← België

Arrest 159245 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.245 Rolnummer: A. 170676/X-12718 Zaak: Arrest 159245 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-20 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 20:17 Fiche Arrest nr 159.245 van 29 mei 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.245 van 29 mei 2006 in de zaak A. 170.676/X-12.

  1. In zake :
  2. Philippe de HALLEUX,
  3. Laurence de CROMBRUGGHE de PICQUENDAELE, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan 16 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van VLAAMS- BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat D. SOCQUET, kantoor houdende te 3080 DUISBURG-TERVUREN, Merenstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Philippe de HALLEUX en Laurence de CROMBRUGGHE de PICQUENDAELE op 1 maart 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 25 oktober 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende inwilliging van het beroep van BUTAYE-DEFILLET tegen het besluit van 24 mei 2005 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg waarbij aan deze laatsten de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het plaatsen van plastiektunnels voor de teelt van kleinhoutig fruit te Sint-Aghata-Rode (Huldenberg), Veeweidestraat, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nr. 302s/deel; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 mei 2006; X-12.718-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. VERHELST die loco Advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat D. SOCQUET die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij ter terechtzitting een aanvullend stuk heeft neergelegd; dat de verzoekende partijen opwerpen dat een dergelijk stuk niet is voorzien in de procedure en vragen dat het uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat de mogelijkheid tot het neerleggen van een dergelijk stuk niet is voorzien in het toepasselijke procedurereglement; dat het stuk uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat BUTAYE-DEFILLET op 11 februari 2005 bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg een aanvraag hebben ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het plaatsen van plastiektunnels voor de teelt van kleinhoutig fruit te Sint- Aghata-Rode (Huldenberg), Veeweidestraat, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nrs. 302s/deel; dat het betrokken perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Leuven is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat het niet is gelegen binnen het beheersingsgebied van een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat tijdens het openbaar onderzoek een aantal bezwaarschriften worden ingediend waaronder één door de verzoekende partijen; dat de afdeling Land Vlaams-Brabant van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap op 8 maart 2005 een gunstig advies heeft uitgebracht; dat de gemeentelijke milieuadviesraad van de gemeente Huldenberg op 12 april 2005 eveneens een gunstig advies heeft uitgebracht; dat de gemachtigde ambtenaar op 13 mei 2005 een ongunstig advies heeft uitgebracht; dat het College van X-12.718-2/4 burgemeester en schepenen van de gemeente Huldenberg bij besluit van 24 mei 2005 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft geweigerd; dat de aanvragers op 24 juni 2005 beroep hebben ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant tegen voormelde weigeringsbeslissing; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant bij het thans bestreden besluit van 25 oktober 2005 het beroep heeft ingewilligd en de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend; Overwegende dat de verwerende partij ter terechtzitting stelt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit zonder nut is geworden aangezien de 3 m hoge plastiektunnels waarvoor het bestreden besluit de stedenbouwkundige vergunning verleent, nagenoeg volledig afgewerkt en grotendeels in bedrijf zijn genomen, dat alle metalen frames evenals de bovenzijde van de kappen reeds volledig werden geplaatst, dat aan de zijkant van de kappen oprolsystemen zijn voorzien voor de wanden, die enkel bij bijzondere weersomstandigheden zouden worden afgelaten, dat enkel deze systemen nog in afwerkingsfase zijn, dat ook het door de bestendige deputatie opgelegde hemelwaterbekken reeds werd aangelegd; dat dit alles door de raadsman van de verzoekende partijen ter terechtzitting niet wordt betwist; dat hij enkel aanvoert dat blijkt dat de vergunde werken nog niet volledig zijn uitgevoerd en een schorsing dus nog een nuttig effect kan sorteren; Overwegende dat uit de niet betwiste actuele feitelijke gegevens van de zaak zoals hiervoor vermeld blijkt dat een schorsing van de tenuitvoerlegging de door verzoekende partijen ingeroepen nadelen, met name verlies van het uitzicht op het achterliggende open en ongeschonden landschappelijk waardevol agrarisch gebied, lichtpollutie en lichthinder, lawaaihinder, verhoogde verkeersdynamiek en verhoogd overstromingsgevaar, ook al zijn de oprolsystemen die zijn voorzien voor de wanden nog niet volledig afgewerkt, niet meer kan voorkomen; dat in de gegeven omstandigheden de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging zonder nut is; dat zij niet ontvankelijk is; X-12.718-3/4 BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.718-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.245 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.795 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.