← België

Arrest 159334 - - 30/05/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.334 Rolnummer: A. 111194/X-10584 Zaak: Arrest 159334 - - 30/05/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-27 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 20:30 Fiche Arrest nr 159.334 van 30 mei 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.334 van 30 mei 2006 in de zaak A.111.194 /X-10.

  1. In zake :
  2. Christiaan DERDE,
  3. de bvba FORTECH, die woonplaats kiezen bij Advocaat H. DERDE, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE-LEUVEN, Industrieweg 4, bus 1 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christiaan DERDE en de bvba FORTECH op 5 oktober 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 augustus 2001 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de gvc CHRISTIAAN DERDE de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor "het oprichten van een cluster van 3 windturbines van elk 1,65 MW" op drie percelen te Kruibeke, een eerste aan de Botermelkstraat, kadastraal bekend, sectie C, nrs. 1066a en 1064, een tweede aan de Wilgendam, kadastraal bekend, sectie A, nrs. 1203 en 1204 en een derde aan de Nieuwe Veldstraat, kadastraal bekend kadastraal bekend, sectie A, nr. 974b; Gelet op het arrest nr. 104.513 van 8 maart 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 3 april 2002; Gelet op het verzoek tot voortzetting van de tweede verzoekende partij; X-10.584-1/4 Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord van de tweede verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 mei 2006 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. DERDE die voor de verzoekende partij verschijnt en van Advocaat J. VAN LOMMEL die loco Advocaat P. LEFRANC voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de kennisgeving aan de eerste verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de eerste verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is X-10.584-2/4 afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de eerste verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen; dat dit door de verzoekende partij niet wordt betwist; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat de tweede verzoekende partij bij brief van haar raadsman van 28 februari 2005 afstand doet van het geding; BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt ten aanzien van de eerste verzoekende partij vastgesteld. De afstand van het geding wordt ten aanzien van de tweede verzoekende partij ingewilligd. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de tweede verzoekende partij. X-10.584-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-10.584-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.334 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.104.513 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.