id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.787 Rolnummer: A. 83898/VII-18337 Zaak: Arrest 159787 - - 08/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 21:20 Fiche Arrest nr 159.787 van 8 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.787 van 8 juni 2006 in de zaak A. 83.898/VII-18.
- In zake :
- Jan BROUW,
- Walter HAVERHALS, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partijen :
- Jeroen VAN DEN NIEUWENHUYZEN,
- de v.z.w. B.R.C., die woonplaats kiezen bij Advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Generaal Lemanstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan BROUW en Walter HAVER- HALS op 3 mei 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 11 maart 1999 waarbij de beroepen, ingediend door de v.z.w. B.R.C. en door diverse buurtbewoners tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brasschaat van 13 oktober 1998 houdende het verlenen van de gedeeltelijke vergunning aan de v.z.w. B.R.C.-VAN DEN NIEUWENHUYZEN tot het verder exploiteren en veranderen van een manege te Brasschaat, Donksesteenweg 162-164, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het beroepen besluit deels wordt gewijzigd en deels wordt bevestigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 9 november 1999; Gelet op de beschikking van 29 november 1999 die de tussen- komst van Jeroen VAN DEN NIEUWENHUYZEN en de v.z.w. B.R.C. toelaat; VII-18.337-1/3 Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 15 februari 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 2 maart 2006; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MALLIEN, die verschijnt voor de verzoekers; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tussenkomende partijen, begunstigden van de kwestieuze vergunning voor het verder exploiteren van een manege, op 7 juli 2004 aan de Raad van State hebben meegedeeld wat volgt : "(...) houd ik eraan u te melden dat de gevraagde nietigverklaring van het besluit van 11 maart 1999 van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen volstrekt zonder voorwerp is. Mijn cliënten hebben immers tot stopzetting van alle activiteiten besloten. De manegegebouwen werden volledig afgebroken. Verzoekers zullen u kunnen bevestigen dat er geen manegeactiviteiten meer zijn. Kopie van huidig schrijven maak ik over aan mr. MALLIEN, raadsman van verzoekers. (...)"; dat uit de gegevens van het dossier inderdaad blijkt dat het manegegebouw werd gesloopt; VII-18.337-2/3 Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt gesteld dat uit de voormelde brief van de tussenkomende partijen, waarin zij zeggen alle activiteiten te hebben stopgezet, blijkt dat de exploitant heeft verzaakt aan de basisvergunning en de uitbreiding ervan, zodat deze vergunning moet geacht worden niet langer te bestaan; dat verzoekers zich tegen deze vaststelling niet hebben verzet, zodat er kan worden van uitgegaan dat de vordering doelloos is geworden; dat het gepast voorkomt dat de kosten van het beroep ten laste van het Vlaamse Gewest worden gelegd, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juni tweeduizend en zes, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, A. WIJNANTS. griffier De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-18.337-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.787 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.