← België

Arrêt / Arrest 159258 - Médias / Media - 29/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.258 Rolnummer: A. 72859/V-1481 Zaak: Arrêt / Arrest 159258 - Médias / Media - 29/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-09 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-30 20:47 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 159.258 van 29 mei 2006 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.258 van 29 mei 2006 in de zaak A. 72.859/V-1481 In zake : de Vlaamse Gemeenschap, die woonplaats kiest bij Mr. P. VAN ORSHOVEN, advocaat, Verenigingstraat 57-59 1000 Brussel, tegen : de Franse Gemeenschapscommissie, die woonplaats kiest bij Mrs. M. UYTTENDAELE en Ph. SCHAFFNER, advocaten, Bronstraat 68 1060 Brussel. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Vlaamse Gemeenschap op 17 januari 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Franse Gemeenschapscommissie van 21 december 1995 tot toekenning van een uitzonderlij- ke toelage aan de vzw Télé-Bruxelles; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 31 oktober 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; V-1481-1\5 Gelet op de beschikking van 15 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 mei 2006 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. VAN HAEGENDOREN; Gehoord de opmerkingen van advocaten K. LEUS en B. MARTEL die, loco advocaat P. VAN ORSHOVEN verschijnen voor de verzoekende partij, en van advocaat J. SAUTOIS die, loco advocaat M. UYTTENDAELE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; De gegevens van de zaak

  1. Overwegende dat de vzw Télé-Bruxelles door de Franse Gemeenschapsregering is erkend als lokale televisiezender voor het arrondissement Brussel-Hoofdstad; dat het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest op 21 december 1995 het thans bestreden besluit aanneemt, waarbij een uitzonderlijke toelage (“une subvention exceptionnelle”) van 8 miljoen frank wordt verleend aan de vzw Télé-Bruxelles met het oog op de verspreiding van haar omroepprogramma’s in de rand, versta de randgemeenten rond Brussel (“dans le cadre de la diffusion de ses émissions en périphérie”); De ontvankelijkheid van het beroep
  2. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord drie middelen van onontvankelijkheid ontwikkelt; dat in het auditoraatsverslag de eerste en de tweede exceptie, na onderzoek, ongegrond worden genoemd; dat de verwerende partij in de laatste memorie nog enkel refereert aan de derde exceptie, die zij handhaaft; dat zij evenwel de eerste en de tweede exceptie niet meer ter sprake brengt, laat staan dat zij enige poging onderneemt om de zienswijze van het auditoraat te ontkrachten, zodat zij wordt geacht er afstand van te hebben gedaan;
  3. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord bij wege van derde exceptie aan verzoekster belang ontzegt bij het beroep; dat zij er aan V-1481-2\5 herinnert dat een verzoekende partij voor de Raad van State een belang moet aantonen, hetgeen vereist dat zij persoonlijk en rechtstreeks nadeel ondervindt van de bestreden rechtshandeling; dat zij niet inziet hoe de toekenning van een toelage de verzoekende partij persoonlijk kan benadelen; dat volgens haar de door verzoekster aangevoerde bevoegdheidsoverschrijding niet volstaat om het belang te schragen: daartoe is vereist dat de bevoegdheidssfeer van verzoekster is geschonden hetgeen klaarblijkelijk niet het geval is; dat verwerende partij die zienswijze in een uitvoerig betoog kracht bijzet, ten einde aan te tonen dat zij binnen de haar toegekende bevoegdheden is gebleven; dat zij vervolgens ook de vrijheid van meningsuiting, het fundamenteel recht op culturele ontplooiing en de in artikel 6, § 1, VI, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen voorkomende waarborgen betreffende de Belgische economische en monetaire unie en het vrij verkeer van diensten aanvoert, om het geoorloofd karakter van verzoeksters belang te betwisten; dat het verzet van verzoekster tegen de verspreiding van de programma’s van Télé-Bruxelles in de randgemeenten immers, volgens verwerende partij, een flagrante miskenning is van deze rechten en vrijheden;
  4. Overwegende dat de grondwettelijk erkende deelgebieden van het Rijk slechts beschikken over de hen door of krachtens de grondwet toegewezen bevoegdheden; dat de grondwetgever daarenboven een exclusieve territoriale bevoegdheidsverdeling tot stand heeft gebracht, wat veronderstelt dat het onderwerp van iedere regeling welke een wetgever uitvaardigt moet kunnen worden gelokaliseerd binnen het gebied waarvoor hij bevoegd is, zodat iedere concrete verhouding en situatie slechts door één enkele wetgever wordt geregeld; dat de Vlaamse Gemeenschap er belang bij heeft om de schending van de haar aldus toegewezen bevoegdheden door een orgaan van een andere entiteit van het Rijk -hier het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest- aan te vechten met een annulatieberoep; dat dan wel vereist is dat één of meer middelen gegrond op een dergelijke schending van de betrokken bevoegdheidsregels worden aangevoerd; dat dit ter zake het geval is aangezien verzoekster in haar eerste middel overschrijding door de verwerende partij van haar territoriale bevoegdheid aanvoert, en zij meer bepaald aan de verwerende partij verwijt dat deze met het bestreden besluit een beleid in culturele aangelegenheden uitoefent met betrekking tot gemeenten die gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied of met betrekking tot de bevolking van die gemeenten; dat de vraag of die bevoegdheid inderdaad overschreden werd, hetgeen verwerende partij bij de ontwikkeling van de exceptie uitvoerig en stellig betwist, een kwestie is die de grond V-1481-3\5 van het middel betreft; dat dit middel evenwel in het auditoraatsverslag niet is onderzocht; Overwegende dat het voorwerp van het voorliggend beroep een rechtshandeling is die uitgaat van verwerende partij; dat het ter beoordeling van de wettigheid van die rechtshandeling er niet toe doet of een handelen of nalaten van de Vlaamse Gemeenschap in overeenstemming is te brengen met de door verwerende partij besproken rechten en vrijheden; dat een publiekrechtelijke rechtspersoon die, zoals de verwerende partij, over een toegewezen bevoegdheid beschikt, voorts op die rechten en vrijheden geen aanspraak kan maken om zelf een regeling te mogen treffen in een gebied dat niet door die bevoegdheidstoewijzing is omvat; dat het belang van de overheid, waarvan de bevoegdheid op die wijze geschonden wordt, om tegen die bevoegdheidsoverschrijding in rechte op te komen wettig is; Overwegende dat vooralsnog niet moet worden onderzocht of de Vlaamse Gemeenschap enig belang heeft bij het tweede middel welk zij aanvoert; dat zulks enkel aan de orde is ingeval dit middel zelf moet worden onderzocht; Overwegende dat de exceptie wordt verworpen;
  5. Overwegende dat het auditoraatsverslag beperkt is gebleven tot een onderzoek van de ontvankelijkheidsexcepties; dat dit onderzoek de oplossing van het geschil niet mogelijk maakt; dat er reden is voor een aanvullend onderzoek, BESLUIT: Artikel
  6. De debatten worden heropend. Artikel
  7. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het verder onderzoek van de zaak. Artikel
  8. V-1481-4\5 De kosten van het beroep worden in beraad gehouden. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig mei 2006, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, de HH. G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. V-1481-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.258 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.880 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.