← België

Arrest 159835 - - 08/06/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.835 Rolnummer: Zaak: Arrest 159835 - - 08/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-19 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 21:30 Fiche Arrest nr 159.835 van 8 juni 2006 - Beslissing : Intrekking Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 159.835 van 8 juni 2006 in de zaken A.97.247 /X-9859 A.104.486/X-10.

  1. I. In zake :
  2. het Openbaar Bestuur POLDER BATTENBROEK,
  3. Christian van den BOGAERT,
  4. Guido VANHERP, die woonplaats kiezen bij Advocaat L. VAN HOUT, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Sint-Michielskaai 7 bus 1 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  5. II. In zake:
  6. het Openbaar Bestuur POLDER BATTENBROEK,
  7. Christian van den BOGAERT,
  8. Guido VANHERP, die woonplaats kiezen bij Advocaat L. VAN HOUT, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Sint-Michielskaai 7 bus 1 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  9. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het Openbaar Bestuur POLDER BATTENBROEK, Christian van den BOGAERT,en Guido VANHERP op 10 mei 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 20 september 2000 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de afdeling Zeeschelde van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “het continu maken van jaagpaden te Rumst, Mechelen en Willebroek en het bouwen van X-9859-1/4 voetgangersbruggen over de Nete en de Dijle” langs de beneden Dijle en de beneden Nete in de gemeenten Mechelen (Walem), Willebroek (Heindonk) en Rumst; Gezien het verzoekschrift dat het Openbaar Bestuur POLDER BATTENBROEK, Christian van den BOGAERT,en Guido VANHERP op 7 november 2000 hebben ingediend om schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 20 september 2000 van de gewestelijke stedenbouw- kundige ambtenaar waarbij aan de afdeling Zeeschelde van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor "het continu maken van jaagpaden te Rumst, Mechelen en Willebroek en het bouwen van voetgangersbruggen over de Nete en de Dijle" langs de beneden Dijle en de beneden Nete in de gemeenten Mechelen (Walem), Willebroek (Heindonk) en Rumst; Gelet op het arrest nr. 96.180 van 6 juni 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 18 juni 2001; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de vorderingen in de zaken A. 97.247/X-9859 en A. 104.456/X-10.340 gericht zijn tegen hetzelfde besluit; dat de twee vorderingen samenhangend zijn, en dan ook samengevoegd worden; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; X-9859-2/4 Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; BESLUIT: Artikel
  10. De zaken nrs. A. 97.247/X-9859 en A. 104.486/X-10.340 worden samengevoegd. Artikel
  11. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  12. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. Het teveel aan aangebrachte zegels op het beroep tot nietigverklaring ten bedrage van 347,06 euro, wordt hen terugbetaald. X-9859-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juni 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J.CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J.CAMU. J. BOVIN. X-9859-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.835 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.