id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.184 Rolnummer: A. 125300/XII-3627 Zaak: Arrest 159184 - - 24/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-02 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 20:06 Fiche Arrest nr 159.184 van 24 mei 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.184 van 24 mei 2006 in de zaak A. 125.300/XII-
- In zake : de NV MEWAF INTERNATIONAL, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8 B tegen : het VLAAMS PARLEMENT, dat woonplaats kiest bij advocaten D. D’Hooghe, M. Gelders en L. Schellekens, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Mewaf International op 12 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
- het besluit van het Bureau van het Vlaams Parlement d.d. 21 mei 2002 waarbij het ‘perceel 2 - overige kantoormeubilair van de werkplekken (kantoren en vergaderzalen)’ met betrekking tot een overheidsopdracht uitgeschreven voor het ontwerpen en leveren van de binneninrichting die kadert in het project ‘Transformatie van het voormalige postchequegebouw tot het Huis van de Vlaamse volksvertegenwoordigers’ - wordt toegewezen aan de firma Vitra [...]
- het besluit van de gunningscommissie d.d. 30 april 2002 waarbij de offerte van verzoekster voor perceel 2 ‘onbespreekbaar’ wordt genoemd en wordt uitgesloten van de verdere gunningsprocedure”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 1 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-3687-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 november 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 januari 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Logie, die loco advocaat D. Van Heuven verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat L. Schellekens, die loco advocaat D. D’Hooghe verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden uiteengezet : 1.
- Door het Vlaams Parlement wordt een opdracht uitgeschreven voor het ontwerpen en leveren van de binneninrichting die kadert in het project “Transformatie van het voormalige Postchequegebouw tot het Huis van de Vlaamse Volksvertegenwoordigers”. 1.
- Volgens het toepasselijke bestek is de aanbestedende overheid “het Vlaams Parlement, vertegenwoordigd door zijn bureau”. 1.
- De opdracht is opgesplitst in vijf percelen : “Perceel 1 : zitmeubilair van de werkplekken (kantoren en vergaderzalen) Perceel 2 : overige kantoormeubilair van de werkplekken (kantoren en vergader- zalen) XII-3687-2/8 Perceel 3 : meubilair van de salons gesitueerd in de centrale zone van de kantoor- verdiepingen, evenals de salongehelen van de kantoren van de presidenten van de verschillende politieke fracties Perceel 4 : meubilair van de binnenaccomodaties : restaurant, self-service en cafetaria Perceel 5 : buitenmeubilair (van het terras)”. 1.
- De opdracht is een aanneming van leveringen onderworpen aan Europese bekendmaking en wordt gegund door middel van een algemene offerte- aanvraag. De vijf percelen zijn afzonderlijk of als geheel bij samenvoeging te gunnen. 1.
- De gunningscriteria worden in het bestek als volgt vermeld : “De aanbestedende overheid zal tussen de regelmatige offertes diegene kiezen die haar het voordeligst lijkt op grond van de volgende criteria : 1) prijs 2) globaal inrichtingsconcept 3) kenmerken voorgestelde inrichtingselementen (ergonomie, kwaliteit en duurzaamheid, functionaliteit, modulariteit, creativiteit, esthetiek,...) 4) integratie in het globaal architecturaal concept 5) volledigheid dossier en technische gegevens (schetsen, foto’s en beschrij- ving, materiaalkeuze, afmetingen, gewichten,...); De criteria 2) t.e.m. 5) zijn opgegeven in dalende volgorde van belangrijkheid. Aan al deze criteria worden punten toegekend. De offertes worden vervolgens gerangschikt volgens de verhouding prijs/punt”. 1.
- Oorspronkelijk was de uiteindelijke levering en inrichting voorzien vanaf 12 juli tot 15 augustus
- Om tegemoet te komen aan het leveringsprobleem tijdens de vakantiemaand juli worden uiteindelijk de leveringstermijn en het tijdstip van plaatsing van het meubilair verschoven van 12 juli - 15 augustus 2002 naar 1 augustus - 4 september
- 1.
- Op 22 april 2002 vindt de opening van de offertes plaats. Zeven kandidaten hebben zich ingeschreven voor perceel 2, waaronder de verzoekende partij en NV Vitra. 1.
- De ingediende offertes worden onderzocht door een gunnings- commissie in vergaderingen van 30 april 2002 en 15 mei
- XII-3687-3/8 1.
