id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.993 Rolnummer: A. 165755/VII-35105 Zaak: Arrest 158993 - - 18/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-24 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 19:33 Fiche Arrest nr 158.993 van 18 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.993 van 18 mei 2006 in de zaak A. 165.755/VII-35.
- In zake : de v.z.w. JEUGDDORP-STICHTING IVO CORNELIS, die woonplaats kiest bij advocaat F. DE PRETER, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. JEUGDDORP- STICHTING IVO CORNELIS op 5 september 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 juli 2005 van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin waarbij het voorstel tot erkenning van het begeleidingstehuis Jeugddorp gehandhaafd blijft voor twee jaar, tot 31 december 2006; Gelet op het arrest nr. 153.956 van 19 januari 2006 waarbij de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt vastgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 31 januari 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de VII-35.105-1/3 rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; dat deze bepaling ook toepassing vindt wanneer afstand werd gedaan van de vordering tot schorsing; Overwegende dat het arrest nr. 153.956 van 19 januari 2006 de afstand heeft vastgesteld van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-35.105-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-35.105-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.993 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.956 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.