id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.935 Rolnummer: A. 105408/IX-2881 Zaak: Arrest 159935 - - 12/06/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-06-21 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 21:43 Fiche Arrest nr 159.935 van 12 juni 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 159.935 van 12 juni 2006 in de zaak A.105.408/IX-
- In zake : Anny DE NOBELE, Rechtsgeding hervat door : Michaël DE VOS, die woonplaats kiest bij advocaat M.-P. DERVEAUX, kantoor houdend te GRIMBERGEN, Kasteelstraat 124 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anny DE NOBELE, handelend als moeder en wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon Michaël DE VOS, op 31 mei 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing genomen op 5 april 2001 door de minister van Justitie houdende verwerping van haar verzoek om diens naam te veranderen van DE VOS in DE NOBELE; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-2881-1/11 Gelet op de beschikking van 29 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 april 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 mei 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DE KETELAERE, die loco advocaat M.-P. DERVEAUX verschijnt voor verzoekster, en van advocaat S. SOTTIAUX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Michaël DE VOS op 24 mei 2006 een verzoek heeft ingediend tot hervatting van het geding, ingeleid door zijn moeder, om reden dat hij inmiddels meerderjarig is geworden;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Michaël DE VOS is op 8 juli 1985 geboren te Ninove, uit het huwelijk van Pascal DE VOS en Anny DE NOBELE. IX-2881-2/11 1.
- De echtgenoten DE VOS en DE NOBELE leven sinds 19 juli 1985 feitelijk gescheiden. 1.
- Bij beschikking van 3 oktober 1985 van de vrederechter van Sint-Kwintens-Lennik wordt aan Anny DE NOBELE het hoederecht over Michaël DE VOS toegekend. Aan Pascal DE VOS wordt een bezoekrecht toegekend. Hij wordt tevens veroordeeld tot het betalen van een onderhoudsgeld. 1.
- Krachtens een beschikking van 20 december 1991 van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel behoudt Anny DE NOBELE het hoederecht. Pascal DE VOS drukt de wens uit om verder geen bezoekrecht uit te oefenen. De bepalingen omtrent het onderhoudsgeld blijven ongewijzigd. 1.
- Op 5 maart 1992 spreekt de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de echtscheiding uit tussen Anny DE NOBELE en Pascal DE VOS. 1.
- Op 16 december 1999 verzoekt Anny DE NOBELE de minister van Justitie om de familienaam van haar zoon Michaël DE VOS te vervangen door haar eigen naam. Dat verzoek steunt op de volgende redenen : “Ondergetekende formuleert dit verzoek inachtgenomen de morele druk en spanningen bij de zoon, thans 14 jaar, telkens derden hem, op school, onder vrienden enz. aanspreken met de familienaam ‘De Vos’. De zoon heeft nooit contact gehad met de vader. Partijen zijn, in het kader van de procedure voor het Vredegerecht, uiteengegaan op het ogenblik dat de zoon Michaël drie maanden oud was; de Heer De Vos werd uit de echtelijke woning afgeschreven in oktober
- Bij geen enkele verjaardag, noch Sinterklaasfeest, Plechtige Communie, enz. heeft Michaël ooit een geschenk, geld, laat staan een kaartje van de vader gekregen. Ondergetekende is om financiële redenen genoodzaakt geweest om de onderhoudsbijdragen, haar toegewezen bij beschikking kortgeding dd. 20 december 1991, op tegenspraak uitgesproken, te doen betalen door de Heer De Vos, waartoe zij niet alleen beroep heeft gedaan op de diensten van het parket in het kader van een klacht wegens niet-betaling van de onderhoudsbijdrage, doch tevens, op tussenkomsten van gerechtsdeurwaarder. Waar de zoon Michaël evenmin ooit contact heeft gehad met enig familielid van de vader, welke overigens voor Michaël totaal onbekend zijn, wenst hij met IX-2881-3/11 aandrang dat ondergetekende het nodige doet tot wijziging van zijn familienaam, waarbij hij zou verkiezen de familienaam van ondergetekende te dragen”. 1.
