat zij zich ontvankelijk kan verzetten tegen de bepalingen die voor haar daadwerkelijk een nadeel doen ontstaan; dat de exceptie niet wordt aangenomen; IX-5300-3/9 4.
- Overwegende, wat het hoogdringend karakter van de zaak betreft, dat verzoekster betoogt dat zij met onmiddellijke ingang geen proeven, wedstrijden of opleidingen meer kan organiseren voor de leeftijdscategorie van 15 tot 17 jaar en dat de afhandeling van een vordering tot schorsing volgens de gewone procedure, die ongeveer 9 maanden in beslag neemt, tot gevolg zal hebben de betrokken jongeren, waarvan aangenomen kan worden dat zij niet gedurende 9 maanden zonder wedstrijd zullen willen blijven, zich zullen aansluiten bij sportfederaties die voldoen aan de nieuwe bepalingen en dat, wanneer zij bij hun overstap hun entourage meenemen, de verwachte leegloop een bedreiging vormt voor haar voortbestaan; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij de hoogdringendheid in essentie niet aanwezig acht omdat de bestreden regeling nog niet uitvoerbaar is aangezien er volgens artikel 3, § 3, tweede lid, van het bestreden besluit nog een ministerieel besluit uitgevaardigd moet worden waarbij bepaald wordt welke maatregelen inzake het fysieke en psychische welzijn van de minderjarigen bij het organiseren van proeven en wedstrijden moeten getroffen worden, terwijl de voorheen bestaande regeling sinds 18 april 2006 opgeheven is; 4.
- Overwegende dat in de huidige stand van het geding vastgesteld wordt dat de nieuw ingestelde voorwaarde dat wedstrijden, proeven en opleidingen nog enkel door sportfederaties kunnen ingericht worden, van toepassing is geworden op de datum van bekendmaking van het bestreden besluit in het Belgisch Staatsblad en dat verzoekster daar onmiddellijk de gevolgen van moet ondergaan, in die zin dat zij nu niet meer in de voorwaarden is om nog wedstrijden en proeven voor minderjarigen tussen 15 en 18 jaar in te richten; dat het waarschijnlijk is dat, zo verzoekster haar vordering volgens de gewone procedure had ingediend, zij in het lopende seizoen geen wedstrijden meer zou kunnen inrichten hebben; Overwegende dat de omstandigheid dat de minister nog de voorwaarden moet vaststellen waaronder de minderjarigen aan de wedstrijden en proeven mogen deelnemen niet verhindert dat de bestreden voorwaarden haar op dit ogenblik reeds beletten de bedoelde wedstrijden en proeven in te richten en dat zij precies daarin haar nadeel situeert; dat de ontstentenis van ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaraan bij het inrichten van wedstrijden en proeven voldaan moet zijn dan ook geen enkele invloed heeft op de beoordeling van het nadeel van verzoekster en de daarbij aansluitende vraag naar het hoogdringend karakter van de vordering; IX-5300-4/9 5.
- Overwegende, wat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat verzoekster betoogt dat zij sinds 1975 bestaat en dat zij “een ijzersterke reputatie uitgebouwd (heeft) door onafgebroken opleidingen, wedstrijden en manifestaties te organiseren voor de jeugd”, dat die mogelijkheid haar plots ontnomen wordt onder het mom van de onmogelijkheid om medisch verantwoorde sportbeoefening te bieden -wat een smet op haar blazoen is-, dat een belangrijk deel van haar leden zich binnen de leeftijdscategorie van 15 tot 18 jaar bevindt (15%), dat voor die categorie precies veel wedstrijden georganiseerd worden en dat zulks veel bezoekers op de been brengt terwijl zij geen enkele garantie heeft dat het vertrek van die leden en hun entourage naar een sportfederatie niet blijvend zal zijn zodat het nadeel dat zij ondergaat later niet meer hersteld zal kunnen worden; dat zij ook verwijst naar haar inkomsten welke in geval van vertrek van de jongeren een ernstige terugval dreigen te kennen, aangezien deze inkomsten voortkomen uit trainingskaarten, uit ontvangsten in de kantine en uit sponsoring, hetgeen allemaal voor een belangrijk deel verband houdt met de aanwezigheid van jongeren in de vereniging; 5.
