← België

Arrest 158933 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.933 Rolnummer: A. 161579/X-12273 Zaak: Arrest 158933 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-01 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 19:26 Fiche Arrest nr 158.933 van 17 mei 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.933 van 17 mei 2006 in de zaak A. 161.579/X-12.

  1. In zake : Pieter GOESSAERT, die woonplaats kiest bij Advocaat I. JAQUES, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, Kerkstraat 8/1 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Pieter GOESSAERT op 8 april 2005 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 22 oktober 2004 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan de nv AQUAFIN tot "collectoraanpassing doortocht Zandvoorde - bouw van een RWA-vijzelgemaal en van een verbeterde overstort" op een terrein gelegen te Oostende, Grintweg z/n, kadastraal bekend 12de afdeling, sectie B, nr. 495x ; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 juni 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 juni 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; X-12.273-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat Th. SOETE die loco Advocaat I. JAQUES verschijnt voor de verzoeker, en van Advocaat Y. FRANÇOIS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten Overwegende dat de verzoekende partij eigenaar is van een terrein met een woning, gelegen aan de Libellaan 19 te Oostende; Overwegende dat de nv AQUAFIN op 20 oktober 2003 bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een stedenbouwkundige vergunning aanvraagt voor de "collectoraanpassing doortocht Zandvoorde - bouw van een RWA-vijzelgemaal en van een verbeterde overstort" op een terrein aan de Grindweg z/n te Oostende, kadastraal bekend 12de afdeling, sectie B, nr. 495x; dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar na het doorlopen van de adviesprocedure en een openbaar onderzoek de gevraagde vergunning met het bestreden besluit geeft;
  4. De ontvankelijkheid Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van niet- ontvankelijkheid opwerpt; dat in de huidige stand van het geding geen uitspraak over deze exceptie dient te worden gedaan nu, zoals hierna zal blijken, niet aan de schorsingsvoorwaarden ten gronde is voldaan;
  5. Beoordeling 3.
  6. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen X-12.273-2/5 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.2.
  7. Overwegende dat de verzoekende partij wat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, aanvoert dat zij in het laatste huis van een doodlopende straat woont, aan de rand van een natuurgebied, dat zij vanuit haar living, eethoek en slaapkamers een prachtig zicht op het beschermd natuurgebied "Grote Keiaard" en op de kreek "de Grote Keignaert" heeft, dat het vergunde project haar leefomgeving ingrijpend zal wijzigen, dat het een ernstig en, gezien de omvang van de bouwwerken, een moeilijk te herstellen nadeel betreft, dat vrijwel pal tegen hun woning een groot betonnen en stenen bouwwerk met metalen deksels, luiken, verhardingen en een hoge afsluiting zal worden opgericht waar de verzoekende partij tegen zal moeten kijken, dat het vergunde project "vloekt" met de residentiële wijk en het natuurgebied, dat zulks blijkt uit de bijgebrachte foto's, dat de verzoekende partij ook geluidshinder van het water zal ondervinden doordat de ondergrondse buizen en opvangkamers via schachten in verbinding staan met de bovengrond, dat geurhinder mag worden verwacht omdat het overstort pal naast de woning van de verzoekende partij komt te liggen en dat een gebeurlijk annulatiearrest geen nut voor de verzoekende partij heeft wanneer de werken al zullen zijn uitgevoerd; 3.2.
  8. Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat een verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; X-12.273-3/5 Overwegende dat bij de beoordeling van de aangevoerde visuele hinder rekening moet worden gehouden met het feit dat het overstort volledig ondergronds en het vijzelgemaal gedeeltelijk ondergronds wordt aangelegd; dat enkel de motorenkamer van het vijzelgemaal bovengronds is voorzien en dat het een gebouw met een hoogte van 4,75 m zou betreffen; dat uit de plannen in het administratief dossier blijkt dat die constructie niet "vrijwel pal tegen" de eigendom van de verzoekende partij wordt gebouwd doch op ongeveer 60 m van haar woning en aansluitend op een bestaande constructie in dezelfde richting; dat de voorgehouden visuele hinder in die omstandigheden geenszins als ernstig kan worden beschouwd; Overwegende dat de verzoekende partij zich betreffende de voorgehouden geur- en geluidshinder beperkt tot enkele algemene opmerkingen, doch met geen enkel concreet element aannemelijk maakt dat die hinder zich in casu zal voordoen of dreigt voor te doen; Overwegende dat de verzoekende partij aldus het bestaan of de dreiging van het vermeend moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet staaft met concrete gegevens en overtuigende argumenten; dat uit haar uiteenzetting derhalve niet blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-12.273-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien mei 2006, door : de H. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. C. ADAMS. X-12.273-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.933 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.033 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.