id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.447 Rolnummer: A. 88423/XII-2362 Zaak: Arrest 159447 - - 01/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-13 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 20:38 Fiche Arrest nr 159.447 van 1 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.447 van 1 juni 2006 in de zaak A. 88.423/XII-
- In zake : Frédien MAES, wonende te Sint-Niklaas, Kardinaal Cardijnlaan 65 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frédien Maes op 13 december 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 oktober 1999 van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen waarbij zijn vergunning tot het voorhanden hebben van een pistool Browning FN wordt ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 februari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 maart 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van attaché E. De Baene, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-2362-1/4 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. De Wolf; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de gouverneur van de provincie Oost- Vlaanderen op 11 oktober 1999 beslist de vergunning van verzoeker tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen, pistool Browning FN, in te trekken op grond van de volgende motieven : “Gelet op de brief van de Procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde d.d. 4 juni 1999 met in bijlage een arrestuittreksel van het Hof van Beroep te Gent; Gelet op de brief van de hoofdcommissaris van politie te Sint-Niklaas d.d. 15 juni 1999 met in bijlage het arrestuittreksel van het Hof van Beroep te Gent; Overwegende dat uit de bijlage die de Procureur des Konings meestuurt met zijn brief blijkt dat betrokkene werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en een geldboete; dat hij zich schuldig maakte aan het aanschaffen en het uitgeven van vervalste bankbiljetten; dat het aangewezen is zijn wapen in te trekken; Overwegende dat de politie meldt dat het parket mededeelt dat betrokkene op 25 november 1998 werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf in het kader van valsmunterij; Overwegende dat betrokkene zich meermaals schuldig maakte aan valsmunterij en bijgevolg als onbetrouwbaar mag worden beschouwd; Overwegende dat belanghebbende voor deze feiten werd veroordeeld door het Hof van Beroep te Gent; Overwegende dat het onverantwoord is betrokkene een wapen te laten bezitten; Overwegende dat het dan ook gerechtvaardigd is de wapenvergunning in te trekken”; Overwegende dat verzoeker in een tweede middel onder meer aanvoert dat de bestreden beslissing steunt “op irrelevante en zelfs foutieve motieven, nl. dat ‘betrokkene zich meermaals schuldig heeft gemaakt aan valsmunterij en bijgevolg als onbetrouwbaar moet worden beschouwd’, terwijl nochtans : a) dit ‘meermaals schuldig’ foutief is vermeld in het arrestuittreksel, en in een verbeterd arrestuittreksel is aangegeven als ‘minstens éénmaal’”; Overwegende dat de bestreden beslissing verzoekers vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen intrekt omdat hij “zich meermaals schuldig maakte aan valsmunterij en bijgevolg als onbetrouwbaar mag worden beschouwd”; dat daarvoor wordt gesteund op een “arrestuittreksel van het XII-2362-2/4 Hof van Beroep te Gent”, waarvan de gouverneur een afschrift kreeg toegestuurd zowel met een brief van 4 juni 1999 van de procureur des Konings te Dendermonde als met een brief van 15 juni 1999 van de hoofdcommissaris van politie van Sint- Niklaas; dat blijkens het uittreksel verzoeker veroordeeld is “wegens: A. als dader meermaals, zonder schuldig te zijn aan deelneming, met zijn weten zich nagemaakte of vervalste bankbiljetten te hebben aangeschaft en ze te hebben uitgegeven of gepoogd te hebben ze uit te geven [en] C. als dader meermaals, zonder schuldig te zijn aan deelneming, met zijn weten zich nagemaakte of vervalste bankbiljetten te hebben aangeschaft en ze te hebben uitgegeven of gepoogd te hebben ze uit te geven”; Overwegende dat het betrokken uittreksel evenwel foutief is, getuige stukken 7 en 8 van verzoeker; dat de vermeldingen “meermaals”, moeten luiden: “minstens eenmaal”; dat in het auditoraatsverslag daarom wordt geconcludeerd dat de aangevochten beslissing berust op feitelijke gegevens die niet met de werkelijkheid overeenstemmen; dat die zienswijze wordt bijgevallen; dat overigens ter terechtzitting ook de verwerende partij zich expliciet bij het auditoraatsverslag aansluit; Overwegende dat het tweede middel in de besproken mate gegrond is; Overwegende dat ook het eerste middel gegrond is; dat verzoeker daarin doet gelden door de verwerende partij nooit opgeroepen of gehoord te zijn, niettegenstaande de bestreden beslissing de intrekking van een individueel verleend recht inhoudt; Overwegende dat verwerende partij tevergeefs hiertegen inbrengt, in de memorie van antwoord, dat de wet niet in de verplichting tot horen voorziet; dat terecht verzoeker in de memorie van wederantwoord opmerkt dat de hoorplicht voortvloeit uit de beginselen van behoorlijk bestuur; Overwegende dat, als gezegd, de bestreden beslissing de wapenvergunning van verzoeker intrekt omdat de betrokkene “zich meermaals schuldig maakte aan valsmunterij en bijgevolg als onbetrouwbaar mag worden beschouwd”; dat deze intrekking die gesteund is op gegevens over feiten met betrekking tot verzoeker, door aldus zijn situatie te wijzigen, geacht moet worden XII-2362-3/4 hem op een meer dan geringe wijze nadelig in zijn belangen te raken; dat een dergelijke beslissing in principe slechts kan worden genomen na de betrokkene in de gelegenheid te hebben gesteld zijn zienswijze aangaande de voorgenomen maatregel naar voren te brengen; dat verzoeker niet die gelegenheid heeft gekregen; dat de naleving van de hoorplicht verwerende partij behoed kon hebben voor de onwettigheid die verzoeker in het hierboven gegrond bevonden eerste middel heeft aangeklaagd, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 11 oktober 1999 van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen waarbij de vergunning van Frédien Maes tot het voorhanden hebben van een pistool Browning FN wordt ingetrokken. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2362-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.447 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.