- Overwegende dat de verwerende partij opmerkt dat een financieel nadeel in beginsel herstelbaar is en dat in ieder geval de door verzoekster medegedeelde cijfers enkel verwijzen naar de omzet en geen rekening houden met het serieus terugvallen van de kosten wanneer bepaalde organisaties niet meer gebeuren; dat zij ook stelt dat het bestreden besluit geen onmiddellijk organisatieverbod inhoudt omdat de minister artikel 3, § 3, tweede lid van het bestreden besluit nog moet uitvoeren en dat, in geval van schorsing, de oude regeling opnieuw toepasselijk wordt; 5.
- Overwegende dat hiervoor reeds uiteengezet is dat het nog te treffen uitvoeringsbesluit niet belet dat verzoekster, aangezien zij geen proeven of wedstrijden meer mag inrichten, onmiddellijk nadeel ondervindt van het bestreden besluit; Overwegende dat de onmogelijkheid om met toepassing van het bestreden besluit nog bijeenkomsten op te zetten voor jongeren tussen 15 en 18 jaar, evident die personen er zeer spoedig toe zal aanzetten over te stappen naar organisaties die wel nog wedstrijden, proeven en opleidingen mogen inrichten; dat er dus voor verzoekster wel degelijk een leegloop dreigt waarvan in redelijkheid aangenomen kan worden dat hij niet beperkt zal zijn tot de leden van de betrokken IX-5300-5/9 leeftijdsgroep; dat verzoekster ook terecht aanstipt dat het niet evident is dat de personen die haar nu verlaten na een vernietigingsarrest bij haar zullen terugkeren; dat in die zin zij een nadeel ondergaat dat moeilijk te herstellen wordt geacht; dat, nu het seizoen lopende is en verwacht kan worden dat het verwachte nadeel zich zeer spoedig kan realiseren, ook aangenomen wordt dat het beroep op de procedure bij hoogdringendheid verantwoord is; 6.
- Overwegende dat verzoekster in het tweede middel de schending aanvoert van het redelijkheids-, het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel, doordat artikel 3, § 1, van het bestreden besluit bepaalt dat proeven en wedstrijden uitsluitend georganiseerd kunnen worden door een sportfederatie of door een organisatie die voldoet aan artikel 5 van het decreet van 13 juli 2001, terwijl zij, zonder redelijke overgangstermijn, nooit aan die voorwaarden kan voldoen; dat zij te dien aanzien inzonderheid verwijst naar de omstandigheid dat zij, om erkend te kunnen worden als sportfederatie, haar aanvraag had moeten indienen op 1 september 2005 -artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 mei 2002 bepaalt dat de erkenningsaanvraag ingediend moet worden “uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het jaar van de erkenning”- terwijl zij slechts op 18 april 2006 van die verplichting kennis gekregen heeft en dat, in de mate dat haar geen overgangstermijn gegeven is om zich in regel te kunnen stellen, de verwerende partij het redelijkheids- en het vertrouwensbeginsel geschonden heeft; dat, wat betreft de mogelijkheid om proeven en wedstrijden te organiseren in zoverre zij voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 5 van het decreet van 13 juli 2001, zij uiteenzet dat haar gevraagd wordt te voldoen aan 16 voorwaarden, waaronder het hebben van “sportclubs in tenminste vier Vlaamse provincies” en het hebben van “een huishoudelijk reglement dat in overeenstemming is met het decreet van 27 maart 1991 inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening”, maar dat zulks veronderstelt dat zij over “een redelijke termijn” moet kunnen beschikken om zich aan de nieuwe regelgeving aan te passen; dat zij aan het laatstvermeld punt nog toevoegt dat zij haar huishoudelijk reglement zelfs niet kan aanpassen aan artikel 3, § 3, van het bestreden besluit omdat die bepaling nog een uitvoeringsbesluit vereist; 6.
