← België

Arrest 159036 - - 19/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.036 Rolnummer: Zaak: Arrest 159036 - - 19/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-05-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 19:49 Fiche Arrest nr 159.036 van 19 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 159.036 van 19 mei 2006 in de zaken A. 162.758/X-12.

  1. A. 163.492/X-12.
  2. In zake : I.
  3. Paul PAZMANY,
  4. Ivo VAN NOYEN, die woonplaats kiezen bij Advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Justitiestraat 18 A tegen :
  5. de gemeente KONTICH, die woonplaats kiest bij Advocaat Y. LOIX, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27,
  6. het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat Cl. MARINOWER, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Consciencestraat
  7. II.
  8. Paul PAZMANY,
  9. Ivo VAN NOYEN, die woonplaats kiezen bij Advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Justitiestraat 18 A tegen : de gemeente KONTICH, die woonplaats kiest bij Advocaat Y. LOIX, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  10. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul PAZMANY en Ivo VAN NOYEN op 24 mei 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 11 april 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Kontich tot afgifte van een verkavelingsvergunning aan de nv MATEXI en de nv VIBO-MOONS voor percelen gelegen te Kontich, Quinten Matsijslei 36, kadastraal bekend sectie C, nrs. 179 l2, n2, p, 180c, d, e, f, g, h, n, p, X-12.323-1/3 r, s, t, en 283 a5, b5, d5(deel), e5, h5, v4 en z4, en van het daaraan voorafgaand gunstig advies over de verkavelingsaanvraag van de gemachtigde ambtenaar van 24 december 2004 (A. 162.758/X-12.323); Gelet op het arrest nr. 154.144 van 25 januari 2006 waarbij de vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 6 februari 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; X-12.323-2/3 Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; BESLUIT: Artikel
  11. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  12. De kosten van de vorderingen tot schorsing, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.323-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.036 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.