id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.763 Rolnummer: A. 172429/XII-4717 Zaak: Arrest 158763 - - 16/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-18 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 19:20 Fiche Arrest nr 158.763 van 16 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.763 van 16 mei 2006 in de zaak A. 172.429/XII-
- In zake : de NV KUWAIT PETROLEUM (BELGIUM), die woonplaats kiest bij advocaat J. De Lat, kantoor houdende te Herentals, Lierseweg 238 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Kuwait Petroleum (Belgium) op 27 april 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van 20 april 2006 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, houdende toewijzing van een concessie voor openbare werken dd. 5 januari 2006 betreffende de concessie voor de herinrichting van twee dienstenzones te Kruibeke langs de autosnelweg E17-besteknr. 16DGH0505”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 mei 2006, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. De Lat, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; XII-4717-1/3 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij omtrent het nadeel betoogt dat zij met de schorsingsprocedure beoogt een nieuwe kans te scheppen om zelf de concessie alsnog toegewezen te krijgen bij wijze van rechtsherstel in natura; dat echter te dezen de verwerende partij bij aangetekende brief van 25 april 2006 aan de NV Texaco Belgium ervan kennis heeft gegeven dat de in het geding zijnde concessie aan haar is toegekend door de bevoegde minister; dat aldus de overeenkomst betreffende de concessie blijkt te zijn tot stand gekomen hetgeen tussen partijen niet wordt betwist; dat de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet de schorsing zou meebrengen van de tot stand gekomen overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende rechtsmacht van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen; Overwegende dat bijgevolg het nadeel waardoor de verzoekende partij aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst blijft verhinderen dat het de verzoekende partij is die de betrokken opdracht uitvoert; Overwegende dat aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen; Overwegende, wat de kosten betreft, dat bij aangetekende brief van 25 april 2006 de verwerende partij aan de verzoekende partij meedeelde dat de concessie aan de NV Texaco België is toegekend; dat tezelfdertijd met deze XII-4717-2/3 mededeling de verwerende partij zoals hoger beschreven, de overeenkomst reeds deed tot stand komen zonder de verzoekende partij daarvan op de hoogte te brengen; dat in die omstandigheden de handelwijze van de verwerende partij ertoe leidde dat de voorliggende vordering in elk geval diende te worden afgewezen; dat het dienvolgens passend voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien mei 2006, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4717-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.763 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.889 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.