← België

Arrest 159297 - - 30/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.297 Rolnummer: A. 150407/XIV-19261 Zaak: Arrest 159297 - - 30/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 20:20 Fiche Arrest nr 159.297 van 30 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.297 van 30 mei 2006 in de zaak A. 150.407/XIV-19.

  1. In zake : Kenneth REGAN, alias Kenneth AVERY, die woonplaats kiest bij Advocaat M. LIERMAN, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Sportstraat 49 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te 3078 KORTENBERG, Veldstraat
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kenneth REGAN, alias Kenneth AVERY, van Britse nationaliteit, op 5 april 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Minister van Justitie van 3 maart 2004 tot uitlevering aan de Britse autoriteiten; Gelet op de beschikking van 19 april 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 maart 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 mei 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. LIERMAN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat B. DERVEAUX, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-19.261-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  4. Op 14 augustus 2003 verzoekt de ambassade van Groot-Brittannië om de uitlevering van verzoeker. 1.
  5. Op 3 maart 2004 neemt de Minister van Justitie het besluit waarbij de uitlevering van verzoeker aan de regering van Groot-Brittannië wordt toegestaan. Dit is het bestreden besluit: “DE MINISTER VAN JUSTITIE, Gezien de nota dd. 14.08.2003 van de ambassade van Groot-Brittannië te Brussel waarbij de uitlevering wordt gevraagd van de Britse onderdaan REGAN Kenneth, alias AVERY Kenneth, geboren te Perivale op 19.12.1948; Gezien de daarbij overgelegde stukken waaronder: I. het bevel tot aanhouding dd. 26.06.2003 uitgevaardigd door de District Judge (Magistrates Court) te Londen wegens: 1) tot 5): moord, feiten gepleegd op Brits grondgebied, op of voor 22.04.2003, 6):ontvoering, feiten gepleegd op Brits grondgebied op of voor 20.02.2003, 7): wederrechtelijke vrijheidsberoving, feiten gepleegd op Brits grondgebied op of voor 20.02.2003, 8) a-f : belemmering van de rechtsgang, feiten gepleegd op Brits grondgebied op of voor 30.04.2003, 9) verhinderen van de begrafenis of verberging van een lijk, feiten gepleegd op Brits grondgebied op of voor 22.04.200

(0)
  1. II. het bevel tot aanhouding dd. 07.08.2003 uitgevaardigd door de District Judge (Magistrates Court) te Londen wegens verhinderen van de begrafenis of verberging van een lijk, feiten gepleegd op Brits grondgebied op of voor 15 juni 2003; Gezien het advies uitgebracht door de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent op 12.02.2004; Gelet op het Europees Uitleveringsverdrag van 13 december 1957 en de Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Lidstaten van de Europese Unie van 27 september 1996; Gelet op de uitleveringswetten van 1 oktober 1833 en 15 maart 1874; Overwegende dat de feiten omschreven onder I. a-f naar Belgisch recht geen misdrijf uitmaken en derhalve geen aanleiding kunnen geven tot uitlevering; Overwegende dat voor het overige de feiten zowel naar Belgisch (ingevolge de artikelen 340, 347bis§4-1/, 392, 393, 394 en 436 van het Strafwetboek) als naar Brits recht strafbaar zijn gesteld, dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 2.§1 van voornoemde Overeenkomst, en dat de verjaring van de strafvordering naar Brits recht niet is bereikt; Overwegende dat niet is gebleken dat het verzoek tot uitlevering dat op een misdrijf van gemeen recht berust, is ingegeven om een persoon wegens zijn ras, zijn godsdienst, zijn nationaliteit of zijn politieke overtuiging te vervolgen of te straffen; XIV-19.261-2/4 Overwegende bijgevolg dat aan de voorwaarden en de formaliteiten inzake de uitlevering gedeeltelijk is voldaan, Besluit Enig artikel. De uitlevering van REGAN Kenneth, alias AVERY Kenneth wordt aan de regering van Groot-Brittannië toegestaan wegens de feiten op grond waarvan de uitlevering wordt gevraagd, behalve wegens de feiten omschreven onder I. 8) a-f. (...).”. 1.
  2. De verwerende partij deelt in haar nota mee dat verzoeker op 6 april 2004 werd overgedragen aan de Britse autoriteiten.
  3. Over de vordering tot schorsing. 2.
  4. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  5. Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat het bestreden bevel hem berokkent als volgt omschrijft: “De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen kan een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel berokkenen:
  6. De bestreden beslissing heeft tot gevolg dat verzoeker zal worden overgedragen aan Groot-Brittannië, alwaar hij voor de in de bestreden beslissing opgesomde hem ten laste gelegde feiten zal dienen terecht te staan.
  7. In Groot-Brittannië is verzoeker geen eerlijk proces gewaarborgd (zoals uiteengezet in het eerste middel, dat voor zoveel als nodig als hier integraal hernomen beschouwd dient te worden). Enerzijds, de verantwoordelijken voor de politiediensten, die de aan verzoeker ten laste gelegde feiten onderzoeken, hebben in het publiek en in de pers meer dan eens gesteld dat verzoeker schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten. Ook in de berichtgeving in de pers werd verzoeker beschouwd als schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten. Anderzijds wijst verzoeker er op dat in Groot-Brittannië een volksjury zal dienen te oordelen over de hem ten laste gelegde feiten. Door de publieke verklaringen van de autoriteiten en de politiediensten, alsmede door de berichtgeving in de media worden de potentiële leden van deze (nog niet samengestelde) volksjury beïnvloed, zodat verzoeker bij een Groot-Brittannië voor een bevooroordeelde rechtbank zal dienen te verschijnen voor de hem ten laste gelegde feiten. Aldus zullen bij een terugkeer van verzoeker naar Groot-Brittannië zijn processuele rechten, zoals gewaarborgd door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 (hierna: EVRM) (B.S., 19.08.1955) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981 (B.U.P.O.) (B.S., 06.07.1983) worden geschon- den. Dergelijke aantasting van de processuele rechten van verzoeker is een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  8. Verzoeker is een Brits onderdaan. XIV-19.261-3/4 Uit artikel 6 van het Europees Verdrag betreffende uitlevering opgemaakt te Parijs op 13 december 1957 volgt dat Groot-Brittannië de uitlevering van een staatsburger kan weigeren - zulks overigens overeenkomstig een algemeen aanvaard beginsel van internationaal recht. Daaruit volgt dat de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing onomkeerbare gevolgen zal hebben en dat de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing tevens elke uitwerking zal onthouden aan een arrest van de Raad van State dat de vernietiging van de bestreden beslissing vaststelt, in de veronderstelling dat het normaal onderzoek ten gronde daartoe leidt. De vernietiging van de bestreden beslissing is mogelijk gelet op het ernstig zijn van elk van de middelen van het annulatieberoep. Het onthouden van een verder onderzoek van het annulatieberoep, brengt voor verzoek(st)er een ernstig onmiddellijk nadeel met zich mee.”; 2.
  9. Overwegende dat uit de nota van de verwerende partij blijkt dat verzoeker uitgeleverd werd aan Groot-Brittannië op 6 april 2004; dat een eventuele schorsing van het besluit het door verzoeker ingeroepen nadeel niet meer kan verhinderen; dat derhalve niet voldaan is aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State cumulatief opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei tweeduizend en zes, door : HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-19.261-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.297 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.728 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.