← België

Arrest 159451 - - 01/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.451 Rolnummer: A. 170115/VII-35441 Zaak: Arrest 159451 - - 01/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 20:39 Fiche Arrest nr 159.451 van 1 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.451 van 1 juni 2006 in de zaak A. 170.115/VII-35.

  1. In zake : de v.z.w. DE BURCHT Kinderdagverblijf gevestigd te LONDERZEEL, Burcht 7 tegen : KIND & GEZIN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. DE BURCHT Kinderdagverblijf op 25 januari 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van KIND & GEZIN van 29 november 2005 waarbij beslist wordt dat zij niet in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur W. WEYMEERSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 27 april 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 18 mei 2006; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-35.441-1/3 Overwegende dat het verzoekschrift luidt als volgt : "Met dit schrijven willen wij beroep aantekenen tegen de beslissing van de Raad van Bestuur van Kind en Gezin. In uitvoering van art. 11 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13/12/2002 besliste de Raad van Bestuur van Kind en Gezin op 29 november 2005 dat onze Voorziening, met name Kinderdagverblijf De Burcht Londerzeel, niet in aanmerking komt voor een aanvullende éénmalige bijpassing voor het subsidiejaar
  2. Tot en met het kalenderjaar 1998 kon onze voorziening steeds rekenen op een correcte en volledige subsidiëring van de personeelskosten. De invoering van de enveloppenfinanciering vanaf 1999 mocht en zou in geen geval een subsidievermindering inhouden van de totale personeelskosten zoals die voor 1999 werden uitbetaald door Kind en Gezin. Maar sinds de invoering van de enveloppenfinanciering stelt onze voorziening echter ieder jaar een tekort aan subsidie vast, een situatie die telkens weer aanleiding gaf tot een aanvraag om aanvullende subsidies met steeds een gunstig gevolg tot
  3. Nu stellen wij tot onze verwondering vast dat onze aanvraag van 20 juni 2005 bij Kind en Gezin tot het bekomen van de laatste voorziene éénmalige bijpassing voor het subsidiejaar 2004 niet werd weerhouden. Na ons schrijven van 15 december 2005 aan Kind en Gezin met de vraag om een gedetailleerde berekening van de component 'personeelskost 2004' ontvingen wij via e-mail van Dhr. Wim Claeys, dossierbeheerder bij Kind en Gezin, de gevraagde informatie. Na inzage in deze berekening kunnen wij niet akkoord gaan met de door Kind en Gezin weerhouden component 'personeelskost 2004' : - ten eerste wordt de personeelskost voor de logistieke functie niet weerhouden bij de berekening éénmalige bijpassing door Kind en Gezin (deze betoelaging maakt echter sinds 2003 deel uit van de gesubsidieerde personeelskost). In de i berekening maakt dit een bedrag uit van 8.525,
  4. - ten tweede vinden wij dat de verplichte wettelijke uitbetalingen van de verplaatsingen (woon-werkverkeer) deel uitmaken van de wedde en aldus in aanmerking dienen te komen voor betoelaging. In de berekening beloopt dit een i bedrag van 1.848.
  5. Meer zelfs, wij zijn de mening toegedaan dat de door ons verplichte wettelijke uitbetalingen van de wetsverzekering tegen arbeidsongevallen deel uitmaken van de sociale lasten en in aanmerking zouden moeten komen voor subsidiëring"; Overwegende dat artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State bepaalt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een uiteenzetting van feiten en middelen dient te bevatten; dat een verzoekschrift dat geen middelen bevat, niet ontvankelijk is; dat onder "middel" moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing wordt geschonden; Overwegende dat de verzoekende partij, geconfronteerd met een auditoraatsverslag waarin tot het kennelijk ontbreken van een middel wordt besloten, VII-35.441-2/3 niet ter terechtzitting is verschenen; dat dient te worden vastgesteld dat het verzoekschrift klaarblijkelijk geen middel bevat; dat het beroep om die reden kennelijk niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juni tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS. griffier De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-35.441-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.451 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.