id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.018 Rolnummer: A. 169443/XII-4623 Zaak: Arrest 159018 - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 18/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-29 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 19:43 Fiche Arrest nr 159.018 van 18 mei 2006 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.018 van 18 mei 2006 in de zaak A. 169.443/XII-
- In zake : Maggy RENERS, die woonplaats kiest bij advocaat K. Daenen, kantoor houdende te Maasmechelen, Rijksweg 411/4 tegen : de STAD GENK, die woonplaats kiest bij advocaat W. Mertens, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Maggy Reners op 16 januari 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 16 november 2005 van de stad Genk tot heffing van een belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen, gelegen in het centrum van Genk; Gelet op het arrest nr. 157.630 van 18 april 2006 waarbij de debatten worden heropend en de zaak wordt vastgesteld op de terechtzitting van 25 april 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Daenen, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat A. Beelen, die loco advocaat W. Mertens verschijnt voor de verwerende partij; XII-4623-1/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gemeenteraad van Genk op 27 juni 2002 voor de dienstjaren 2002-2005 een belasting heft op de voor het publiek toegankelijke ruimten van kleinhandelszaken en commerciële dienstverstrekkers gelegen in het handelscentrum van Genk; dat bij beslissing van 16 november 2005 de gemeenteraad de belasting van 27 juni 2002 opheft met ingang van 1 januari 2005 en voor de dienstjaren 2005-2007 een belasting heft op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen gelegen in het centrum van Genk; dat de belasting blijkens de aanhef is ingegeven door de toestand van de begroting die “eveneens uitgaven voorziet voor kernversterkende initiatieven voor het handelsgebeuren in het centrum”; i dat de belasting oploopt van 150 voor commerciële ruimten tot en met 49 m², tot i 3.000 voor commerciële ruimten van 2.500 m² en meer; dat in de considerans onder meer wordt verwezen naar het vonnis van 22 juni 2005 van de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Hasselt “waarin de wettigheid van het belastingreglement [van 27 juni 2002] in het licht van de fiscale autonomie aanvaard wordt”, maar waaruit ook “blijkt dat de onderscheidingscriteria met betrekking tot zonering en soort van commerciële vestiging niet altijd als relevant en redelijk ten aanzien van het gekozen doel blijken te zijn”; Overwegende dat de gouverneur van de provincie Limburg de bestreden belasting schorst met een besluit van 17 januari 2006, omdat de motiverings- plicht en het gelijkheidsbeginsel geschonden zijn en het algemeen belang geschaad is; dat, gelet op het rechtvaardigingsbesluit van 16 februari 2006 van de gemeenteraad, de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering afziet van de vernietiging van de geschorste beslissing;
- Overwegende dat verwerende partij in de nota opwerpt dat de vordering onontvankelijk is “[b]ehoudens bewijs van procesbekwaamheid, van procesbevoegdheid en van inschrijving van Sauna Sun in de Kruispuntbank van Ondernemingen op datum van het inleiden van de vordering tot schorsing”; dat daar wordt aan toegevoegd dat Maggy Reners wel over een ondernemingsnummer blijkt te beschikken, maar dit niet ter zake doet vermits zij het verzoekschrift niet in eigen naam indiende, maar in naam van Sauna Sun; XII-4623-2/5 Overwegende dat in haar verzoekschrift verzoekster verklaart “in naam van Sauna Sun” op te treden; dat Sauna Sun de naam blijkt te zijn waaronder verzoekster als natuurlijke persoon een zonnebankcentrum uitbaat; dat verzoekster procesbekwaam en procesbevoegd is, en bovendien ook ingeschreven in de Kruispunt- bank van Ondernemingen, zoals verwerende partij zelf bewijst (stuk 3 van het administratief dossier); dat de exceptie verworpen wordt;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat wordt uiteengezet wat volgt : “Indien de gewone procedure dient gevolgd, dient verzoekster vele jaren te wachten op een uitspraak. Intussentijd zal de gemeente een belasting heffen die de handelaars verplicht bij te dragen aan de werking van een VZW Centrummanagement en dus geen algemeen belang dient. Dat los van het pecuniaire nadeel dat verzoekster lijdt ingevolge deze belastingheffing, het voornamelijk van belang is dat verzoekster, samen met de andere handelaars van Genk binnen de centrumring, door het tijdsverloop onderworpen worden aan een bepaalde beleidsstrategie van een VZW die belangrijke financiële middelen krijgt toegespeeld, doch waaraan men geen enkele participatie heeft. Met andere woorden verzoeker zal door de betaling van deze belasting geen beslissingsrecht krijgen in de VZW Centrummanagement. Daar waar de handelaars vroeger zelf konden beslissen waarvoor hun vrijwillige lidbijdragen werden aangewend, dreigen bepaalde handelaars, zoals verzoekster, die zich aan de rand van het in het besluit afgebakend gebied bevinden, wel te moeten betalen voor een bepaald commercieel beleid, doch waarvan men niet, minstens niet voldoende de vruchten kan dragen. De lange duur van de normale procedure zou deze onafhankelijkheid van de kleine ‘zelfstandige ondernemer’ zodanig in het gedrang kunnen brengen dat hij geheel wordt weggeconcurreerd door de andere handelsverenigingen”; Overwegende dat in de visie van verzoekster de belasting louter dient “ter financiering van een VZW genaamd Centrummanagement” en zodoende “in feite” niets anders is dan “een bijdrage aan het promotiebudget van de verenigde handelaars en de Stad”; dat verzoekster stelt : “Nu de privé-partners er echter niet langer in slaagden de handelaars vrijwillig en voldoende te laten bijdragen aan de werking van VZW Centrum-management, heeft de Stad Genk in samenspraak met deze privé-partners, beslist om een XII-4623-3/5 belasting te heffen die bepaalde handelaars in Genk, verplicht om zo het deel van de private partners in de financiering te betalen”; 4.
