← België

Arrest 159803 - - 08/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.803 Rolnummer: Zaak: Arrest 159803 - - 08/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-15 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 21:26 Fiche Arrest nr 159.803 van 8 juni 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.803 van 8 juni 2006 in de zaken A. 65.282/XII-2516 66.051/XII-

  1. In zake : I + II het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Centrale Raad tegen : I + II de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij Advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs -thans het Gemeenschapsonderwijs- op 25 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het “vooralsnog niet gepubliceerde Besluit dd. 29.03.1995 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de lijst van onroerende goederen die door de Vlaamse Gemeenschap worden toegewezen aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie, in zoverre welbepaalde in bijlage 1 van dit Besluit vermelde onroerende goederen van de Vlaamse Gemeenschap overgedragen worden aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie, te weten :
  3. Rijksmuziekacademie Kapittelstraat 7-13 Anderlecht
  4. Muziekacademie Dorpsstraat 30-32 Anderlecht
  5. Rijksmuziekacademie Oudergemselaan90 Etterbeek XII-2516-1\9
  6. Kunsthumaniora Internaat Kloktorenstraat 22-24 Etterbeek Rijksmuziekacademie Oudergemselaan124-130 Etterbeek Rijksmuziekacademie Hoornstraat 97 Etterbeek
  7. Taalrijksbasisschool Vogelzanglaan 44 St. Pieters-Woluwe
  8. Taalrijksbasisschool Orbanlaan 54-56 St. Pieters-Woluwe
  9. Rijksmuziekacademie Wijkschool Delleur 39-41 Watermaal-Bosvoorde die in bedoeld Besluit als volgt worden betiteld :
  10. Gemeenschapscentrum Kapittelstraat 7-13 Anderlecht
  11. Wijkcentrum Dorpsstraat 30-32 Anderlecht
  12. Gemeenschapscentrum Oudergemselaan 90 Etterbeek
  13. Gemeenschapscentrum Hoornstraat 97 Kloktorenstraat 22-24 Oudergemselaan 124-130 Etterbeek
  14. Wijkcentrum Vogelzanglaan 44 St. Pieters-Woluwe XII-2516-2\9
  15. Gemeenschapscentrum en Bibliotheek Orbanlaan 54-56 St. Pieters-Woluwe
  16. Gemeenschapscentrum Delleurlaan 39-43 Watermaal-Bosvoorde (A. 65.282)”; Gezien het verzoekschrift dat de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs op 23 oktober 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van hetzelfde besluit, ondertussen op 25 augustus 1995 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (A. 66.051); Gelet op het arrest nr. 58.034 van 7 februari 1996 waarin de vorderingen tot schorsing in de zaken nrs. A.65.282 en A.66.051 worden gevoegd en verworpen; Gelet op de beschikking van 10 januari 1997 waarbij de zaken nrs. A.65.282 en A.66.051 worden gevoegd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur H. Verhulst; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 september 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 oktober 2005, datum waarop de behandeling werd uitgesteld naar 24 januari 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; XII-2516-3\9 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  17. De context. Overwegende dat de context van de zaak als volgt kan worden geschetst : Het bestreden besluit vindt zijn rechtsgrond in het decreet van 1 juni 1994 tot regeling van de overdracht van roerende en onroerende goederen van de Vlaamse Gemeenschap aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie waarvan de artikelen 2 en 3 luiden als volgt : Art. 2, §
  18. De aan de Vlaamse Gemeenschap toebehorende onroerende goederen die gelegen zijn in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en die gebruikt of bestemd worden als lokaal cultureel ontmoetingscentrum, met inbegrip van de roerende goederen die noodzakelijk zijn voor het gebruik ervan, worden door de Vlaamse regering in volle eigendom overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie, hierna VGC te noemen. [...] Art.
  19. De in artikel 2 van dit decreet bedoelde goederen moeten uiterlijk 31 december 1995 zijn overgedragen.”. Met het bestreden besluit worden onder verwijzing naar het aangehaalde artikel 2, § 1, de in het decreet bedoelde goederen in een als bijlage bij het besluit gevoegde lijst opgenomen en “overgedragen” aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
  20. De ontvankelijkheid wat de termijn betreft. 2.
  21. Overwegende dat de verwerende partij in haar memories van antwoord in een exceptie betoogt dat de beroepen niet ontvankelijk want laattijdig zijn; dat zij doet gelden dat uiterlijk op 23 juni 1995 aan verzoeker kennis was gegeven van het besluit en de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad van 25 augustus 1995 geen verplichting was zodat de kennis die verzoeker van het besluit had, de termijn van zestig dagen deed ingaan en dienvolgens de verzoekschriften die op 25 augustus 1995 en 23 oktober 1995 ter post zijn aangetekend, buiten die termijn aan de Raad van State zijn gezonden; XII-2516-4\9 2.