- Met een brief van 21 december 1999 verzoekt de minister van Justitie de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel een onderzoek in te stellen betreffende deze aanvraag tot naamsverandering. Binnen het raam van dit onderzoek wordt Michaël DE VOS verhoord. Hij verklaart akkoord te gaan met de naamsverandering, die hij zelf aan zijn moeder gevraagd zou hebben. De reden van deze naamsverandering is dat hij zijn vader nooit heeft gekend en hij dus ook geen relatie heeft met de naam DE VOS. Ook de vader Pascal DE VOS wordt gehoord. Hij verklaart zich tegen de naamsverandering te verzetten omdat het gaat om een kind dat tijdens zijn huwelijk is geboren en dat hij heeft erkend, dat hij tot aan de geboorte zijn vaderlijke plicht heeft vervuld maar door de familie van zijn echtgenote werd afgewezen, dat grote moeilijkheden hem tot de echtscheiding gedwongen hebben, dat zijn naam evenwaardig is en dat het gaat om een maneuver van zijn ex-echtgenote. Hij verklaart nog steeds onderhoudsgeld te betalen doch acht zich daartoe niet meer verplicht indien de naamsverandering zou worden toegestaan. Ook stelt hij herhaaldelijk contact te hebben willen zoeken met zijn zoon, doch daarin nooit gelukt te zijn omdat de moeder al het mogelijke doet om dat te dwarsbomen. 1.
- In een nota van 7 december 2000 stelt de dienst burgerlijke zaken van het ministerie van Justitie aan de minister voor de naamsverandering toe te staan om de volgende redenen : “De vader verzet zich tegen het gevraagde daar betrokkene zijn zoon is voor wie hij nog steeds onderhoudsgeld betaalt. Er worden stukken voorgelegd waaruit duidelijk blijkt dat er enorm veel problemen waren om het onderhoudsgeld te bekomen (meestal via gerechtsdeurwaarder). De vader dient momenteel nog achterstallen te betalen (juli-november 2000). Uit het dossier blijkt eveneens dat er geen enkel persoonlijk contact is tussen vader en zoon. IX-2881-4/11 Betrokkene is 15 jaar en werd gehoord, hij staat volledig achter het verzoek ingediend door zijn moeder. Niettegenstaande het verzet van de vader heeft betrokkene er m.i. belang bij de naam van zijn moeder te dragen, bij wie hij sedert zijn geboorte verblijft en die instaat voor zijn dagdagelijkse opvoeding”. Bij wijze van kanttekening worden in de nota echter eveneens twee ongunstige adviezen verstrekt. Het eerste advies luidt als volgt : “Ongunstig advies, gelet op het verzet van de vader die onderhoudsgeld betaalt. Het toestaan van een naamsverandering zou er wel eens kunnen toe leiden dat de vader geen onderhoudsgeld meer zal willen betalen (wat hij trouwens aan de politie heeft bevestigd). Volgens de vader belet de moeder dat hij contact opneemt met zijn zoon”. Het tweede ongunstig advies luidt als volgt : “Het kind is 15 jaar. Het inwilligen van het verzoek lijkt aanleiding te kunnen geven tot nog meer conflicten bij het innen van het onderhoudsgeld. De naamsverandering wordt gevraagd in acht genomen de morele druk en spanningen bij de zoon telkens hij wordt aangesproken met de naam DE VOS en omdat er nooit contact is geweest met de vader. Er lijken mij geen doorslaggevende redenen voorhanden te zijn om in het belang van het kind af te wijken van het principe van de vastheid van naam. In gevallen waarin de vader zich verzet, onderhoudsgeld betaalt, wordt het verzoek normaal niet ingewilligd”. 1.
