← België

Arrest 159801 - - 08/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.801 Rolnummer: A. 76078/XII-607 Zaak: Arrest 159801 - - 08/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-16 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 21:25 Fiche Arrest nr 159.801 van 8 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.801 van 8 juni 2006 in de zaak A. 76.078/XII-

  1. In zake : Paul PIRARD, die woonplaats kiest bij advocaat C. Lemache, kantoor houdende te Sint-Truiden, Tongersesteenweg 60 tegen : de BURGEMEESTER VAN DE STAD SINT-TRUIDEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul Pirard op 20 oktober 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Burgemeester van de stad St-Truiden dd. 28/8/97” en van “de negatieve beoordeling dd. 26/7/97”; Gezien de toelichtende memorie van verzoeker; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 23 januari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 januari 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 januari 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Quadflieg, die loco advocaat C. Lemache verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; XII-607-1/5 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : Paul Pirard is politie-inspecteur bij de stad Sint-Truiden. Op 26 juli 1997 wordt hij door zijn korpsoverste opgeroepen voor een evaluatie. Op 29 juli 1997 wordt hij opnieuw opgeroepen voor een evaluatie. Ditmaal gebeurt de evaluatie in aanwezigheid van de korpsoverste en van zijn rechtstreekse chef. Uit twee inhoudelijk identieke, telkens 26 juli 1997 gedateerde evaluatieverslagen, blijkt dat aan Paul Pirard de beoordeling “ongunstig” wordt toegekend. De raadsman van Paul Pirard tekent met een brief van 30 juli 1997 namens zijn cliënt bij de burgemeester beroep aan tegen die ongunstige evaluatie. Er worden een aantal precieze opmerkingen gemaakt omtrent de gevolgde procedure en de inhoud van de evaluatie. Op 26 augustus 1997 wordt Paul Pirard, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord door de burgemeester. De burgemeester beslist op 28 augustus 1997 om de ongunstige evaluatie van Paul Pirard te behouden. Die beslissing wordt als volgt gemotiveerd : “Gelet op het evaluatieverslag van Paul Pirard, inspecteur van politie, getekend voor kennisname op 26 juli 1997; Overwegende dat uit het evaluatieverslag blijkt dat betrokkene ‘ongunstig’ werd beoordeeld; Gelet op het schrijven dd. 30 juli 1997, ontvangen op 1 augustus 1997, waarbij Paul Pirard beroep aantekent tegen zijn evaluatie; Overwegende dat betrokkene op 26 augustus 1997 werd uitgenodigd om gehoord te worden door de Burgemeester; Overwegende dat betrokkene zich heeft laten bijstaan door raadsman C. Lemache; Gelet op de uiteenzetting van de besluiten door de raadsman; Overwegende dat na verhoor van betrokkene (zie verslag in bijlage), ik besluit om de negatieve evaluatie te behouden, niettegenstaande de eerder onduidelijke omstandigheden van de twee evaluatierondes”. XII-607-2/5 Het voorwerp van het beroep Overwegende dat uit de bewoordingen van het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zowel de nietigverklaring vordert van het besluit van 28 augustus 1997 van de burgemeester als van de evaluatie van 26 juli 1997; dat de burgemeester krachtens de artikelen 20, 23 en 24 van de in het evaluatiereglement omschreven beroepsprocedure verplicht is zich over het door verzoeker ingestelde beroep uit te spreken middels een gemotiveerde beslissing; dat aldus de in beroep genomen beslissing van 28 augustus 1997 van de burgemeester een eindbeslissing is die in de plaats komt van de in eerste aanleg genomen beslissing en enig voorwerp van het beroep is; De grond van de zaak Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat hij doet gelden dat hij zijn grieven tegen de evaluatiebeslissingen met een uitvoerig gemotiveerd verzoekschrift van 30 juli 1997 meedeelde aan verwerende partij, dat verwerende partij hierop enkel heeft gereageerd met de overweging “dat na het verhoor van betrokkene [...], ik besluit om de negatieve evaluatie te behouden, niettegenstaande de eerder onduidelijke omstandigheden van de twee evaluatierondes”, dat er derhalve een manifeste tegenstrijdigheid bestaat tussen de motieven en het dictum, dat de motieven van de bestreden beslissing niet uitdrukkelijk, minstens niet afdoende zijn; dat verzoeker voorts stelt dat hij er recht op heeft op de hoogte te worden gebracht van de redenen die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen teneinde de regelmatigheid en de gegrondheid van deze beslissing te kunnen beoordelen en zijn houding te kunnen bepalen, dat verwerende partij, ook al stelde zij vast dat de evaluatierondes onduidelijk verliepen, niet motiveert waarom geen gevolg werd gegeven aan zijn verzoek een onderzoekscommissie aan te stellen; Overwegende dat de motivering in de bestreden beslissing, teneinde te voldoen aan de artikelen 2 en 3 van de voormelde wet van 29 juli 1991, de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en zulks op afdoende wijze; dat die motivering een belanghebbende in staat dient te stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de beslissing XII-607-3/5 op het stuk van de motieven te verweren met de middelen die het recht hem ter beschikking stelt; Overwegende dat de bestreden beslissing een weergave van de procedure bevat en verwijst naar het evaluatieverslag en de “uiteenzetting van de besluiten” door verzoekers raadsman, waarna “na verhoor van betrokkene” wordt besloten “om de negatieve evaluatie te behouden, niettegenstaande de eerder onduidelijke omstandigheden van de twee evaluatierondes”; dat daartegenover staat dat verzoeker een omstandig gemotiveerd beroepschrift heeft neergelegd waarin hij zijn evaluatie in vraag stelt en verzoekt “een adviescommissie aan te duiden voor onderzoek van de evaluatieprocedure”; Overwegende dat, zelfs indien moet worden aangenomen dat de formele motiveringsverplichting de burgemeester niet oplegt te antwoorden op elk argument dat verzoeker in zijn beroepschrift of tijdens de hoorzitting deed gelden, uit de betrokken beslissing toch moet blijken -wil de beroepsprocedure niet vervallen in een zinledig formalisme- dat die argumentatie daadwerkelijk in de besluitvorming is betrokken; dat een dergelijke afweging te dezen echter uit de motivering van die beslissing niet blijkt; dat deze afweging des te meer noodzakelijk was, nu in de bestreden beslissing uitdrukkelijk wordt gesteld dat verzoekers evaluatie in “eerder onduidelijke omstandigheden” plaatsvond en niettemin zonder nadere redengeving tot het behoud van de negatieve evaluatie concludeert; dat aldus verwerende partij tekort is gekomen aan haar wettelijke verplichting tot het verstrekken van een afdoende motivering; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  2. Vernietigd wordt de beslissing van 28 augustus 1997 van de burgemeester van Sint-Truiden waarbij de ongunstige evaluatie van Paul Pirard wordt behouden. XII-607-4/5 Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-607-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.801 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.