  22. Overwegende dat de verwerende partij het bestreden besluit heeft bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 25 augustus 1995; dat, ingeval het besluit krachtens artikel 84 van de bijzondere wet van 8 augustus 1988 tot hervorming der instellingen diende te worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad er geen ontvankelijkheidsprobleem rijst op het gebied van de termijn; dat in het andere geval wordt vastgesteld dat de verwerende partij de beweerde kennisgeving op 23 juni 1995 niet bewijst; dat de exceptie hoe dan ook moet worden verworpen;
  23. De middelen. Overwegende dat in beide beroepen omzeggens identieke annulatiemiddelen worden aangevoerd; 3.
  24. Overwegende dat verzoeker in het eerste middel de schending aanvoert “van artikel 57, § 1, van de Bijzondere Wet van 16.01.1989 juncto artikel 1 van het K.B. van 07.06.1991 tot vaststelling van de lijst van overgedragen goederen die uitsluitend voor het Nederlandstalig onderwijs worden aangewend, van de Staat naar de Vlaamse Gemeenschap”; dat verzoeker stelt dat ingevolge de geschonden genoemde bepalingen de in het bestreden besluit vermelde onroerende goederen die hij in zijn beroep viseert, door de Vlaamse Gemeenschap niet aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie mochten worden toegewezen; Overwegende dat luidens het in het middel ingeroepen artikel 57, § 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, hierna te noemen de financieringswet, de staatsgoederen die uitsluitend voor het Nederlandstalig of voor het Franstalig onderwijs worden aangewend, overgedragen worden respectievelijk aan de Vlaamse Gemeenschap of aan de Franse Gemeenschap; dat luidens het eerste lid van § 4 van hetzelfde artikel 57 die overdrachten “van rechtswege [worden] uitgevoerd” en “zonder verdere formaliteiten van rechtswege tegenstelbaar [zijn] aan derden, vanaf de inwerkingtreding van onderhavige wet”, dat is, luidens artikel 82 van de bedoelde wet, vanaf 1 januari 1989; dat luidens het tweede lid van het voormelde § 4 de lijst van de betrokken goederen bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit wordt opgemaakt, “Onverminderd”, volgens de aanvang van dat tweede lid, “het eerste lid van deze paragraaf”; dat het koninklijk besluit van 7 juni 1991 dat verzoeker in zijn eerste middel mede geschonden noemt, en dat in zijn aanhef verwijst naar het XII-2516-5\9 voormelde artikel 57, het koninklijk besluit is dat ter uitvoering van dat artikel 57, § 4, tweede lid, de lijst der betrokken goederen vaststelt; dat in overeenstemming met de bepaling tot uitvoering waarvan het strekt, het koninklijk besluit van 7 juni 1991 het in artikel 1 het heeft over “de eigendom van de in bijlage vermelde goederen van de Staat die uitsluitend voor het Nederlandstalig onderwijs worden aangewend [...] werd overgedragen naar de Vlaamse Gemeenschap op 1 januari 1989”, meer bepaald “werd” overgedragen -niet “wordt”- op 1 januari 1989, dus de dag waarop de betrokken bijzondere wet in werking is getreden, niet de dag waarop het koninklijk besluit in werking is getreden; 3.