- Op 5 april 2001 beslist de minister van Justitie de naamsverandering te weigeren. Die beslissing is verwoord in een brief van dezelfde datum en bevat de volgende motivering : “Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naamsverandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet kunnen schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. IX-2881-5/11 Na een grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat er in uw geval geen afdoende ernstige motieven in de zin van bovenvermelde wet voorhanden bevonden zijn om aan Z.M. de Koning voor te stellen uw zoon toelating te verlenen zijn naam te veranderen in die van ‘De Nobele’, mede in acht genomen het principe van de vastheid van naam, waarvan slechts om gewichtige redenen kan worden afgeweken en het verzet van de vader die onderhoudsgeld betaalt. Het inwilligen van het verzoek kan aanleiding geven tot nog meer conflicten bij het innen van het onderhoudsgeld en er zijn geen doorslaggevende motieven voorhanden om uitzonderlijk af te wijken van het principe van de vastheid van naam en te oordelen dat een naamsverandering zich in het belang van het kind opdringt”. 2.1.
- Overwegende dat de verzoekende partij onder meer de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat zij betoogt dat de motivering van de beslissing, waarbij verwezen wordt naar het verzet van de vader die onderhoudsgeld betaalt en gesteld wordt dat het inwilligen van het verzoek aanleiding kan geven tot nog meer conflicten bij het innen van onderhoudsgeld, volledig het belang van het kind miskent, dat dit immers dagelijks moreel nadeel ondervindt bij het gebruik van een familienaam waarmee het geen enkele affiniteit heeft; dat zij ook stelt dat het verzet van de vader volstrekt dilatoir en des te meer irrelevant is nu hij door zijn eigen houding tegenover zijn zoon het moreel nadeel bij het gebruik van de familienaam “DE VOS” in de hand werkt; 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk verantwoord wordt op grond van de volgende twee redenen : de afwezigheid van doorslaggevende motieven die een uitzonderlijke afwijking van het principe van de vastheid van naam zouden kunnen verantwoorden en de mogelijke conflicten bij het innen van het onderhoudsgeld waartoe het inwilligen van het verzoek tot naamswijziging aanleiding zou kunnen geven; dat zij meent dat met de belangen van het kind rekening werd gehouden, aangezien in de overwegingen van de bestreden beslissing gewezen wordt op het gevaar van mogelijke conflicten bij het innen van het onderhoudsgeld, waartoe het inwilligen van het verzoek aanleiding zou kunnen geven; dat zij daarbij verwijst naar de verklaringen van de vader tijdens het onderzoek en opmerkt dat het gevaar voor de stopzetting van de betaling van het IX-2881-6/11 onderhoudsgeld niet denkbeeldig is, nu in het verleden reeds beroep moest worden gedaan op een gerechtsdeurwaarder bij het innen van het onderhoudsgeld; dat volgens haar in de bestreden beslissing voorts terecht wordt geargumenteerd dat de verzoekende partij geen doorslaggevende redenen aangeeft die een afwijking van het principe van vastheid van naam zouden kunnen verantwoorden: het bestaan van een “moreel nadeel” dat het kind bij het gebruik van de familienaam zou ondervinden, is een loutere bewering die op geen enkele wijze wordt gestaafd; dat de verwerende partij er tenslotte op wijst dat de bestreden beslissing en haar motivering volledig in de lijn liggen van vroegere beslissingen in gelijkaardige zaken; dat uit de administratieve praktijk immers blijkt dat het verzoek tot wijziging van de familienaam van een uit het huwelijk geboren kind, dat uitgaat van een gescheiden moeder die het hoederecht uitoefent, slechts zelden wordt aanvaard, aangezien de administratieve procedure voor naamswijziging niet mag leiden tot een omzeiling van de algemene regel dat een uit het huwelijk geboren kind, waarvan de afstamming zowel langs vaderszijde als langs moederszijde vast staat, de naam van de vader draagt; dat uit de administratieve praktijk voorts blijkt dat, indien één van beide ouders zich verzet, het verzoek slechts uitzonderlijk zal worden ingewilligd, bijvoorbeeld wanneer de ouder die zich verzet een zware veroordeling heeft opgelopen die de belangen van het kind zou kunnen schaden doch dat, wanneer de mogelijkheid bestaat dat een naamswijziging de belangen van het kind zou schaden -wat in casu het geval is- het verzoek in ieder geval dient te worden afgewezen; 2.1.
