← België

Arrest 158999 - - 18/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.999 Rolnummer: A. 169936/VII-35363 Zaak: Arrest 158999 - - 18/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-26 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 19:35 Fiche Arrest nr 158.999 van 18 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 158.999 van 18 mei 2006 in de zaak A. 169.936/VII-35.

  1. In zake : de n.v. WASTE OIL SERVICES GENK, die woonplaats kiest bij Advocaat B. MARTENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 106 tegen :
  2. het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, dat woonplaats kiest bij Advocaten J. BOUCKAERT en P. WYTINCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51,
  3. het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. WASTE OIL SERVICES GENK op 3 februari 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “het Besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 6 december 2005 tot goedkeuring van de wijziging van het plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval voor de haven van Antwerpen”; Gezien het verzoekschrift dat dezelfde verzoekende partij op dezelfde datum heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van hetzelfde besluit; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur J. CLEMENT; VII-35.363-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 mei 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE ; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. PEETERS die loco Advocaat B. MARTENS verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat J. ROGGEN die loco Advocaten J. BOUCKAERT en P. WYTINCK verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij bij schrijven van 20 april 2006 afstand doet van het geding, omdat ingevolge “de nieuwe wijziging van het plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval voor de haven van Antwerpen middels het besluit van 22 maart 2006 van tweede verwerende partij” “het bestreden besluit haar uitwerking verliest” en dat “nu het nieuwe plan (...) een initiatief is van eerste verwerende partij (en middels goedkeuring ervan door tweede verwerende partij) (...) het gepast voorkomt de kosten van de procedure bij de verwerende partijen te leggen”; Overwegende dat de eerste verwerende partij ter terechtzitting doet gelden dat de kosten van de vordering tot schorsing ten laste van de verzoekende partij moeten worden gelegd; Overwegende dat, desgevraagd, de verzoekende partij ter zitting bevestigt dat er aanleiding is om met toepassing van artikel 70, § 1, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, bij één en hetzelfde arrest uitspraak te doen over de vordering tot schorsing en over het beroep tot VII-35.363-2/3 nietigverklaring; dat, wat de kosten betreft, het gepast voorkomt dat deze ten laste worden gelegd van de verwerende partijen, elk voor de helft, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van de vordering tot schorsing en het annulatieberoep wordt ingewilligd. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-35.363-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.999 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.