- Na onderzoek neemt de gunningscommissie de volgende beslissing betreffende het te dezen in het geding zijnde perceel 2 : “Het eerste en belangrijkste criterium (zie punt A.15 van het bestek) is het globale inrichtingsconcept, wat tevens nauw aansluit bij het criterium ‘integratie in het globaal architecturaal concept’. 4 van de 6 inschrijvers worden uitgesloten op basis van een onvoldoende score op deze criteria (zie principe van punten- verdeling pag ...). Krachtlijn van dit project was het uitwerken van een kwalitatief concept voor de binneninrichting van een bestaand modernistisch gebouw, ongeacht met bestaand meubilair zou moeten gewerkt worden gezien de korte uitvoeringstermijn. De gunningsprocedure is er eveneens van uitgegaan dat, wanneer men naar verschillende percelen kijkt, een maximum aan eenheid binnen de verscheidenheid moet trachten te bekomen. [...] Mewaf heeft een gebrek aan visie (concept van één of meerdere ontwerpers toegepast op dit project) omtrent sfeer van deze werkplek, gelet het bestaande karakter, de renovatiewerken, het gemis aan synergie tussen de verschillende loten rekening houdend dat er een uitgebreid dossier is opgesteld door de architecten, maakt dit voorstel onbespreekbaar”. 1.
- Na besluit van 30 april 2002 van de gunningscommissie blijven enkel de inschrijvingen van NV Bulo en NV Vitra als volwaardig over. Er wordt dan ook beslist een proefopstelling te laten plaatsen in het Huis van de Vlaamse Volks- vertegenwoordigers. Op 15 mei 2002 wordt gekozen voor NV Vitra. 1.
- Bij beslissing van het vast bureau van het Vlaams Parlement van 21 mei 2002 wordt de opdracht met betrekking tot perceel 2 toegewezen aan NV Vitra. In die beslissing wordt het verslag van de gunningscommissie bekrachtigd. 1.
- Bij brief van 27 mei 2002 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld : “Ingevolge ons lastenboek voor de levering van het inrichtingsmeubilair in het Huis van de Vlaamse Volksvertegenwoordigers delen wij u mee dat de verschillende percelen als volgt werden toegewezen : perceel 1 - zitmeubilair voor kantoren en vergaderzalen: wordt niet gegund; perceel 2 - kantoormeubilair (kasten, werktafels,...) : firma Vitra uit 1931 Diegem; perceel 3 - salons (tafels en zetels voor centrale salons en salons in de kantoren) : firma Vitra uit 1931 Diegem; perceel 4 - meubilair voor restaurant, self-service en cafetaria : wordt niet gegund; perceel 5 - terrasmeubilair : firma Tribu uit 3690 Zutendaal. Voor perceel 1 en 4 wordt een nieuwe opdracht uitgeschreven”. XII-3687-4/8 1.
- Bij aangetekend schrijven van 30 mei 2002 vraagt de verzoekende partij een afschrift van de motivering van de toewijzingsbeslissing, en “meer in het bijzonder van het volledige analyseverslag en van het gedetailleerde beoordelings- dossier op grond waarvan de beslissing werd genomen”. 1.
- Bij aangetekend schrijven van 12 juni 2002 wordt de “gemotiveerde beslissing van het niet gunnen aan Mewaf van deze opdracht” aan de verzoekende partij meegedeeld;
- De tegenpartij. Overwegende dat in de memorie van antwoord opgeworpen wordt dat het Vlaams Parlement niet als verwerende partij kan optreden voor de Raad van State en dat het Vlaams Parlement bijgevolg buiten de zaak gesteld dient te worden; dat de verzoekende partij zich daaromtrent naar de wijsheid van de Raad van State gedraagt; Overwegende dat in het annulatiecontentieux voor de Raad van State in de eerste plaats de bestreden beslissing het gegeven is dat zonder enige onduidelijkheid als voorwerp van de gevraagde nietigverklaring moet worden geïdentificeerd; dat voorts moet worden uitgemaakt of de instantie die deze beslissing heeft genomen, daarbij is opgetreden als een in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bedoelde overheid; dat zodra zulks wordt aangenomen, de aanwijzing van de ene of de andere tegenpartij uiteindelijk enkel nuttig is -bij de behandeling van een zaak- om die overheid in de zaak te betrekken die het best de bestreden beslissing kan verdedigen omdat ze deze heeft genomen en om -bij het uiteindelijke arrest- te kunnen bepalen ten laste van welke overheid de kosten, of eventueel de dwangsom moeten komen; dat te dezen geen discussie bestaat betreffende het feit dat het vast bureau van het Vlaams Parlement handelend voor dat parlement de bestreden beslissingen heeft genomen; dat het aldus te dezen volstaat het Vlaams Parlement als tegenpartij aan te wijzen; dat die conclusie overigens spoort met het ondertussen aangenomen artikel 48bis van de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; XII-3687-5/8
