← België

Arrest 159614 - - 06/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.614 Rolnummer: A. 173116/IX-5316 Zaak: Arrest 159614 - - 06/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-12 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 20:56 Fiche Arrest nr 159.614 van 6 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.614 van 6 juni 2006 in de zaak A. 173.116/IX-

  1. In zake :
  2. Fernande DE BECKER,
  3. Katrien COLENBIE,
  4. de VZW BOREAS, die woonplaats kiezen bij advocaat I. LARMUSEAU, kantoor houdende te GENT, Kasteellaan 141 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit, die woonplaats kiest bij advocaten J. BOUCKAERT en T. GEVERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
  5. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Fernande DE BECKER, Katrien COLENBIE en de VZW BOREAS op 18 mei 2006 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “het (‘hoofd*) besluit van onbekende datum van de Minister van Mobiliteit om de luchthaven op zaterdag open te houden via (voor de Raad van State onaanvechtbare) wekelijkse ‘deelbesluiten*/noodinstructies* (bestreden besluit waarvan de inhoud kan worden afgeleid uit onder meer een reactie in de pers van de Minister van Mobiliteit (...) op het arrest van 10 mei 2006 van de Raad van State, naar analogie met de door de Minister van Mobiliteit reeds gehanteerde noodinstructie-besluitvormings-techniek aansluitend op (en met algehele miskenning van) het arrest van 14 juli 2005 van de Raad van State (...)”, onder verbeurte van een dwangsom “van 50.000 per dag dat i op enigerlei wijze wordt ingegaan tegen het gezag van gewijsde van het tussen te komen arrest; Gelet op de beschikking van 22 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 mei 2006, om 14.00 uur; IX-5316-1/5 Gezien de nota van de verwerende partij; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. LARMUSEAU, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaten J. BOUCKAERT en T. GEVERS, die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de auditeur-generaal; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota en ter zitting met klem betwist dat wat de verzoekende partijen als voorwerp van hun vordering aanduiden, met name “een (‘hoofd*)besluit van onbekende datum van de Minister van Mobiliteit om de luchthaven op zaterdag open te houden via (voor de Raad van State onaanvechtbare) wekelijkse ‘deelbesluiten’/‘noodinstructies’”, bestaat en ooit heeft bestaan; dat dergelijk verweer derhalve noopt tot een onderzoek naar het voorwerp van de vordering zoals door de verzoekende partijen geformuleerd; Overwegende dat de Raad van State begrijpt dat de verzoekende partijen de mening toegedaan zijn dat de Minister van Mobiliteit na ‘s Raads arrest nr. 158.606 van 10 mei 2006 een beslissing zou genomen hebben om op zaterdag, met miskenning van het arrest nr. 147.660 van 14 juli 2005, het baangebruik te regelen; dat zij die beslissing bestempelen als een “hoofdbesluit” waarna op grond van dat besluit “deelbesluiten/noodinstructies” zouden zijn genomen en dat, steeds volgens de verzoekende partijen, het “om niet afzonderlijk voor de Raad van State aanvechtbare ‘noodinstructies’ voor één dag” gaat; dat zij zich hierbij vooreerst steunen op een brief van de raadsman van de verwerende partij aan hun raadsman van 28 oktober 2005 waarin “het baangebruik op zaterdag na arrest van de Raad van State van 14 juli 2005” wordt opgegeven; dat de verzoekende partijen vervolgens steunen op een verklaring van de Minister van Mobiliteit voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers die er zou gezegd hebben “de nodige schikkingen te nemen IX-5316-2/5 om Zaventem op zaterdag open te houden, zoals hij al lange tijd week na week gedaan heeft”; dat op grond van beide elementen zij afleiden dat de verwerende partij een “hoofdbesluit” heeft genomen dat het arrest van 14 juli 2005 miskent; Overwegende dat een “hoofdbesluit” dat de bedoeling heeft om “deelbesluiten“ te genereren