- Overwegende dat de verwerende partij daar op antwoordt dat er te dezen geen sprake kan zijn van schendig van het vertrouwensbeginsel omdat dit betrekking heeft op de verplichting voor het bestuur om vergissingen waaruit voor een rechtsonderhorige een voordeel voortgevloeid is enkel op grond van gewichtige redenen recht te zetten; dat zij voorts stelt dat geen rekening gehouden zal worden IX-5300-6/9 met voorwaarden die retroactief vervuld zouden moeten worden, dat de afdeling wetgeving van de Raad van State in haar advies wel gesteld heeft dat rekening gehouden diende te worden met de gangbare termijn van inwerkingtreding om de betrokkenen een redelijke termijn te geven om de nieuwe regels te leren kennen maar dat die termijn tien dagen bedraagt en de Vlaamse Sportraad over deze problematiek geen opmerkingen geformuleerd heeft; dat zij daar ook aan toevoegt dat, nu overeenkomstig artikel 3, § 3 van het bestreden besluit nog een ministerieel besluit uitgevaardigd moet worden, het bestreden besluit nog niet uitvoerbaar is, er derhalve voor verzoekster nog geen enkele verplichting bestaat en er zodoende geen sprake kan zijn van een onredelijk korte termijn om zich aan de nieuwe regelgeving aan te passen; 6.3.
- Overwegende dat artikel 3 van het bestreden besluit aan verzoekster, die geen erkenning bezit als sportfederatie, de verplichting oplegt om, wil zij nog voort proeven en wedstrijden organiseren voor 15- tot 18-jarigen, te voldoen aan 16 voorwaarden, die niet louter formeel van aard zijn; dat het voldoen aan sommige van die voorwaarden een initiatief op het terrein noodzaakt en derhalve tijd vergt, zoals de voorwaarde om in vier provincies sportclubs hebben; dat het voor de verwerende partij duidelijk moet geweest zijn dat, bij onmiddellijke uitwerking van de nieuwe regeling, andere verenigingen dan de bestaande sportfederaties in 2006 geen proeven of wedstrijden zouden kunnen inrichten; dat evenwel verenigingen als verzoekster, waarvan niet betwist wordt dat zij voorheen zonder problemen proeven en wedstrijden voor 15- tot 18-jarigen inrichtten en die blijkbaar ook nooit in kennis gesteld zijn van een op handen zijnde reglementswijziging, er in redelijkheid mochten op rekenen dat zij zeker in het thans lopende seizoen nog verder organisaties zouden mogen verzorgen; dat de verwerende partij niet aantoont dat de uitwerking van de nieuwe regeling geen enkele vertraging duldde zodat niet voorzien kon worden in een overgangsregeling; dat zij aldus, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, onverhoeds een nieuwe regeling ingevoerd heeft zonder -buiten elke dwingende reden om- de bestaande organisaties een redelijke termijn te verlenen om zich in deze regeling in te passen; dat, in acht genomen de gegevens waarop de Raad van State in de huidige stand van de procedure acht kan slaan, het middel ernstig is; IX-5300-7/9
- Overwegende dat de verwerende partij niet aantoont dat de artikelen 3 en 5, waarop het hiervoor besproken middel rechtstreeks betrekking heeft, van de overige bepalingen van het bestreden besluit afgesplitst kunnen worden;
- Overwegende dat de drie voorwaarden, waaronder de Raad van State bij hoogdringendheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan bevelen, vervuld zijn, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende algemene bepalingen inzake medisch verantwoorde sportbeoefening bij de deelname van minderjarigen aan sportmanifestaties, proeven, wedstrijden en opleidingen in bepaalde sporttakken, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 april
- Artikel
- Dit arrest wordt bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-5300-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf mei 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5300-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.674 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.170.922 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.