- Het voorwerp. Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt gesteld dat het beroep strekt tot nietigverklaring van het besluit van het vast bureau van 21 mei 2002 houdende, enerzijds, bekrachtiging van het verslag van de gunningscommissie van 30 april 2002 waarbij de offerte van de verzoekende partij voor perceel 2 “onbespreekbaar” wordt genoemd en zij wordt uitgesloten van de verdere gunningsprocedure en anderzijds, toewijzing van de opdracht van perceel 2 aan de NV Vitra; dat het stilzwijgen hierover van de partijen in hun laatste memories zo wordt begrepen, dat zij de lezing, door het auditoraat, van het voorwerp van het beroep bijvallen, hetgeen ook de Raad van State doet;
- De gegrondheid. 4.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar eerste middel de schending inroept onder meer van “de voorschriften van het bestek” doordat geen rekening is gehouden met het criterium prijs, niet aan alle criteria punten werden toegekend -aangezien de verzoekende partij meteen werd uitgesloten bij de quotering van één enkel criterium- en aldus van een gunningscriterium een uitsluitingscriterium werd gemaakt; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij tegenwerpt dat de offerte van Mewaf enkel werd gequoteerd op het criterium “globaal inrichtingsconcept”, dat “de aanbestedende overheid over een grote beoordelingsvrijheid beschikt met betrekking tot de cijfermatige wegingen die aan de verschillende criteria zullen worden toegekend”, dat “weliswaar in casu met een radicaal puntensysteem [is] gewerkt (waarbij aan een offerte die een score behaalde lager dan 5/10 voor een bepaald criterium, geen punten meer werden toegekend voor de overige criteria), maar een dergelijk puntensysteem niet geacht [kan] worden de grenzen van de rechtmatige uitoefening van die beoordelingsvrijheid te buiten te gaan”, dat te dezen “de overheid [heeft] geoordeeld dat de offertes die een score behalen lager dan 5/10 op een van de in het bestek opgesomde criteria (andere dan het prijscriterium) onmogelijk als meest interessante offerte kunnen worden aanzien. Nu de offerte van Mewaf een onvoldoende heeft behaald op het criterium ‘globaal inrichtingsconcept’ kon zij niet meer als ‘meest interessante offerte’ in aanmerking komen en had het geen zin deze offerte verder te onderzoeken op grond van de andere criteria”; XII-3687-6/8 4.
- Overwegende dat te dezen het toepasselijke bestek betreffende de gunningscriteria bepaalt dat de aanbestedende overheid tussen de regelmatige offertes diegene zal kiezen die haar het voordeligst lijkt “op grond van de volgende criteria” en daarbij de vijf hoger aangehaalde criteria worden opgesomd met de vermelding dat de criteria 2 tot en met 5 “in dalende volgorde van belangrijkheid” zijn opgegeven, dat aan al deze criteria punten worden toegekend en dat de offertes “vervolgens gerangschikt [worden] volgens de verhouding prijs/punt”; Overwegende dat de gunningscommissie, waarvan de conclusies in de bestreden beslissing worden “bekrachtigd”, wat het gunningscriterium “globaal inrichtingsconcept” betreft - de offerte van de verzoekende partij negatief beoordeelt, deze “gebrek aan visie” en “gemis aan synergie” verwijt en ze “onbespreekbaar” noemt; dat de verwerende partij niet betwist maar juist toegeeft dat die offerte niet meer is beoordeeld aan de hand van de andere drie gunningscriteria en dat ze niet meer in een rangschikking is betrokken volgens de verhouding prijs/punt; dat in tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij betoogt, de beoordelingsvrijheid van een opdrachtgevende overheid bij een offerteaanvraag niet zover gaat dat ze bij de beoordeling van de offertes niet overeenkomstig de in het bestek bepaalde gunningscriteria zou moeten handelen; dat de invulling van een gunningscriterium in voorkomend geval weliswaar met een zekere vrijheid kan gebeuren, maar deze vrijheid niet zover reikt dat gunningscriteria buiten de beoordeling worden gehouden en aldus sommige van die criteria zoals te dezen tot uitsluitingscriteria worden gemaakt; Overwegende dat uit wat voorafgaat blijkt dat de offerte van de verzoekende partij enkel aan een van de gunningscriteria is getoetst; dat de uiteindelijke toewijzing aan de NV Vitra aldus niet is gebeurd na een procedure waarin overeenkomstig de besteksbepalingen is gehandeld maar juist in tegenstrijd met de bepalingen betreffende de gunningscriteria; dat het middel in zoverre gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 21 mei 2002 van het vast bureau van het Vlaams Parlement waarbij het verslag wordt bekrachtigd van de XII-3687-7/8 gunningscommissie van 30 april 2002 waarbij de offerte van de verzoekende partij onbespreekbaar wordt genoemd en zij wordt uitgesloten van de gunningsprocedure, en waarbij perceel 2 van de opdracht betreffende het ontwerpen en de levering van de binneninrichting van het Huis van de Vlaamse Volksvertegenwoordigers wordt toegewezen aan de NV Vitra. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaams Parlement. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3687-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.184 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.