een besluit is dat in een meer algemene zin is geformu- leerd zodat de “deelbesluiten” daarop een identiek en repetitief karakter vertonen; dat voornoemde brief van 28 oktober 2005 met betrekking tot het baangebruik als volgt luidt : “• zaterdagen 16 juli 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 28 februari 2004 (‘even week*); • zaterdag 23 juli 2005: beslissing van Belgocontrol om baan 25R preferentieel te gebruiken op grond van de instructie vóór het spreidings- plan van 28 februari 2004, • zaterdag 30 juli 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 28 februari 2004 (‘even week*); • zaterdagen 6, 13 en 20 augustus 2005: preferentieel gebruik van baan 25R wegens sluiting van baan 02/20 omwille van werken; • zaterdag 27 augustus 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 28 februari 2004 (‘even week*), met occasioneel gebruik van banen 07R en 07L wegens windomstandigheden van 12u55 tot 20u09 en van 21u59 tot 23u; • zaterdag 3 september 2005: beslissing van Belgocontrol om baan 25R preferentieel te gebruiken op grond van de instructie vóór het spreidings- plan van 28 februari 2004, met occasioneel gebruik van banen 07R en 07L wegens windomstandigheden van 12u55 tot 20u09; • zaterdag 10 september 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 28 februari 2004 (‘even week’), met occasioneel gebruik van baan 20 wegens een wielerwedstrijd van 13u50 tot 14u28; • zaterdag 17 september
  6. preferentieel gebruik van baan 25R van 6u tot 14u en van baan 20 van 14u tot 23u op grond van de instructie van 7 september 2005, doch occasioneel gebruik van baan 25R van 14u tot 21u15 wegens kalibratie van baan 02 en occasioneel gebruik van baan 07R en 07L wegens windomstandigheden van 21u15 tot 22u59; • zaterdag 24 september 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 28 februari 2004 (‘even week*), met occasioneel gebruik van baan 20 wegens sluiting van baan 25R van 13u tot 23u; • zaterdag 1 oktober 2005 : preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 30 september 2005; • zaterdag 8 oktober 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 28 februari 2004 (‘even week*); • zaterdag 15 oktober 2005: preferentieel gebruik van baan 25R op grond van de instructie van 14 oktober 2005”; dat de Raad van State in die opsomming vergeefs zoekt naar een “deelbesluit” genomen op grond van een “hoofdbesluit” dat voorafgaat aan een uitvoering; dat hierbij bovendien ook het verwachte identieke en repetitieve karakter van IX-5316-3/5 “deelbesluiten” niet wordt waargenomen; dat immers uit die brief alleen het effectief baangebruik blijkt en dat dit effectief baangebruik veeleer de resultante is van allerlei factoren die op het eerste gezicht niet te relateren zijn aan een zogenaamd “hoofdbesluit”; dat zulks ook lijkt te worden bevestigd door de afwezigheid van een prompte en aan huidige vordering gelijkaardige reactie vanwege de verzoekende partijen op de inhoud van de brief van 28 oktober 2005, zodat ook zij destijds het bestaan van een “hoofdbesluit” niet lijken te hebben waargenomen; dat de enige beslissing die de verwerende partij blijkbaar heeft genomen na het arrest van 10 mei 2006, de beslissing is “om Zaventem op zaterdag open te houden” en dat die beslissing niet het voorwerp lijkt van de vordering van verzoekers; Overwegende dat de verzoekend partijen aldus in de huidige stand van het geding er niet toe komen om op een afdoende wijze het bestaan van een beslissing, zoals zij formuleren en omschrijven, aan te tonen; dat de vordering bijgevolg als niet ontvankelijk moet worden verworpen; dat de vordering tot het horen opleggen van een dwangsom als accessorium eveneens dient te worden verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. IX-5316-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes juni 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN IX-5316-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.614 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.