id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.446 Rolnummer: A. 130661/XII-3725 Zaak: Arrest 159446 - - 01/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-09 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 20:38 Fiche Arrest nr 159.446 van 1 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.446 van 1 juni 2006 in de zaak A. 130.661/XII-
- In zake : Filip BOON, die woonplaats kiest bij advocaten J. Van Peteghem en K. Van Cauter, kantoor houdende te Sint-Niklaas, Parklaan 80 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Filip Boon op 17 december 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 12 november 2002 van de gouverneur van Oost-Vlaanderen waarbij zijn vergunningen tot het voorhanden hebben van vier verweervuurwapens definitief worden ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 10 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 7 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 maart 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3725-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Mertens, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché E. De Baene, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker vier vergunde verweervuurwapens bezit; dat de gouverneur van Oost-Vlaanderen de vergunningen tot het voorhanden hebben van de wapens op 12 november 2002 definitief intrekt op grond van de volgende motieven : “Overwegende dat de korpschef van de politie te Sint-Niklaas d.d. 28 augustus 2002 meldt dat mevrouw Ann Van Cauter, echtgenote van de heer Boon, op 14 augustus 2002 aangifte deed van opzettelijke slagen en verwondingen haar toegebracht door de heer Filip Boon; dat het echtpaar momenteel gescheiden leeft en dat zij verwikkeld zijn in een echtscheidingsprocedure die niet vlot verloopt; dat mevrouw Van Cauter tijdens haar verklaringen feiten verwoordde die een schorsing of een intrekking van de wapenvergunningen op naam van betrokkene moeten motiveren; dat tijdens het onderzoek bleek dat een aantal wapens van de heer Boon niet meer in originele staat zijn en ten gevolge hiervan in beslag werden genomen en vervolgens werden neergelegd ter griffie; dat de politie verzoekt de wapenvergunningen op naam van betrokkene in te trekken; Overwegende dat de Procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde in zijn brief d.d. 24 oktober l.l. meldt dat er echtelijke moeilijkheden zijn tussen betrokkene en zijn echtgenote Ann Van Cauter; dat er naar aanleiding hiervan een dossier werd aangelegd wegens opzettelijke slagen en verwondingen en mondelinge bedreigingen; dat volgens mevrouw Van Cauter de heer Boon haar naar zijn werkplaats zou gelokt hebben en daar naar haar zou gevuurd hebben; dat de politie bij de vaststellingen hiervan evenwel geen kogelinslag kon aantreffen; dat de heer Filip Boon en mevrouw Ann Van Cauter momenteel in een moeilijke echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn; dat de Procureur des Konings adviseert de vergunningen voor de wapens te schorsen of in te trekken; Overwegende dat betrokkene zich schuldig maakte aan het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen; dat dit agressief gedrag niet combineerbaar is met wapenbezit; dat hierdoor de openbare orde en veiligheid in gevaar kunnen worden gebracht; dat het dan ook gerechtvaardigd is de vergunningen voor de verweer- vuurwapens definitief in te trekken”; XII-3725-2/4 Overwegende dat verzoeker in een eerste middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, onder meer aanvoert dat de bestreden beslissing “een contradictoire motivering bevat nu men enerzijds stelt dat de aangehaalde feiten niet vaststaan doch anderzijds diezelfde feiten als bewezen en vaststaand aanvaardt zonder dat hiertoe enige grond bestaat”; Overwegende dat een tweede middel het aangevochten besluit strijdig noemt met artikel 6, § 1, derde lid, van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, doordat wordt “beslist tot definitieve intrekking van de wapenvergunningen omdat de openbare orde en veiligheid in het gedrang zouden kunnen worden gebracht zonder dat hiertoe enige bijkomende motivering of reden wordt opgegeven waarom tot een definitieve intrekking wordt beslist en niet tot een schorsing”; Overwegende dat de bestreden beslissing verzoekers vergunningen tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen definitief intrekt wegens gevaar voor de openbare orde en veiligheid; dat een dergelijke beslissing overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 en artikel 6, § 1, derde lid, van de wet van 3 januari 1933 formeel met redenen omkleed moet zijn; dat de formele motivering onder meer afdoende dient te verantwoorden waarom het gevaar voor de openbare orde specifiek tot een intrekking heeft geleid; dat immers de gouverneur, op grond van het artikel 6, § 1, derde lid, de keuzemogelijkheid bezit, en daartoe over een ruime appreciatievrijheid beschikt, om bij gevaar voor verstoring van de openbare orde de vergunningen tot het voorhanden hebben van de wapens in te trekken of alleen maar te schorsen; Overwegende dat de aangevochten beslissing uit een brief van de korpschef van de politie te Sint-Niklaas en een brief van de procureur des Konings te Dendermonde concludeert, zonder meer, dat verzoeker zich schuldig maakte aan het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen; dat in de brieven nochtans alleen wordt meegedeeld, eensdeels, dat verzoekers echtgenote aangifte ervan deed dat hij haar in zijn werkplaats beschoten zou hebben en, anderdeels, dat zulks niet geverifieerd kon worden aangezien de politie bij de vaststellingen geen kogelinslag kon aantreffen; dat de brieven dan ook niet de gevolgtrekking verantwoorden die de gouverneur er uit maakt; dat een en ander tegenstrijdig is en niet voor een afdoende formele motivering kan worden aangezien; XII-3725-3/4 Overwegende dat de formele motivering evenmin afdoende is in zoverre er niet kan worden uit opgemaakt waarom te dezen tot de definitieve intrekking is besloten, en niet slechts tot een voorlopige schorsing; dat dit inzonderheid klemt omdat de directe aanleiding tot de beslissing -een ruzie tussen echtgenoten die uit de echt aan het scheiden zijn- op het eerste gezicht wezenlijk van tijdelijke aard is; Overwegende dat vanwege de voormelde tekortkomingen, in het auditoraatsverslag wordt voorgesteld de bestreden beslissing te vernietigen; dat verwerende partij zich ter terechtzitting uitdrukkelijk daarbij aansluit; dat de middelen in de aangegeven mate gegrond zijn, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 12 november 2002 van de gouverneur van Oost-Vlaanderen waarbij de vergunningen van Filip Boon tot het voorhanden hebben van vier verweervuurwapens definitief worden ingetrokken. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3725-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.446 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.