- Overwegende dat de verzoekende partij repliceert dat de bestreden beslissing onvoldoende, meer bepaald te summier, te oppervlakkig en bovendien onjuist gemotiveerd werd, dat de aanduiding dat er geen doorslaggevende motieven voorhanden zijn om uitzonderlijk af te wijken van het principe van de vastheid van naam te summier zowel te vaag is als het belang miskent van het kind, dat een naam draagt die bij hem geen enkele affiniteit oproept en geen enkele affectiviteit inhoudt met enig verwant persoon; dat zijn familienaam verwijst naar een persoon die geen belang in hem stelt en die hij nooit gezien heeft; dat bovendien het gevaar voor mogelijke conflicten bij het innen van onderhoudsgeld een drogreden is, aangezien IX-2881-7/11 de vader zijn onderhoudsverplichting nooit spontaan is nagekomen en hiervoor telkens een gerechtsdeurwaarder moest optreden; 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie nog stelt dat de in het auditoraatsverslag gedane vergelijking van het aldaar aangehaalde arrest VAN DEN BERGH, nr. 116.821, van 10 maart 2003, niet opgaat omdat de zaak VAN DEN BERGH "het verzet van de vader die kennelijk nog belang stelt in zijn kinderen en regelmatig onderhoudsgeld betaalt" het enige motief was dat werd aangevoerd om de weigering tot naamsverandering te onderbouwen, en aldus aan de vader ten onrechte een vetorecht werd toegekend; dat in de voorliggende zaak daarentegen het verzet van de vader die onderhoudsgeld betaalt slechts één van de redenen was om het verzoek te weigeren zoals ook, even belangrijk, de overweging in verband met de belangen van het betrokken kind dat het inwilligen van het verzoek "kan aanleiding geven tot nog meer conflicten bij het innen van het onderhoudsgeld"; dat in zoverre conflicten inzake het innen van het onderhoudsgeld volgens het auditoraatsverslag geen rechtens aanvaardbaar motief kunnen zijn voor het weigeren van de naamsverandering, het naar de mening van de verwerende partij de Raad van State echter niet toekomt om zich in de plaats van de regering te stellen bij de beoordeling van de motieven waaronder deze de naamsverandering al dan niet toestaat; dat, ten slotte, volgens de verwerende partij het feit dat de bestreden beslissing niet uitdrukkelijk ingaat op het argument van de "morele druk" op de minderjarige die een naam moet voeren van een vader die hij nooit gekend heeft, niet betekent dat de motiveringsplicht geschonden werd : de motiveringsplicht houdt immers niet in dat op alle aangevoerde argumenten expliciet moet worden geantwoord en overeenkomstig de vaste rechtspraak van de Raad volstaat het dat een motivering afdoende is, dat wil zeggen dat de motivering pertinent moet zijn en voldoende om de beslissing te dragen; 2.2.
- Overwegende dat verzoekster zich in het middel beroept op de formele motiveringsplicht van de wet van 29 juli 1991; dat de bestreden beslissing, een hiervoor onder 1.
- overgeschreven formele motivering bevat: de vader verzet zich, hij betaalt nog onderhoudsgeld, naamsverandering zou nog meer conflicten IX-2881-8/11 kunnen doen rijzen, wat tegen het belang van het kind ingaat; dat de argumenten welke verzoekster aanvoert de juistheid van die wettelijke en feitelijke grondslag, met andere woorden de inhoudelijke motivering van de bestreden beslissing betreffen; dat het middel dan ook als zodanig zal worden onderzocht; 2.2.
- Overwegende dat artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en de voornamen bepaalt : “De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt en dat de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden.”; 2.2.
