id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.800 Rolnummer: A. 76337/XII-708 Zaak: Arrest 159800 - - 08/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 21:25 Fiche Arrest nr 159.800 van 8 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.800 van 8 juni 2006 in de zaak A. 76.337/XII-
- In zake : Jozef STROUWEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. Lemache, kantoor houdende te Sint-Truiden, Tongersesteenweg 60 tegen : de BURGEMEESTER VAN DE STAD SINT-TRUIDEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jozef Strouwen op 12 november 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het “Besluit van de burgemeester van de stad St-Truiden [...] dd. 28/8/97 en evaluatie van verzoeker dd. 29/7/97”; Gezien de toelichtende memorie van verzoeker; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 23 januari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 januari 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Quadflieg, die loco advocaat C. Lemache verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; XII-708-1/5 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Jozef Strouwen is agent-hoofdbrigadier bij de stad Sint-Truiden. Op 29 juli 1997 wordt hem de evaluatie “ongunstig” toegekend, beoordeling waartegen hij op 7 augustus 1997 beroep aantekent. Op 26 augustus 1997 wordt Jozef Strouwen, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord door de burgemeester. Door de raadsman wordt een memorie neergelegd waarin kritiek wordt geuit op de gevolgde procedure alsook op de inhoud van de evaluatie. Op 5 september 1997 beslist de burgemeester om de ongunstige evaluatie te behouden, beslissing die als volgt wordt gemotiveerd : “Gelet op het evaluatieverslag van Jozef Strouwen, politieagent, getekend voor kennisname op 29 juli 1997; Overwegende dat uit het evaluatieverslag blijkt dat betrokkene ‘ongunstig’ werd beoordeeld; Gelet op het schrijven dd. 7 augustus 1997, waarbij Jozef Strouwen beroep aantekent tegen zijn evaluatie; Overwegende dat betrokkene op 26 augustus 1997 werd uitgenodigd om gehoord te worden door de Burgemeester; Overwegende dat betrokkene zich heeft laten bijstaan door raadsman C. Lemache; Gelet op de uiteenzetting van de besluiten door de Raadsman; Gelet op het verslag van het onderhoud; Overwegende dat de Burgemeester van oordeel is dat de evaluatie op een correcte manier is gebeurd; Overwegende dat de Burgemeester om deze reden voorstelt om de ‘ongunstige evaluatie’ te behouden”. De voormelde beslissing wordt op 18 september 1997 aan Jozef Strouwen bezorgd; XII-708-2/5 Het voorwerp van het beroep Overwegende dat uit de bewoordingen van het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zowel de nietigverklaring vordert van het besluit van 5 september 1997 van de burgemeester -door verzoeker verkeerdelijk 28 augustus 1997 gedateerd- als van de evaluatie van 29 juli 1997; dat de burgemeester krachtens de artikelen 20, 23 en 24 van de in het evaluatiereglement omschreven beroepsprocedure verplicht is zich over het door verzoeker ingestelde beroep uit te spreken middels een gemotiveerde beslissing; dat aldus de in beroep genomen beslissing van 5 september 1997 van de burgemeester de eindbeslissing is die in de plaats komt van de in eerste aanleg genomen beslissing en enig voorwerp van het beroep is; De grond van de zaak Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat hij doet gelden dat hij zijn grieven tegen het evaluatieverslag met een uitvoerig gemotiveerde memorie van 26 augustus 1997 meedeelde aan verwerende partij, dat verwerende partij niet heeft geantwoord op de door hem in de memorie ingeroepen middelen en niettemin besloot dat zij “van oordeel is dat de evaluatie op een correcte manier is gebeurd”, dat de motieven van de bestreden beslissing niet uitdrukkelijk, minstens niet afdoende zijn; dat verzoeker voorts stelt dat hij er recht op heeft op de hoogte te worden gebracht van de redenen die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen teneinde de regelmatigheid en de gegrondheid van deze beslissing te kunnen beoordelen en zijn houding te kunnen bepalen, dat verwerende partij niet motiveert waarom geen gevolg werd gegeven aan zijn verzoek een onderzoekscommissie aan te stellen, dat de loutere verwijzing naar de “besluiten en uiteenzetting” geen afdoende motivering is; Overwegende dat de motivering in de bestreden beslissing teneinde te voldoen aan de artikelen 2 en 3 van de voormelde wet van 29 juli 1991, de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en zulks op afdoende wijze; dat die motivering een belanghebbende in staat dient te stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de beslissing op het stuk van de motieven te verweren met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt; XII-708-3/5 Overwegende dat de bestreden beslissing een weergave van de procedure bevat en verwijst naar het evaluatieverslag en de “uiteenzetting van de besluiten” door verzoekers raadsman; dat de bestreden beslissing daarnaast verwijst naar het “verslag van het onderhoud”; dat, in verband met dit verslag, dergelijke motivering bij verwijzing enkel voldoet aan de voormelde wet van 29 juli 1991 indien het stuk waarnaar wordt verwezen samen met de beslissing aan de betrokkene ter kennis wordt gebracht; dat te dezen nergens blijkt dat het verslag van het onderhoud aan verzoeker werd meegedeeld; dat daar tegenover staat dat verzoeker tijdens zijn verhoor omstandige besluiten heeft neergelegd waarin hij zijn evaluatie in vraag stelt, doet gelden dat de beoordelaar een project van verzoeker niet wilde vermelden en beoordelen, dat de beoordelaar niet de directe overste was, dat verzoeker zich slachtoffer weet van zijn woordvoerderschap bij een syndicale actie, en ten slotte heeft verzocht “een onafhankelijke adviescommissie [aan te stellen] ter onderzoek van de evaluatieprocedure”; Overwegende dat, zelfs indien moet worden aangenomen dat de formele motiveringsverplichting de burgemeester niet oplegt te antwoorden op elk argument dat verzoeker in zijn beroepschrift of tijdens de hoorzitting doet gelden, uit de beslissing toch moet blijken -wil een beroepsprocedure niet vervallen in een zinledig formalisme- dat die argumentatie daadwerkelijk in de besluitvorming betrokken is geworden; dat zulks in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak in de motivering van de bestreden beslissing te dezen niet blijkt; dat die motivering daarentegen nietszeggend en vaag is; dat verwerende partij aldus tekort is gekomen aan haar wettelijke verplichting tot het verstrekken van een afdoende motivering; dat het middel in de besproken mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 5 september 1997 van de burgemeester van Sint-Truiden waarbij de ongunstige evaluatie van Jozef Strouwen wordt behouden. Artikel
- XII-708-4/5 De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verwerende partij. Het door verzoeker teveel gekweten zegelrecht van 12,39 euro dient hem te worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-708-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.800 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.