← België

Arrest 159331 - - 30/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.331 Rolnummer: A. 161019/X-12246 Zaak: Arrest 159331 - - 30/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-21 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 20:29 Fiche Arrest nr 159.331 van 30 mei 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 159.331 van 30 mei 2006 in de zaak A. 161.019/X-12.

  1. In zake :
  2. Bernard HENDRICKX-BAUWENS,
  3. Natacha DURANT, die woonplaats kiezen bij Advocaat L. SILANCE, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Delleurlaan 29 tegen : de Bestendige Deputatie van de provincieraad van VLAAMS- BRABANT, die woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bernard HENDRICKX-BAUWENS en Natacha DURANT op 21 maart 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 20 januari 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende verwerping van hun beroep tegen de beslissing van 6 juli 2004 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Herne waarbij hen de stedenbouwkundige vergunning is geweigerd voor de regularisatie van de omvorming van een ééngezinswoning naar een meergezinswoning op een perceel gelegen te Herne, Gainestraat, kadastraal bekend, sectie C, nr. 698a2; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen op 1 juni 2005; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partijen van 21 september 2005, waarbij zij vragen om te worden gehoord; X-12.246-1/3 Gelet op de beschikking van 7 april 2006, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 mei 2006 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. SILANCE die voor de verzoekende partijen verschijnt en van Advocaat T. DE KETELAERE die loco Advocaat M. van DIEVOET voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat van een afschrift van de memorie van antwoord met een brief van 31 mei 2005 van de griffie kennis is gegeven aan de verzoekende partijen; dat deze brief melding maakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen een memorie van wederantwoord hebben ingediend die niet bij ter post aangetekende brief werd verstuurd; Overwegende dat luidens artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij ter post aangetekende brief; dat het voorschrift ertoe strekt de processtukken een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat de verzoekende partijen hebben verzuimd dit voorschrift na te leven, ofschoon de griffie in voormelde brief van 31 mei 2005 er uitdrukkelijk hun aandacht op had gevestigd; Overwegende dat de vereiste van de ter post aangetekende zending niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven; dat een procedurestuk ook vaste datum kan verkrijgen, door het ter post aangetekend schrijven van de griffie waarin deze melding maakt van bedoeld procedurestuk; dat in casu de door de verzoekende partijen ingediende memorie van wederantwoord door de griffie bij gewone brief aan de verwerende partij werd meegedeeld om reden dat de kennisgeving van de memorie van wederantwoord geen termijnen opent; dat een kennisgeving bij gewone X-12.246-2/3 brief niet toelaat aan een niet ter post aangetekende zending alsnog vaste datum te verlenen; dat evenmin uit enig ander stuk blijkt dat de memorie van wederantwoord binnen de gestelde termijn van zestig dagen vaste datum heeft verkregen; Overwegende dat de memorie van wederantwoord geen vaste datum heeft verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voornoemd besluit van de Regent; dat er geen rekening mee kan worden gehouden; dat krachtens het artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt, dat het beroep niet ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.246-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.