← België

Arrest 159204 - - 29/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.204 Rolnummer: A. 162119/IX-4875 Zaak: Arrest 159204 - - 29/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-06 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 20:09 Fiche Arrest nr 159.204 van 29 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.204 van 29 mei 2006 in de zaak A. 162.119/IX-

  1. In zake : Jean HENDRIX, die woonplaats kiest bij advocaat H-K. CARÊME, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4, bus 1 tegen : de gouverneur van de provincie Limburg, die woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean HENDRIX op 29 april 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit genomen op 1 januari 2005 door de gouverneur van de provincie Limburg, houdende samenstelling van de provinciale visserijcommissie Limburg op 1 januari 2005; Gelet op het arrest nr. 151.473 van 21 november 2005 waarbij de vordering tot schorsing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DE KETELAERE, die loco advocaat H.-K. CARÊME verschijnt voor verzoeker, en van advocaat B. STAELENS, die loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. THYS; IX-4875-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij brief van 3 januari 2006 de raadsman van verzoeker de Raad van State mededeelt : “(...) Mijn cliënt wenst geen verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen. Hij stelt vast dat de bestreden beslissing bij besluit van de Gouverneur van de provincie Limburg van 21 december 2005 werd ingetrokken. Het beroep tot nietigverklaring is derhalve zonder voorwerp geworden. Bij ontstentenis van een verzoek tot voortzetting zal mijn cliënt o.g.v. art. 17, § 4ter van de gecoördineerde wetten, en o.g.v. art. 15ter, § 1 K.B. van 05 december 1991 worden geacht afstand van de procedure te doen. De afstand steunt evident op de intrekking van de bestreden beslissing. Om die reden meen ik dat de kosten van het geding alsnog ten laste van de verwerende partij dienen te worden gelegd. U zal dit wel aan het auditoraat en de Voorzitter ter kennis willen brengen (...).”; Overwegende dat dit schrijven als een verzoek tot afstand dient te worden beschouwd en dat dit verzoek kan worden ingewilligd, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand wordt ingewilligd. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-4875-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig mei 2006, door : de H. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-4875-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.204 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.473 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.