  25. Overwegende dat verzoeker in het tweede middel de schending aanvoert van artikel 75 van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, hierna te noemen het Argo- decreet; Overwegende dat dit artikel 75 ten tijde van het bestreden besluit luidde als volgt : “De roerende en onroerende goederen gebruikt voor de organisatie van het Gemeenschapsonderwijs worden aan de ARGO overgedragen”; dat verzoeker stelt dat de door hem geviseerde goederen onder die bepaling vallen; dat volgens hem die goederen dus aan hem overgedragen zijn, en wel vanaf 1 januari 1989, dag waarop blijkens zijn artikel 79 het Argo-decreet in werking is getreden, dezelfde dag dus als de financieringswet, zodat de omstreden goederen “als het ware slechts één ‘juridische seconde’ in het bezit van de Vlaamse Gemeenschap zijn gebleven”; Overwegende dat, wat de beide middelen betreft, datgene waar verzoeker zich over beklaagt -hetgeen hij verduidelijkt in een afzonderlijke rubriek in zijn inleidend verzoekschrift “onmiddellijke aanleiding tot het geschil”- is dat zijn rechten op de omstreden goederen zijn geschonden; dat hij immers stelt dat “niet minder dan 7 domeinen behorende tot het patrimonium van ARGO overgedragen worden”; dat, gesteld dat verzoeker op zodanige rechten aanspraak kan maken, deze niet zouden voortvloeien uit het enkele feit dat die goederen van de Staat naar de Vlaamse Gemeenschap zijn overgedragen ingevolge het in het eerste middel ingeroepen artikel 57, § 1, van de financieringswet en het uitvoeringsbesluit van 7 juni 1991; dat immers voor die aanspraak ook is vereist dat verzoeker terecht kan stellen dat blijkens het in het tweede middel ingeroepen artikel 75 van het Argo- XII-2516-6\9 decreet diezelfde goederen zijn overgegaan van de Vlaamse Gemeenschap naar verzoeker; Overwegende dat aldus verzoekers stelling verspreid is over zijn eerste twee annulatiemiddelen derwijze dat die twee middelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; Overwegende dat de verwerende partij in de paragrafen 1 tot en met 4 van artikel 57 van de financieringswet een “mechanisme van diverse overdrachten van rechtswege per 1 januari 1989” ziet en volgens haar de in uitvoering daarvan te nemen koninklijke besluiten daarop geen impact hebben want “puur declaratief” zijn terwijl artikel 75 van het Argo-decreet daarentegen niet in een dergelijke “van rechtswege” overdracht voorziet; dat verzoeker daartegenover tot in zijn laatste memorie ervan gewag maakt dat hij uitgaat van een “verworven eigendomsrecht”; Overwegende dat aldus het werkelijk voorwerp van het beroep een geschil betreft over de rechten die verzoeker stelt verkregen te hebben op de omstreden goederen dat de Raad van State zou dienen te beslechten met een uitspraak over de eerste twee annulatiemiddelen; dat een geschil over burgerlijke subjectieve rechten krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet echter buiten de rechtsmacht van de Raad van State valt; dat dienvolgens die middelen niet ontvankelijk zijn; 3.
  26. Overwegende dat verzoeker als derde middel de schending aanvoert van artikel 51, § 1, 3/ en 6/, van het Argo-decreet; Overwegende dat de geschonden genoemde bepalingen luiden als volgt : “Art.
  27. §
  28. De financiële middelen van de ARGO bestaan uit : [...] 3/ de inkomsten van de onroerende goederen waarvan de ARGO het beheer heeft; [...] 6/ de opbrengst van de vervreemding van roerende en onroerende goederen- voortspruitende uit de in deze paragraaf vermelde inkomsten.”; XII-2516-7\9 Overwegende dat deze bepalingen wel het belang kunnen aantonen dat verzoeker heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing, maar niet de onwettigheid van deze beslissing; dat het middel niet gegrond is; 3.
  29. Overwegende dat verzoeker als vierde middel de strijdigheid met artikel 24, § 1, § 2 en § 4, van de Grondwet aanvoert van artikel 2, § 1, van het voormelde decreet van 1 juni 1994 tot regeling van de overdracht van roerende en onroerende goederen van de Vlaamse Gemeenschap aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie; dat verzoeker vraagt over de aangeklaagde ongrondwettigheden prejudiciële vragen aan het Arbitragehof te stellen; Overwegende dat het ongrondwettig genoemde en hiervoor geciteerde artikel 2, § 1, als rechtsgrond dient voor het bestreden besluit; Overwegende dat de grondwettigheid nagaan van de decreetsbepaling die de rechtsgrond vormt van het bestreden besluit, maar zin heeft als vaststaat dat dit besluit het door verzoeker gewraakte effect heeft gehad; dat bij de behandeling van het eerste en het tweede middel is gebleken dat die vraag blijkbaar geen antwoord kan krijgen vanwege de Raad van State; dat aldus het middel niet dienstig is en de daarin voorgestelde prejudiciële vraagstellingen dit evenmin zijn; Overwegende dat geen van de annulatiemiddelen wordt aanvaard, BESLUIT: Artikel
  30. De beroepen worden verworpen. Artikel
  31. De kosten van de beroepen, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-2516-8\9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juni 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2516-9\9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.803 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.