← België

Arrest 159330 - - 30/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.330 Rolnummer: A. 159694/X-12197 Zaak: Arrest 159330 - - 30/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-19 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 20:28 Fiche Arrest nr 159.330 van 30 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.330 van 30 mei 2006 in de zaak A. 159.694/X-12.

  1. In zake : de nv DELAMOT FARM, die woonplaats kiest bij Advocaat H. DEKEYZER, kantoor houdende te 8210 ZEDELGEM-VELDEGEM, Torhoutsesteenweg 266 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv DELAMOT FARM op 2 februari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 december 2004 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van 20 april 2004 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Izegem, waarbij haar de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een bedrijfswoning (deels afbraak, deels regularisatie) op een perceel gelegen te Izegem, Winkelhoekstraat 36-38, kadastraal bekend sectie B, nrs. 0834b en 0835d; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 26 april 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 20 juli 2005, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 7 april 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 mei 2006 om 14.00 uur; X-12.197-1/3 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de o p mer k ingen van Advo caat Ch. VAN DIERENDONCK die loco Advocaat H. DEKEYZER voor de verzoekende partij verschijnt en van Adjunct-adviseur A. VAN RIE die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat van een afschrift van de memorie van antwoord met een brief van 22 april 2005 van de griffie kennis is gegeven aan verzoekster; dat deze brief melding maakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster een memorie van wederantwoord heeft ingediend die niet bij ter post aangetekende brief werd verstuurd; Overwegende dat luidens artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij ter post aangetekende brief; dat het voorschrift ertoe strekt de processtukken een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat verzoekster heeft verzuimd dit voorschrift na te leven, ofschoon de griffie in de voornoemde brief van 22 april 2005 er uitdrukkelijk haar aandacht op had gevestigd; Overwegende dat de vereiste van de ter post aangetekende zending niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven; dat een procedurestuk ook vaste datum kan verkrijgen, door het ter post aangetekend schrijven van de griffie waarin deze melding maakt van bedoeld procedurestuk; dat in casu de door verzoekster ingediende memorie van wederantwoord door de griffie bij gewone brief aan de verwerende partij werd meegedeeld om reden dat de kennisgeving van de memorie van wederantwoord geen termijnen opent; dat een kennisgeving bij gewone brief niet toelaat aan een niet ter post aangetekende zending alsnog vaste datum te verlenen; X-12.197-2/3 dat evenmin uit enig ander stuk blijkt dat de memorie van wederantwoord binnen de gestelde termijn van zestig dagen vaste datum heeft verkregen; Overwegende dat de memorie van wederantwoord geen vaste datum heeft verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voornoemd besluit van de Regent; dat er geen rekening mee kan worden gehouden; dat krachtens het artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt, dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.197-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.330 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.