← België

Arrest 159453 - - 01/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.453 Rolnummer: A. 169090/VII-35188 Zaak: Arrest 159453 - - 01/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 20:40 Fiche Arrest nr 159.453 van 1 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.453 van 1 juni 2006 in de zaak A. 169.090/VII-35.188 In zake : de n.v. GLENNROCK BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat K. ROOX, kantoor houdende te BRUSSEL, Koningsstraat 71 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. GLENNROCK BELGIUM op 30 december 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van "de beslissing d.d. 3 november 2005 van de Belgische Staat, Dienst Voedingsmiddelen, Dierenvoeders en Andere Consumptieproducten van het FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, houdende de weigering tot het toekennen van een notificatienummer in toepassing van het koninklijk besluit van 29 augustus 1997 betreffende de fabricage van en de handel in voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten, B.S., 21 november 1997"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-35.188-1/4 Gelet op de beschikking van 2 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 mei 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. DHONT die, loco advocaat K. ROOX verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. WILS die, loco advocaat J.-F. DE BOCK verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift poogt aan te tonen dat de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in haren hoofde creëert, gezien deze beslissing een “feitelijke blokkering van haar dossier” teweegbrengt waardoor het product in kwestie niet op de markt kan worden gebracht, en waardoor haar activiteiten op de Belgische en de Europese markt ernstig en blijvend verstoord dreigen te worden ; Overwegende dat het product in kwestie “Erdic Premium” is, een middel op basis van onder meer hop, dat beoogt borsten “op natuurlijke manier” te “verfraaien” ; dat de bestreden beslissing inhoudt dat de verzoekende partij voor dat product geen notificatienummer met het oog op de fabricage en verkoop verkrijgt van de F.O.D. Veiligheid van de voedselketen en leefmilieu, directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding ; VII-35.188-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift en ter terechtzitting niet betwist dat haar voortbestaan door de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing geenszins in het gedrang komt ; dat de verwerende partij terecht opmerkt dat de verzoekende partij geen concrete gegevens met betrekking tot haar algemene financiële toestand, noch omtrent het geheel van haar economische activiteiten verstrekt ; dat de verzoekende partij aldus niet aantoont dat haar activiteiten door de bestreden beslissing zodanig verstoord worden dat van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan worden gewaagd, en dat het nadeel dat de bestreden beslissing voor haar teweeg zou brengen meer inhoudt dan een mogelijke winstderving ten gevolge van het niet op de markt kunnen brengen van een nieuw product, ook al zou aangenomen worden dat zij een concurrentieel nadeel zou oplopen ten opzichte van andere producenten die soortgelijke producten zouden aanbieden ; dat de verzoekende partij ter zake trouwens ook niet het argument van de verwerende partij weerlegt dat het concurrerend product waarnaar zij verwijst, met name “MenoHop”, niet gericht is op het “verfraaien” van de borsten, maar op het bestrijden van de kwalen verbonden met de menopauze ; dat met de verwerende partij moet worden aangenomen dat het aangevoerde nadeel een niet moeilijk te herstellen financieel nadeel uitmaakt ; Overwegende dat het argument van de verzoekende partij dat het niet opgaat dat zij de gevolgen van een beslissing zou moeten ondergaan “in afwachting van een vernietigingsarrest dat onvermijdelijk lijkt te zijn” en dat de bestreden beslissing “door kennelijke onwettigheid is aangetast” niet kan worden aangenomen ; dat het risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel immers een afzonderlijke constitutieve schorsingsvoorwaarde is, die in principe vreemd is aan de gebeurlijke ernst van een middel; dat bovendien de beweerde “kennelijke onwettig- heid” van de bestreden beslissing in de huidige stand van het geding geenszins blijkt ; Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat de tweede schorsingsvoorwaarde niet is vervuld, VII-35.188-3/4 BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juni tweeduizend en zes, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-35.188-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.453 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.137 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.