- Overwegende dat ofschoon uit die wettekst en de parlementaire voorbereiding van de wet blijkt dat de onveranderlijkheid van de naam de regel moet blijven en de naamsverandering de uitzondering, de Koning niettemin over een ruime appreciatiebevoegdheid beschikt; dat de Raad van State erop toeziet dat de beoordeling van de overheid steunt op feitelijk juiste en in rechte aanvaardbare motieven en die beoordeling binnen de grenzen van de redelijkheid blijft; 2.2.
- Overwegende dat de vraag tot naamsverandering in essentie steunde op het feit dat het dragen van de naam “DE VOS” tot morele druk en spanningen leidt, in acht genomen dat de betrokken minderjarige nooit contact had met zijn vader noch met enig familielid van zijn vader - ingevolge het verzet van verzoekster stelt deze weliswaar - waartegen dan wordt geplaatst dat de vader zich verzet tegen de naamswijziging en geen onderhoudsgeld betaalt - maar onregelmatig volgens verzoekster; 2.2.
- Overwegende dat het gegeven dat de vader zich tegen de naamswijziging verzet wel bij de besluitvorming betrokken kan worden, maar op zichzelf geen reden kan vormen om de verandering van naam te weigeren, aangezien anders aan de vader een vetorecht zou worden toegekend; dat het feit dat de vader die zich verzet onderhoudsgeld betaalt, evenmin op zichzelf als een afdoende IX-2881-9/11 weigeringsmotief kan worden beschouwd, zeker als hij daartoe gehouden is krachtens een rechterlijke uitspraak, tenzij in zoverre het laat blijken dat hij nog belangstelling toont voor het kind; dat te dezen dat laatste aspect niet is onderzocht door de bestreden beslissing noch in de adviezen die eraan voorafgaan, inzonderheid, of er werkelijk geen enkel contact meer is met de vader en zijn familie en, zo neen, aan wie zulks te wijten is; dat de dienst ervan op de hoogte was dat er veel moeilijkheden waren bij de betaling van het onderhoudsgeld, maar evenmin blijkt te zijn onderzocht of dat gegeven te maken had met onwil dan wel met financiële moeilijkheden van de kant van de vader; 2.2.
- Overwegende, ten slotte, dat de naamsverandering eveneens wordt geweigerd omdat het inwilligen van het verzoek aanleiding zou geven tot nog meer conflicten bij het innen van het onderhoudsgeld; dat dit motief blijkbaar steunt op de dreiging van de vader tijdens zijn verhoor -supra 1.
- - om geen onderhoudsgeld meer te betalen indien de naamsverandering zou worden toegestaan; dat in redelijkheid de verwerende partij die dreiging veeleer diende te betrekken bij de klacht dat de verzoekende partij voor het innen van het onderhoudsgeld herhaaldelijk beroep moest doen op een gerechtsdeurwaarder, dan het te beschouwen als een bijkomende reden om de naamsverandering te weigeren omdat het aanleiding zou kunnen geven tot nog meer conflicten; dat hoe dan ook het gegeven dat de vader dreigt met de niet-betaling van het onderhoudsgeld -en dus eigenlijk met het misdrijf van familieverlating beteugeld door artikel 391 van het Strafwetboek- geen rechtens aanvaardbaar motief kan zijn om de naamsverandering te weigeren; dat die dreiging veeleer een argument vormt dat de stelling van de verzoekende partij nopens het ontbreken van elk contact met de vader en het moreel nadeel verbonden aan het dragen van diens naam kracht bijzet; dat het middel gegrond is, IX-2881-10/11 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing genomen op 5 april 2001 door de minister van Justitie waarbij geweigerd wordt om het verzoek de naam van Michaël DE VOS te veranderen in DE NOBELE aan de Koning voor te stellen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Artikel
- Het bedrag van 12,39 euro van de op het verzoekschrift tot nietigverklaring teveel aangebrachte fiscale zegels zal aan verzoekster worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juni 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2881-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.935 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.