- Overwegende dat, strikt genomen, de bestreden beslissing er toe beperkt is in de heffing van een belasting te voorzien; dat het nochtans kennelijk niet in die bijdrage is dat verzoekster het nadeel ziet dat zij met de nagestreefde schorsing wil vermijden; dat zij zelfs niet doet kennen hoe groot de commerciële oppervlakte van haar vestiging is en welk belastingbedrag zij precies verschuldigd is; Overwegende dat verzoekster haar ernstig en moeilijk te herstellen nadeel in wezen aanzienlijk verder zoekt en namelijk hierin dat de belasting een VZW moet financieren die haar aan “een bepaalde beleidsstrategie” zal onderwerpen waarvan zij “niet, minstens niet voldoende” de vruchten zal kunnen plukken of die, erger nog, zelfs haar onafhankelijkheid als kleine zelfstandige ondernemer in het gedrang zal brengen; Overwegende, welke ook de beleidsstrategie van de VZW is, dat de nadelige gevolgen ervan in voorkomend geval bezwaarlijk op de bestreden belasting teruggevoerd kunnen worden; dat het verband tussen het aangevochten belastingregle- ment en die beleidsstrategie al te onrechtstreeks is; dat dit des te meer het geval is waar in de huidige stand van de procedure niet zomaar duidelijk is en vaststaat dat de opbrengst van de belasting specifiek de bedoelde VZW ten goede moet komen; dat, in een vonnis van 22 juni 2005, ook de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Hasselt tot die conclusie kwam met betrekking tot de op het eerste gezicht zeer vergelijkbare voorloper van de bestreden belasting, de belasting van 27 juni 2002; Overwegende, daarenboven, dat de doelstellingen van de VZW van die aard zijn dat zonder nadere toelichting -die verzoekster niet geeft-, verzoeksters vrees om geen profijt uit de werkzaamheden van de VZW te halen en om door haar toedoen zelfs zijn onafhankelijkheid als kleine ondernemer erbij in te schieten, puur hypothetisch is; dat immers blijkens haar statuten de VZW zich uitdrukkelijk tot doel heeft gesteld om “een integrale kwaliteitsverbetering van het product ‘Genk-Centrum’ [tot stand te brengen], ten behoeve van haar profielversterking als attractief en veelzijdig (koop)centrum, het vergroten van haar aantrekkings- en concurrentiekracht, het bevorderen van de handelsactiviteiten in Genk-Centrum, van informatievoorzieningen voor bezoekers, handelaars en inwoners in Genk-Centrum, en van haar leefbaarheid, veiligheid en gezelligheid”, en om daartoe onder meer acties te (laten) verrichten op het gebied van marketing, promotie, informatievoorziening XII-4623-4/5 en voor de verbetering van de kwalitatieve uitstraling, het imago en het beheer van het bestaande product “Genk-Centrum”; dat genoemd “Genk-Centrum” ook de Fruitmarkt omvat, waar verzoekster haar handelszaak exploiteert; 4.
- Overwegende dat het pecuniair en ander nadeel dat verzoekster aanvoert geen schorsing kan verantwoorden; dat aan alvast een van de twee cumulatieve voorwaarden voor een schorsing niet is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei 2006, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4623-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.018 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.630 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.693 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div