id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.995 Rolnummer: A. 170766/VII-35606 Zaak: Arrest 158995 - - 18/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-26 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 19:34 Fiche Arrest nr 158.995 van 18 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.995 van 18 mei 2006 in de zaak A. 170.766/VII-35.
- In zake : de n.v. LD LOGISTICS, die woonplaats kiest bij Advocaat L. VANDERMOERE, kantoor houdende te BRUGGE, Predikherenstraat 29 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaten G. MARTYN en F. VINCKE, kantoor houdende te AVELGEM, Doorniksesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. LD LOGISTICS op 6 maart 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 3 januari 2006 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij haar beroep ingesteld tegen de beslissing van 26 mei 2005 van de afdeling Milieu-inspectie houdende het bevel tot stopzetting van het transportbedrijf dat zij exploiteert aan de Koningin Astridstraat 109 te Zedelgem, ongegrond wordt verklaard; Gezien het verzoekschrift dat dezelfde partij op dezelfde datum heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; VII-35.606-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON, op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de beschikkingen van 3 april 2006 houdende bevel tot neerlegging van de verslagen en oproeping van de partijen om te verschijnen op 20 april 2006; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan de partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. VANDERMOERE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat F. VINCKE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Raad van State de zaak als volgt beoordeelt:
- De feiten 1.
- De verzoekende partij exploiteert een transportbedrijf aan de Koningin Astridlaan 109 te Zedelgem. Zij heeft deze inrichting overgenomen na het faillissement van de n.v. LELIETRANS die in het verleden gelijkaardige activiteiten ter plaatse ontplooide. 1.
- Op 5 april 2005 stelt de afdeling Milieu-inspectie lastens Paula GILLIS, gedelegeerd-bestuurder van de n.v. LD LOGISTICS, proces-verbaal op wegens het exploiteren van een vergunningsplichtige inrichting zonder de vereiste voorafgaande milieuvergunnng. VII-35.606-2/6 1.
- Op 26 mei 2005 wordt ter plaatse de stopzetting bevolen van alle vergunningsplichtige activiteiten vóór 30 september 2005, op grond van artikel 65, § 4, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I) 1.
- Tegen voormelde beslissing tekent de verzoekende partij beroep aan bij de bevoegde Vlaamse minister. 1.
- Met een besluit van 3 januari 2006 bevestigt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur de beroepen dwangmaatregelen. Het beroepen besluit wordt enkel gewijzigd om een materiële vergissing met betrekking tot de plaatsaanduiding van de inrichting recht te zetten. Dit besluit is, onder meer , als volgt gemotiveerd : "Overwegende dat de inrichting een transportbedrijf betreft; dat de inrichting wordt uitgebaat zonder dat deze over een milieuvergunning beschikt; Overwegende dat het oorspronkelijke bedrijf (Lelietrans) vroeger over een milieuvergunning beschikte; dat deze milieuvergunning werd verleend door middel van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 7 september 1993 voor een termijn verstrijkend op 9 mei 1998; dat dit besluit in beroep bevestigd werd door de bestendige deputatie op 10 februari 1994; Overwegende dat door de gemeente op 28 april 1998 de aanvraag van de NV Lelietrans tot hernieuwing van de milieuvergunning werd geweigerd; (...) Overwegende dat de milieuvergunningsaanvraag van 24 december 1999 van de NV Lelietrans in het besluit van 9 mei 2000 van het college van burgemeester en schepenen onontvankelijk werd verklaard omdat het een eerste klasse bedrijf betreft (meer dan 1 verdeelslang); (...) Overwegende dat door de afdeling Milieu-Inspectie op 4 juli 2000 een beslissing tot stopzetting van de exploitatie van het transportbedrijf NV Lelietrans werd uitgevaardigd;(...) Overwegende dat het bedrijf, de NV Lelietrans (faillissement) overgenomen werd door de NV LD Logistics; dat dit bedrijf het bedrijf is waarover de bestreden beslissing gaat; Overwegende dat de huidige exploit ant een nieuwe milieuvergunningsaanvraag en stedenbouwkundige aanvraag indiende op 29 september 2004; Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen door middel van een brief, gedateerd 17 januari 2005, de exploitant liet weten dat de milieuvergunningsaanvraag van 29 september 2004 stilzwijgend werd geweigerd en dat hiertegen beroep kon worden ingediend; dat de exploitant echter geen beroep indiende; Overwegende dat de stedenbouwkundige vergunning werd geweigerd op 7 maart 2005; Overwegende dat een nieuwe milieuvergunningsaanvraag op 29 september 2005 werd ingediend; dat deze op 13 oktober 2005 ontvankelijk en volledig werd verklaard; Overwegende dat voor de huidige inrichting, zijnde de NV LD Logistics, de volgende processen-verbaal zijn uitgevaardigd : - proces-verbaal nr. W/2005/0116 van 27 mei 2005; VII-35.606-3/6 - proces-verbaal nr. W/2005/082 van 5 april 2005; - proces-verbaal nr. W/2004/0214 van 9 juli 2004; Overwegende dat in de processen-verbaal op naam van de NV LD Logistics onder andere de volgende overtredingen terug te vinden zijn : - exploitatie van onderdelen van de inrichting in agrarisch gebied; - exploitatie zonder rnilieuvergunning; - overtreding van een aantal artikels van titel II van het Vlarem zoals onder andere het ontbreken van een inkuiping, het ontbreken van een vloeistofdichte piste bij de tankzone, de ondergrondse houders van dieselolie zijn enkelwandig, geen KWS-afscheider voor het afvalwater afkomstig van de tankzone; - stofhinder en lawaaihinder; Overwegende dat tijdens een plaatsbezoek door een ambtenaar van de afdeling Milieuvergunningen op 5 augustus 2005 de volgende bevindingen worden gedaan : - de volgende onderdelen van de inrichting zijn zonder milieuvergunning in exploitatie : - lozing van huishoudelijk afvalwater in de riolering (klasse 3); - lozing van bedrijfsafvalwater met een debiet tot en met 20 m³/uur, dat een of meer van de in bijlage 2C bij titel I van het Vlarem bedoelde gevaarlijke stoffen bevat in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater; het bedrijfsafvalwater is afkomstig van de zone voor de verdeling van brandstoffen (klasse 2); - parkeerplaats waarop meer dan 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens andere dan personenwagens, worden gestald (klasse 2); - een werkplaats voor het nazicht en herstellen van motorvoertuigen met een schouwput (klasse 2); - een persluchtcompressor met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 10 kW tot en met 200 kW (klasse 2) - opslag van 180.000 liter dieselolie in ondergrondse houders (klasse 2); - opslag van 14.000 liter oliën en vetten in bovengrondse houders en vaten van 200 liter (klasse 3); - 2 verdeelpompen voor brandstoffen (klasse 1); - indirect lozen van bedrijfsafvalwater in grondwater, de bodem, van de gevaarlijke stoffen bedoeld in bijlage 2B bij titel I van het Vlarem; het bedrijfsafvalwater is afkomstig van de zone voor de verdeling van brandstoffen (klasse 2); - geen conformiteit met de VLAREM-wetgeving voor onder andere de volgende zaken : - de ondergrondse dieselolie-tanks zijn enkelwandig; - de bovengrondse houders en vaten van de oliën zijn niet ingekuipt; - bij de verdeelinstallatie is geen vloeistofdichte piste aangebracht; - er is geen KWS-afscheider voorzien voor het afvalwater afkomstig van de tankpiste; - er ligt grind opgeslagen, doch de opslag ervan neemt minder dan 1 ha in beslag zodat de opslag niet vergunningsplichtig is; - een deel van de terreinen is niet verhard, doch uitgevoerd in grind zodat er bij droog weer tijdens het aan- en afrijden van de vrachtwagens kans bestaat op stofhinder; Overwegende dat volgens de exploitant de vrachtwagens niet meer ter plaatse worden afgespoten dat dit laatste volgens de exploitant nu in contract bij de firma Cobelfret gebeurt; Overwegende dat overeenkomstig artikel 4, §1 van het milieuvergunningsdecreet niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid een als hinderlijk ingedeelde inrichting die VII-35.606-4/6 behoort tot de eerste of de tweede klasse mag exploiteren of veranderen; dat overeenkomstig artikel 4, §2 van het milieuvergunningendecreet niemand, zonder daarvan vooraf melding te hebben gedaan, een inrichting, die behoort tot de derde klasse, mag exploiteren of veranderen; dat de exploitant dit hierboven vermeld artikel 4 niet naleeft; Overwegende dat bijgevolg het bestreden besluit, ondanks de huidige inspanningen van de exploitant, dient bevestigd te worden; Overwegende dat er in het. bestreden besluit vermeld is dat. de inrichting gelegen is in de Koningin Astridlaan, terwijl de correcte benaming Koningin Astridstraat is; dat dit een materiële fout is, die inhoudelijk voor alle duidelijkheid dient rechtgezet te worden; (...)".
- De ontvankelijkheid van het beroep Uit de gegevens van de zaak blijkt en in het verzoekschrift tot nietigverklaring wordt op geen enkele wijze betwist dat de verzoekende partij niet beschikt over de door artikel 4 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning vereiste voorafgaandelijke vergunning voor het exploiteren van de inrichting waarop de aangevochten dwangmaatregelen betrekking hebben. De eventuele vernietiging van die dwangmaatregelen zou een bestendiging inhouden van een onwettige toestand die sedert 1998 bestaat. Het belang dat er in bestaat een exploitatie voort te zetten of te bestendigen, bij gebreke aan de daartoe vereiste vergunning, is een onwettig belang en dergelijk belang kan niet aanvaard worden. Ter terechtzitting stelt de verzoekende partij dat de aangevochten beslissing onredelijk is, omdat zij de onmiddellijke sluiting van de inrichting beveelt en geen termijn toekent. Dit doet evenwel geen afbreuk aan hetgeen hierboven werd gesteld. De verzoekende partij heeft onmiskenbaar niet het rechtens vereiste belang bij haar beroep tot nietigverklaring, zodat dit beroep kennelijk niet ontvankelijk is en moet worden verworpen. Bijgevolg moet de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatieberoep, eveneens worden verworpen. BESLUIT: Artikel
- Het annulatieberoep en de vordering tot schorsing worden verworpen. VII-35.606-5/6 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei tweeduizend en zes, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. E. B REWAEYS. VII-35.606-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.995 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.